In de lente van 1997 werd in de VS een denktank opgericht, Project for the New American Century, kortweg 'PNAC'. Onder de oprichters bevonden zich, naast Jeb Bush (broer van), politici als Dick Cheney, Donald Rumsfeld, Paul Wolfowitz, Richard Perle. Het streefdoel van de groep was het herbevestigen van de Amerikaanse hegemonie in de 21e eeuw. Enkele jaren later vormde dit gezelschap de kern van de regering-Bush. Lobbywerk kan verrassend simpel zijn.
...

In de lente van 1997 werd in de VS een denktank opgericht, Project for the New American Century, kortweg 'PNAC'. Onder de oprichters bevonden zich, naast Jeb Bush (broer van), politici als Dick Cheney, Donald Rumsfeld, Paul Wolfowitz, Richard Perle. Het streefdoel van de groep was het herbevestigen van de Amerikaanse hegemonie in de 21e eeuw. Enkele jaren later vormde dit gezelschap de kern van de regering-Bush. Lobbywerk kan verrassend simpel zijn. Er ontstond al snel verzet tegen de elitaire club. Dat werd mee georganiseerd door een landgenoot, Lieven De Cauter. Met wereldwijde acties, gebundeld in het 'BRussells Tribunal' (een verwijzing naar Bertrand Russells taaie verzet tegen de Vietnamoorlog in de jaren zestig), coördineerde en kanaliseerde de Vlaamse filosoof jarenlang de reacties tegen de machtsgreep van de Amerikaanse neoconservatieven. Internetmobilisatie, betogingen, meetings, hoorzittingen: het initiatief van Lieven De Cauter vormde een voorproefje van de grassroot-beweging, die uiteindelijk Barack Obama in het Witte Huis bracht. Viel hiermee het doek over de Amerikaanse droom van een wereldwijde hegemonie? Het hangt er maar van af hoe je het bekijkt. Wie het volgende leest, zou zweren van niet: 'Nu en dan komt er een tijd dat Amerika de handschoen moet opnemen. Dat was het geval voor de generatie die de spoorwegen aanlegde, of de Grote Depressie aanpakte; voor de generatie die als eerste aan de productieband stond, of naar de maan vloog. Vandaag zijn wij aan de beurt. Dit is ons ogenblik. Dit is onze tijd. Laten wij ons scharen rondom een gezamenlijk doel, en van deze eeuw de nieuwe Amerikaanse eeuw maken.' To make this century the next American century. Het is een uitspraak van presidentskandidaat Obama tijdens een meeting in Flint, Michigan, op 15 juni 2008. Verandering kan verrassend vertrouwd klinken. Hoe komt het dat wij het streven naar hegemonie van Bush afwezen, terwijl we dat van Obama omhelzen? Hiervoor bestaat een 'psychopolitieke' verklaring. Het bewind van Bush stond haaks op de oorspronkelijke Amerikaanse idealen. Obama daarentegen hoopt dat zijn beleid die idealen kan incarneren. Je vindt de idealen terug in de Declaration of Independence en de Amerikaanse grondwet - in sacrosancte archiefteksten, zeg maar. Dit vormt het politieke aspect. Maar meer nog vind je ze terug in de manier waarop levende Amerikanen het oude idealisme (al dan niet) een warm hart toedragen en hun kiesgedrag er (al dan niet) door laten leiden. Dat is het psychische aspect. 2009 betekende voor de VS een psychopolitieke ommekeer: een koud reptiel werd opgepeuzeld door het warmbloedige zoogdier. Obama's Project voor een Nieuwe Amerikaanse Eeuw is, tot bewijs van het tegendeel, dat van de eeuwenoude democratische bezieling, waarvan de herinnering, als een warm en ongeronnen bloedspoor, terugloopt tot de Amerikaanse Revolutie en de democratische strijd tijdens de Burgeroorlog. In feite vond hier in 1948, met de eerste aanzet tot de oprichting van de Europese Gemeenschap, iets dergelijks plaats: de vertolking van een streven naar een 'nieuwe Europese eeuw'. Dat streven is vandaag, met de EU, institutioneel gerealiseerd. Maar hoeveel wetten de Unie ook uitvaardigt - psychopolitiek bestaat ze niet echt. Er zijn wel een aantal sacrosancte teksten, een 'grondwet', een handvest, een charter van mensenrechten, maar er is geen ziel waarmee de burgers met Europese idealen in contact kunnen treden. Daarom blijft de EU een gedrocht: de kop van een zoogdier, het lijf van een reptiel, de staart van een (munt)slang. Van bij de aanvang was het Europese project immers uitsluitend gedragen door natiestaten, niet door burgers. Europa is feitelijk niet meer dan een Multinational. Met feilloze intuïtie hebben de grootmeesters van het Europese schaakspel, de Britten, dat correct ingeschat. Er is geen Europees project. Er bestaat hooguit zoiets als sociale vrede op de bedrijfsterreinen van de Multinational. Dat is niet niets. Maar politiek enthousiasme levert het niet meteen op. Obama de eeuw. Barosso de geeuw. Peter De Graeve (49) is filosoof.door Peter De Graeve