Vorige week stuurde premier Guy Verhofstadt een brief naar zijn Britse collega Tony Blair en naar de Franse president Jacques Chirac. Daarin hield de Belgische eerste minister zijn correspondenten voor dat een sterke Europese defensie de Europese Unie een stuk onafhankelijker zal maken van de Amerikaanse militaire macht. Verhofstadt vreest, zoals hij twee maanden geleden al in Knack benadrukte, dat de Verenigde Staten de NAVO willen omvormen tot een losse coalitie die, naargelang van de vijand, anders zal worden samengesteld en andere middelen zal inzetten.
...

Vorige week stuurde premier Guy Verhofstadt een brief naar zijn Britse collega Tony Blair en naar de Franse president Jacques Chirac. Daarin hield de Belgische eerste minister zijn correspondenten voor dat een sterke Europese defensie de Europese Unie een stuk onafhankelijker zal maken van de Amerikaanse militaire macht. Verhofstadt vreest, zoals hij twee maanden geleden al in Knack benadrukte, dat de Verenigde Staten de NAVO willen omvormen tot een losse coalitie die, naargelang van de vijand, anders zal worden samengesteld en andere middelen zal inzetten. Verhofstadts brief was nog niet op de bus of de inhoud ervan lekte al via regeringsgezinde kranten. Dat was geen toeval. De brief was ook bedoeld om de achterban van de groene coalitiepartner te sussen. Die wordt stilaan nerveus van al die geruchten over een Amerikaans-Britse aanval op Irak.Tegelijk stuurde minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel een krachtig signaal - zo heet dat nu eenmaal - richting Saddam Hussein, de Iraakse dictator sommerend de wapencontroleurs van de Verenigde Naties opnieuw tot zijn grondgebied toe te laten.Michels signaal moest blijkbaar voorkomen dat Verhofstadts brief een verkeerde indruk zou wekken bij het Amerikaanse State Department. Daar herinneren ze zich nog levendig de faux pas van Michel die zich, toen als voorzitter van de Europese Unie, amper enkele weken na de terreuraanslag op de New Yorkse Twin Towers iets liet ontvallen over 'de grenzen aan de Europees-Amerikaanse solidariteit'. Beweren dat de brief van Verhofstadt diplomatiek rumoer verwekte in Washington, Londen of Parijs zou de waarheid geweld aandoen. Ook vanuit Bagdad bereikten ons geen depêches over Iraakse ontstemming over Michels interventie. Toch raakt Verhofstadt met zijn brief naar Blair en Chirac een interessant probleem aan. Want, zoals oud-ambassadeur Prosper Thuysbaert verderop in dit blad uiteenzet, met de Europese politieke eenmaking, en met een gemeenschappelijk buitenlands beleid, komt de Europese defensie vroeg of laat, maar onvermijdelijk, op de agenda.Maar, het zij gezegd, wie zoals Guy Verhofstadt de Europese defensie onafhankelijk wil maken van de Amerikaanse militaire macht, die wacht een kolossale taak. Een vergelijking. Het Amerikaanse defensiebudget bedraagt 396 miljard dollar - en dat is nog maar 3,5 procent van het bbp. Daarmee geven de Verenigde Staten meer uit aan landsverdediging dan de volgende vijftien koplopers op de wereldranglijst samen. Aan militaire research en ontwikkeling alleen al spenderen zij meer dan de Duitsers aan heel hun landsverdediging.De regering van Blair telt jaarlijks nagenoeg 35 miljard dollar neer voor defensie. En daarmee gelden de Engelsen in Washington als de enige betrouwbare Europese bondgenoten die daarom toegang krijgen tot de Amerikaanse nucleaire technologie en tot het wereldomspannende elektronische inlichtingennetwerk waarvan ook Canadezen en Australiërs deel uitmaken. Er zijn er wel meer in Europa die zoals Verhofstadt denken aan een eigen onafhankelijke defensie. Maar het kan nog even duren voor die er komt. Momenteel tracht de Europese Unie een 60.000 man sterke interventiemacht op de been te brengen. Die zou moeten optreden als vredesmacht, of bij humanitaire missies of kleinschalige militaire interventies. Doch die interventiemacht blijft, bij gebrek aan eigen middelen, aangewezen op de gesofistikeerde logistieke steun van de NAVO, en dus van de Verenigde Staten.Zelfs al zou de Europese Unie middelen vrijmaken om een geloofwaardige interventiemacht op de been te brengen, dan is de doeltreffendheid ervan niet gegarandeerd. Momenteel is zelfs van de aanzet tot een commandostructuur die snel en efficiënt kan handelen, geen sprake. De Unie slaagt er nu al niet in een eenduidig buitenlands beleid te voeren. Omdat geen van de lidstaten wil inleveren op de eigen soevereiniteit. Met de komende uitbreiding met tien, twaalf of zelfs vijftien nieuwe lidstaten, elk met een eigen agenda, elk met eigen economische prioriteiten, is die Europese militaire macht nog niet voor morgen. Buitendien zullen de Engelsen, de enigen die een geloofwaardige militaire inspanning kunnen en willen leveren, als het erop aankomt altijd de aparte band met de Verenigde Staten laten primeren op hun Europese belangen. Otto von Bismarck voorspelde al - lang voor de afloop van de Eerste Wereldoorlog het eerste bewijs daarvan zou leveren - dat het verloop van de geschiedenis zou worden bepaald door het feit dat de Noord-Amerikanen Engels spreken.Misschien moet de Europese Unie, die altijd voorrang heeft gegeven aan de welvaart en het welzijn van haar burgers, een samenwerking met de NAVO toch maar eens opnieuw bekijken. Het aanhalen van die relatie zou haar in elk geval veel geld besparen.