INNE: Aan de UFSIA liggen alle faculteiten naast elkaar: iedereen zit samen in de Agora, een gezamenlijke ruimte. Je hebt ook contact met mensen uit andere faculteiten. In Leuven en Gent ligt dat niet zo voor de hand. Ook de afstand met de proffen is heel klein, dat bevalt me wel.
...

INNE: Aan de UFSIA liggen alle faculteiten naast elkaar: iedereen zit samen in de Agora, een gezamenlijke ruimte. Je hebt ook contact met mensen uit andere faculteiten. In Leuven en Gent ligt dat niet zo voor de hand. Ook de afstand met de proffen is heel klein, dat bevalt me wel. JAN: Het RUCA is nog kleinschaliger dan de UFSIA. Je hebt heel veel contact met studenten, les in kleine groepen. Maar ook op het RUCA worden fuiven gehouden, er zijn ook cafés. Toegegeven: het is beperkt, maar dat maakt het des te gezelliger. En per slot van rekening woon je op twintig minuten van de stad. INNE: In de buurt van de UFSIA bruist het studentenleven. Ik weet het: we hebben ons imago tegen. Onterecht. JAN: Misschien is dat ook de schuld van het stadsbestuur. Zij leggen daar te weinig de nadruk op. Nu zijn ze daar wel mee bezig, maar eigenlijk is het al te laat. In Leuven bijvoorbeeld is de schepen van Onderwijs ook bevoegd voor studentenaangelegenheden. JAN: Daar heb ik toch wel mijn twijfels over. Als je merkt dat het academiejaar nog altijd geopend wordt met een mis. Dat kán niet, vind ik. Ik denk ook dat de kruisbeelden niet snel zullen verdwijnen. INNE: Aan de UFSIA zijn er de startdagen, je kunt op weekend naar de Hoge Rielen. Meer kun je niet doen. JAN: De eerstejaars worden ook opgevangen door mensen van hun eigen richting. Dat is heel belangrijk. Zo krijgen ze informatie uit eerste hand. JAN: Zoals aan elke universiteit heb je per richting een studentenorganisatie. Daarnaast zijn er de regionale studentenclubs. In Antwerpen heb je dan ook nog een aantal overkoepelende studentenorganisaties. Zowel UFSIA, UIA als RUCA hebben een eigen organisatie. Die bieden het hele gamma aan: dat kan een debat, een reis of een fuif zijn. INNE: Ja. In alle faculteiten -behalve TEW- heb je nog studentendopen. Die vallen goed mee, in tegenstelling tot de indianenverhalen die de ronde doen. Alleen bij een paar regionale verenigingen loopt het soms uit de hand. Op sommige dopen zijn studenten geneeskunde aanwezig. Die waarschuwen als het te ver gaat. Het is niet zo dat je er pas bij hoort als je gedoopt bent. Omgekeerd ook niet, trouwens. JAN: Al blijft het een aanrader. Je smeedt sowieso een band met al die eerstejaars. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die er spijt van heeft dat hij gedoopt is. INNE: Ook tijdens het jaar worden doorlopend fuiven en TD's georganiseerd. In de buurt van de UFSIA zijn er heel wat goede fuifzalen voor kleine groepen. Alleen voor echt grote evenementen - waar 2000, 3000 man op afkomt - is het soms moeilijk om iets te vinden. JAN: We hadden aan het RUCA een goede fuifzaal, maar die wordt gesloten. Er wordt wel iets gerenoveerd: de Konijnenpijp. Die is wel niet zo geschikt voor dat soort dingen. JAN: Zeker. Er is Interfac: een soort van competitie tussen de verschillende clubs. Daarnaast kun je ook sport beoefenen via je eigen club. Aan de UFSIA is er de sportaccommodatie van de Agora. Die is fantastisch. Aan het RUCA heb je dat ook, al gebeurt de uitbating daar door een privé-organisatie. Je hebt alleen een goedkope sportkaart nodig. JAN: Er is een cultuurraad, maar die bestaat nog maar een jaar en moet zich nog ontwikkelen. Maar soit, je mag niet vergeten dat de faculteitsclubs heel wat cultuuractiviteiten aanbieden. Ze vatten dat heel ruim op: naar de Proms of naar een kerstmarkt gaan, beschouwen sommigen ook al als cultuur. INNE: Ja, zowel aan de UIA, het RUCA als aan de UFSIA. Die mensen willen je echt wel helpen op alle vlakken. De hele dienst is onderverdeeld in een aantal subdiensten, die sterk van elkaar verschillen. In Antwerpen is er trouwens een fantastische jobdienst. Als je wil werken, kun je werken. Je moet zelf het initiatief nemen, maar dat is overal wel zo, zeker? JAN: De Alumniwerking spitst zich vooral toe op TEW en handelsingenieur, dat ligt voor de hand. Maar ook studenten uit andere richtingen worden gevolgd. En elke club heeft natuurlijk zijn 'oude zakken', aan wie je alles kunt vragen. INNE: Tussen de 175 en de 220 euro. Ik denk dat de prijzen in Antwerpen niet echt hoger liggen dan in andere steden. JAN: Ik denk zelfs dat het goedkoper is. In de buurt van het RUCA is een studentenhome waar je voor 1250 euro tien maanden op kot kan zitten. Als je tweede zit hebt, hoef je zelfs niet te betalen tijdens de vakantieperiode. Waar vind je dat nog? JAN: Ja, de drie universiteiten hebben elk een studentenrestaurant. De prijzen zijn schappelijk: ongeveer 2,5 euro voor een gerecht, een halve euro voor soep. INNE: Het is geen nouvelle cuisine, maar wel degelijk. Die studentenrestaurants zijn enorm verbeterd tegenover vroeger, zowel qua kwaliteit als qua prijs.