Aan de vooravond van de 21ste eeuw kunst en kunstnijverheid van de 19de eeuw proberen te verpakken en als een overzichtelijk geheel presenteren, is een te verontschuldigen streven. De laatste getuigen zijn gestorven, een boel gegevens wordt definitief weggeborgen, monumenten en landschappen verdwijnen. En er is die uitstekende bewaarplaats, uitvinding van de negentiende eeuw: het museum. Maar in de 20ste eeuw lijken zoveel zaken nog zo schatplichtig aan de vorige, zijn haar enorme tegenstrijdigheden te zichtbaar betrokken met...

Aan de vooravond van de 21ste eeuw kunst en kunstnijverheid van de 19de eeuw proberen te verpakken en als een overzichtelijk geheel presenteren, is een te verontschuldigen streven. De laatste getuigen zijn gestorven, een boel gegevens wordt definitief weggeborgen, monumenten en landschappen verdwijnen. En er is die uitstekende bewaarplaats, uitvinding van de negentiende eeuw: het museum. Maar in de 20ste eeuw lijken zoveel zaken nog zo schatplichtig aan de vorige, zijn haar enorme tegenstrijdigheden te zichtbaar betrokken met onze moderne waarde-oordelen, dat ze niet tot een afstandelijke synthese te bewerken valt. Het Museum Boijmans Van Beuningen trekt zich dat niet aan en stelt zijn Museum van de 19de eeuw samen op basis van de eigen collecties. De boel valt evengoed in stukken, zo blijkt: in kunst en kitsch (alsof ook maar iemand gelooft dat kwaliteitsverschil ongedaan gemaakt wordt als je k & k op gelijke voet behandelt), in modernisme en historisme, in avant-garde en neo-stijlen, origineel en kopie, realisme en romantiek. Wat dat laatste betreft: het is mooi als je een donzig sfeervolle tekening van de realist Courbet en een natuurgetrouw landschap van de romanticus Delacroix kunt opduikelen, de waarheid omkeren lukt beslist niet. De voorgespiegelde eenheid is in de eerste plaats een truc van de tentoonstellingsmaker en zijn decorateurs: een grote zaal mooi in blokken en thema's verdeeld, publiek ziedaar uw hele negentiende eeuw! Op één punt houdt de composteringsoperatie steek: de verbanden tussen kunst en kunstnijverheid herstellen, getuigt van een correct historisch inzicht. Goed dat de verzameling Boijmans Van Beuningen op dat terrein voldoende gestoffeerd is. De aardigste hoek van de tentoonstelling is trouwens het kabinetje waar de correspondances tussen de bloemenschilderijtjes van Odilon Redon en Ignace Fantin-Latour enerzijds en de vaasjes van Clement Massier en Daum Frères anderzijds gelegd worden, een symfonie in groen en violet, versterkt door het zachte, op de bloemen afstralende bovenlicht uit de vitrinekastjes. En voorts, de soep wordt niet zo heet gedronken als ze geschonken wordt: de verzamelaars op wier collecties Boijmans werd gebouwd, hebben nu eenmaal minder edelkitsch (bijvoorbeeld de extreem fijn geschilderde landschappen van Barend Cornelis Koekkoek) ingehaald dan ware kunst. F.J.O. Boijmans had een goed oog voor de landschapschilders van zijn tijd, en dankzij Franz Koenigs kwamen meestertekeningen van Manet, Daumier, Degas, Ingres en Cézanne de museumcollectie verrijken. Tot 6.9, Boijmans Van Beuningen Museum, Museumpark 18-20. Rotterdam. Open di.t/m zat. 10-17u., zon- en feestd. 11-17 u. Gesloten op ma.Jan Braet