Het was van 1976 geleden dat de Democratische voorverkiezingen in Pennsylvania nog een rol van betekenis speelden in de race naar het Witte Huis. Toen kreeg Jimmy Carter in The Keystone State zekerheid over zijn nominatie. Vorige week knokte Hillary Clinton zich uit een verloren positie weer in koers. Wellicht duurt de strijd tussen Clinton en Barack Obama nu tot de laatste primary op 3 juni - en misschien zelfs tot op de Democratische conventie eind augustus in Denver.
...

Het was van 1976 geleden dat de Democratische voorverkiezingen in Pennsylvania nog een rol van betekenis speelden in de race naar het Witte Huis. Toen kreeg Jimmy Carter in The Keystone State zekerheid over zijn nominatie. Vorige week knokte Hillary Clinton zich uit een verloren positie weer in koers. Wellicht duurt de strijd tussen Clinton en Barack Obama nu tot de laatste primary op 3 juni - en misschien zelfs tot op de Democratische conventie eind augustus in Denver. Pennsylvania is een belangrijke staat. Hij biedt niet alleen een spiegel van de Amerikaanse samenleving in haar geheel. Het is ook een zogenaamde swing state, een staat die bij verkiezingen nu eens naar de Republikeinen en dan weer naar de Democraten gaat. Het is dus een van de staten die nodig zijn om de verkiezingen in november te winnen. Hillary lijkt in dat soort staten sterker te scoren dan Obama - ze won ook in Ohio en Florida - en dat confronteert het partijapparaat met een levensgroot dilemma. In een staat zoals Pennsylvania spelen de zogenaamde Reagan Democrats een belangrijke rol. Blanke arbeiders die in de jaren tachtig door Ronald Reagan met een ethisch conservatief programma naar zijn kant werden overgehaald. Clinton doet het goed in die groep, en onder wat oudere kiezers. Ze won in Pennsylvania met een marge van bijna 10 procent. Maar onder blanken met een jaarinkomen van minder dan 50.000 dollar scoorde ze 32 procent beter dan Obama. Onder oudere kiezers haalde ze 26 procent meer stemmen dan haar rivaal. Een peiling leert dat maar 60 procent van de katholieke Democraten overweegt om in november voor Obama te stemmen. Aanhangers van Obama stellen daar weer andere peilingen tegenover, die moeten aantonen dat hij wel degelijk van de Republikein John McCain kan winnen, maar het zaad van de twijfel kiemt. Pennsylvania leert namelijk ook dat de Democraten niet zonder de kiezers van Clinton kunnen. Maar dat die voor McCain kiezen, als de keuze tussen Obama en de Republikeinse kandidaat gaat. Het probleem is dat Obama de steun heeft van 90 procent van de zwarte kiezers. Als die in november allemaal thuis blijven omdat hun kandidaat er niet meer bij is, kunnen de Democraten het ook schudden. Clinton en Obama hebben elkaar op die manier in een houdgreep. Inhoudelijke verschillen zijn er nauwelijks. Maar Obama werd geleidelijk een beetje te veel de kandidaat van de Democratische upper class en een bepaalde linkse elite. De steun van de filmer Michael Moore in de week voor Pennsylvania kwam hem niet echt goed uit. Het wordt ondertussen ook duidelijk dat zijn huidskleur wel degelijk een rol kan spelen, als het er echt op aankomt. De twee staan volgende week in Noord-Carolina en Indiana tegenover elkaar. Vooral Indiana is van belang. Als Hillary die staat wint, kan dat het partijkader sterken in de overtuiging dat Barack Obama toch te weinig steun losmaakt onder blanke arbeiders om het met succes tegen de politieke veteraan en oorlogsheld John McCain te kunnen opnemen. Op die manier wordt de kans wel met de week groter dat de Republikeinen voor acht desastreuze jaren onder George W. Bush toch weer met een nieuwe man in het Witte Huis worden beloond.