In 1983 besliste de federale overheid om de Belgian Co-ordinated Collections of Micro-Organisms (BCCM) in het leven te roepen. Ze moest de verzamelingen van bacteriën, schimmels en andere piepkleine organismen in Belgische instellingen coördineren. Het begon met drie grote collecties, vandaag zijn het er zeven. Ze blijven onder het beheer van de instellingen waarin ze historisch gegroeid zijn, en die het best geplaatst zijn om ze te bestuderen.
...

In 1983 besliste de federale overheid om de Belgian Co-ordinated Collections of Micro-Organisms (BCCM) in het leven te roepen. Ze moest de verzamelingen van bacteriën, schimmels en andere piepkleine organismen in Belgische instellingen coördineren. Het begon met drie grote collecties, vandaag zijn het er zeven. Ze blijven onder het beheer van de instellingen waarin ze historisch gegroeid zijn, en die het best geplaatst zijn om ze te bestuderen. 'Het Federaal Wetenschapsbeleid trekt elk jaar 3,7 miljoen euro uit om de collecties te ondersteunen', zegt Virginie Storms van de BCCM. 'Elke collectie heeft zijn wetenschappelijke eigenheid, maar voor algemene zaken als kwaliteitsbewaking, digitale ondersteuning en communicatie wordt er federaal gecoördineerd. Wij organiseren ook de dienstverlening rond de collecties.' Dat laatste omvat het opnemen van nieuw biologisch materiaal, onder meer in het kader van onderzoek of van octrooiaanvragen, en het ter beschikking stellen van publiek gedeponeerd materiaal aan onderzoeksinstellingen en de industrie. Andere vormen van dienstverlening zijn het identificeren van organismen en het aanbieden van expertise in het bestrijden van, bijvoorbeeld, schimmels in huizen. De inkomsten die daarmee verworven worden, zijn gering maar er kan veel kennis mee gegenereerd worden. 'Het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen heeft zo in samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie belangrijke inzichten vergaard over de resistentie van tuberculosebacteriën tegen antibiotica', vertelt Storms. 'Het onderzoek naar probiotica - het stimuleren van bepaalde bacteriën in de darm in functie van een gezondere voeding - heeft baat bij de bacteriecollectie die in de UGent gehuisvest is. We hebben ook expertise op het vlak van de veiligheid van het bewaren van micro-organismen. Wij hebben een belangrijke stem gehad in het wereldwijde debat over de bewaring van de gevaarlijke antraxbacterie, waarmee eventueel een biologisch wapen gemaakt kan worden. We moeten uiteraard vermijden dat malafide personen zo'n lading bacteriën kunnen bestellen.' Alles samen zitten er zo'n 70.000 publiek beschikbare micro-organismen in de verzameling. 'Dat is uiteraard maar een fractie van de microbiodiversiteit', zegt Storms. 'Voor de bacteriën schatten we dat we 5 procent van alle beschreven soorten in onze collecties hebben. Maar het potentieel aan nieuwe soorten is enorm. Wereldwijd is naar schatting slechts 1 à 5 procent van de microbiodiversiteit beschreven. Het risico dat we ooit zonder werk komen te zitten, is dus onbestaand.'