Of ze nu Jacques Chirac, Stef Goris, Wim Kok, Guy Verhofstadt, André Flahaut of Dirk Van der Maelen heten, als het over militaire zaken en aankopen gaat, hebben ze het na enkele minuten over de Europese defensie-identiteit. Sinds de Europese top van Helsinki, in december 1999, is het voor zowat alle politici de sleutel, zoniet het toverwoord, om de vele militaire paradigma's te ontcijferen.
...

Of ze nu Jacques Chirac, Stef Goris, Wim Kok, Guy Verhofstadt, André Flahaut of Dirk Van der Maelen heten, als het over militaire zaken en aankopen gaat, hebben ze het na enkele minuten over de Europese defensie-identiteit. Sinds de Europese top van Helsinki, in december 1999, is het voor zowat alle politici de sleutel, zoniet het toverwoord, om de vele militaire paradigma's te ontcijferen.Hoewel in Helsinki alleen tot de oprichting van een Europese interventiemacht van maximaal 60.000 soldaten werd besloten, gebruikt (bijna) iedereen veel ambitieuzere begrippen. Een Eurokorps bijvoorbeeld, maar ook een Europees leger en krijgsmacht. Naar believen wordt op het project een etiket gekleefd dat de beslissing van Helsinki ver overstijgt. Voor de enen is een Europees leger een gedroomd middel om de verouderde nationale strijdkrachten op de schop te nemen en achterhaalde militaire taken af te stoten. Een middel ook om de defensiebegroting op een laag peil te houden en het vredesdividend te consolideren. Dat verklaart het enthousiasme van de Belgische regering voor een militair Europa. Voor anderen is een Europees leger dan weer een vondst om precies het tegendeel te forceren, namelijk een stijging van de militaire uitgaven. De Britten, samen met de Fransen de meest actieve promotoren van de Europese defensie-identiteit, zitten in dat kamp. In 1998 ging 2,5 procent van hun bruto binnenlands product naar defensie, wat ruim een vol procentpunt meer is dan Duitsland en België, maar nog altijd 0,6 procentpunt lager dan de Verenigde Staten. Hoewel premier Verhofstadt het niet wil horen, is het waarschijnlijk dat de haviken de slag om het Europees leger winnen en dat Europa over enkele jaren aanzienlijk meer voor zijn leger zal betalen. Die beslissing viel in Kosovo. Tijdens de 37.500 raids van Allied Force voor de heilige mensenrechten ging niet alleen Slobodan Milosevic door de knieën: ook de Europese bondgenoten werden op alle vlakken door de VS overtroefd. Het Europese falen kwam de voorbije maanden uitgebreid aan bod in dagenlange hearings in het Amerikaanse congres. De Duitse viersterren-generaal Klaus Naumann, tijdens de oorlog in Kosovo voorzitter van het militair comité van de NAVO, was op 3 november in de Amerikaanse senaat heel erg duidelijk. "Het militair onevenwicht tussen de VS en de Europese partners is totaal onaanvaardbaar. Als Europa zich niet vlug herpakt, dreigt het uiteindelijk de operationale veiligheid van de Alliantie te compromitteren." Interessant is dat Naumann de zwakte van Europa als argument gebruikt om de Europese defensie-identiteit te bepleiten. "In essentie komt het erop neer dat de Europese slagkracht in de NAVO groter wordt en de Europese militaire achterstand wegwerkt."AMERICAN WAY OF WARFAREOf de precisiebombardementen in Kosovo de mensenrechten dienden, blijft omstreden. Niet omstreden is de overwinning van de American Way of Warfare, met alle gevolgen van dien voor Europa. Veel meer dan de debatten van de regeringsleiders in Helsinki voedt het falen in Kosovo de discussie over de Europese defensie-identiteit. Zowel in de Nederlandse Defensienota 2000 als in het Britse Defence White Paper 1999 is Kosovo het referentiepunt bij uitstek. En ook het Nederlandse Clingendael-instituut stouwt in een vorige maand verschenen rapport het lege Europese defensiebegrip vol met lessen uit Kosovo. "De VS hebben vergaande conclusies uit operatie Allied Force getrokken en voeren in hoog tempo verbeteringen aan hun strijdkrachten door. De meeste Europese bondgenoten daarentegen aarzelen om hun krijgsmachten geschikt te maken voor crisis response-operaties. De militaire les van Kosovo is dat Europa grote tekorten heeft wat low tech-middelen betreft en mijlenver achterblijft op het gebied van de high tech." Mede om die reden is het zeer onwaarschijnlijk dat de regering op het verzoek van SP en groenen zal ingaan om geen nieuwe jachtvliegtuigen te kopen. In Kosovo werd de oorlog in de lucht beslecht en dat zal het rood-groene afwijzingsfront de volgende weken en maanden voortdurend op zijn bord krijgen. Tijdens de kamercommissie Defensie van 21 december, waar voor het eerst onder Vlamingen - de Franstaligen zeiden geen woord - langdurig over de vervanging van de F-16 werd gepraat, herhaalde Van der Maelen (SP) dat er een budgettaire tijdbom onder Landsverdeding tikt. "Als al het materieel waarover het leger nu beschikt wordt vervangen, moet het defensiebudget naar omhoog en dreigen de schuldafbouw en zeker de pensioenen in gevaar te komen. We moeten dus keuzes maken, want alles kan niet meer." Over die keuzes was Van der Maelen kort. Hij sprak zich niet uit over de vervanging van de 132 Leopardtanks (30 miljard frank), 244 gepantserde CVRT's (6 miljard frank), 912 troepentransportvoertuigen (38 miljard frank), vrachtwagens en jeeps (28 miljard frank en vier mijnenvegers (11 miljard frank). Hij beperkte zich tot de opvolging van de 72 F-16's, kostprijs ruim 100 miljard frank. "Daarvoor hebben we geen geld", aldus Van der Maelen. "Bovendien past die niet in het Belgisch takenpakket voor het Europees leger. Wij moeten ons verder in het tactisch luchttransport specialiseren, want daar zijn we goed in." Kortom, nee tegen de jachtvliegtuigen, ja voor de vervanging van de legendarische C-130's die sinds 1975 in gebruik zijn en waarvoor zowat 35 miljard frank nodig is. De verwijzing van de SP-fractieleider naar het Europees leger viel op. Hoewel het op dit ogenblik niet eens een virtuele realiteit is en er bijgevolg geen zinnig woord over de Belgische taken in dat project verteld kan worden, rendeert het al volop in het politieke debat. Ook Lode Vanoost (Agalev) en Ferdy Willems (VU&ID) zijn gekant tegen de aankoop van een nieuw jachtvliegtuig, terwijl Stef Goris (VLD) vond dat er goede redenen zijn om toch een toegangsticket van circa 400 miljoen frank aan te schaffen voor het ontwikkelingsprogramma van de Joint Strike Fighter, een Amerikaans project van Boeing en Lockheed Martin. Volgens Goris betekent het ticket niet dat je ook beslist om het nieuwe jachtvliegtuig te kopen. Vanoost was het daar niet mee eens en had het over sluipende besluitvorming. FLAHAUT IS DE PINEUTHet njet van de SP tegen nieuwe jachtvliegtuigen komt er op uitdrukkelijk verzoek van voorzitter Patrick Janssens, die opnieuw met de "pacifistische" traditie uit het begin van de jaren tachtig wil aanknopen. Onder leiding van toenmalig voorzitter Karel Van Miert leidde de SP toen het verzet tegen de kernraketten en dat bracht de partij later stemmen en zetels op. Janssens porde Van der Maelen aan tot een krachtig standpunt en kreeg daarvoor het fiat van het partijbestuur. De SP-regeringsleden volgden hem, omdat ze de concurrentie van Agalev vrezen en beseffen dat er in dit dossier naar hartenlust gepokerd kan worden. Premier Verhofstadt zelf onderscheidde zich in Helsinki met gedurfde standpunten en verklaringen over het Europees leger. Bovendien laat het regeerakkoord de coalitiepartners in deze volledig vrij spel. Over de legerhervormingen, de militaire taken en aankopen beperkt het regeerakkoord zich tot enkele nietszeggende zinnen. Om onduidelijke redenen kwam het thema tijdens het formatieberaad niet aan bod. Volgens sommigen gaat het om een vergetelheid, volgens anderen werd het thema doelbewust onder het tapijt geveegd. Wegens tijdgebrek en omdat men al over heel veel een akkoord had, moest men over "defensie geen moeilijkheden zoeken". De pineut van die 'vergetelheid' is minister van Defensie Flahaut (PS). Hoewel hij er allerminst om vroeg, moest hij van de partijtop naar het departement dat Guy Coëme (PS) fataal werd. Welke koers hij moet varen, moet Flahaut zelf maar bedenken. Tijdens het begrotingsdebat zei de minister niet veel. Hij wil geen sensatie zoeken, discreet en sereen werken, en bovenal is hij realist en pragmaticus. Half januari moet Flahaut nochtans kleur bekennen. Dan moet hij het investeringsplan (PMT) voor de volgende vijf jaar bekendmaken en zal duidelijk worden welke legertaken de regering wil afstoten of behouden. Dat wordt lijmen. In tegenstelling tot de SP en de groenen willen de andere coalitiepartners wel een ticket voor de Joint Strike Fighter, ook al omdat er veel jobs en contracten mee gemoeid zijn. En dan is er de legerleiding, die het affront van de Rwanda-commissie nog lang niet vergeten is. Zij mort al jaren dat ze onvoldoende geld krijgt en dringt erop aan dat het budget met drie procent wordt verhoogd. In de regeringstop doet trouwens het gerucht de ronde dat de legertop niet aan het document-Flahaut wil meewerken als er niet meer middelen komen. In 1997 ventileerde de chef-staf van het leger, vice-admiraal Willy Herteleer tijdens het nationale debat over de krijgsmacht al het ongenoegen van de legertop: "Ons land geeft aan militaire investeringen een percentage uit dan minder dan de helft is van alle andere NAVO-landen, Luxemburg uitgezonderd. Als die situatie niet verandert, heeft België in de kortste keren de slechtst uitgeruste krijgsmacht van de hele NAVO, dus de meest kwetsbare." Deze en andere opmerkingen maakten Herteleer in politieke kringen niet echt populair. Toch verlengde minister Flahaut vier maanden geleden in alle stilte het mandaat van Herteleer met niet minder dan drie jaar. Het boodschappenlijstje van Herteleer is al geruime tijd bekend. In december 1998 meldde de Generale Staf dat ze de volgende twintig jaar 450 miljard frank voor de aankoop van groot materieel nodig heeft. Volgens VLD-defensiespecialist Goris betekent dat een jaarlijkse uitgave van 21,5 miljard frank, of bijna het dubbele van vandaag. Goris en premier Verhofstadt hebben het daar niet moeilijk mee: het is gewoon onbespreekbaar.Paul Goossens