Belgische fotografen van 1839 tot 1905 in het Antwerpse Museum voor Fotografie.
...

Belgische fotografen van 1839 tot 1905 in het Antwerpse Museum voor Fotografie.Het is een prikkelende tentoonstelling. Ik kreeg de indruk dat de Belgen in de vorige eeuw de fotografie bedreven zoals ze de liefde bedreven : lichtjes opgewonden, tijdens het weekend of op reis en in kleine groepjes. Die indruk maakt deel uit van de speelse sfeer die rond de expositie hangt. Het Museum voor Fotografie heeft zich een frivoliteit veroorloofd, ze etaleren een stapel foto's volgens in redeloze maar frisse samenhang, en ze kunnen het zich eindelijk permitteren want de makers zijn dood. De foto's zijn vrij, nu. Het gaat over de Belgische fotografie tijdens de vorige eeuw. In 1839 werd de fotografie officieel als een uitvinding erkend, het gebeurde in Parijs en de ondernemende Belgen sloegen meteen aan het fotograferen. De portretfotograaf deed het in zijn chique studio, maar het gebeurde ook aan de kunstacademies en in de bordelen, op straat en op het koertje van het justitiepaleis. Sindsdien stapelen de foto's zich op, ze slingeren rond en raken verloren, en nu druppelen ze binnen in de musea voor fotografie. Ze vormen er een onoverzichtelijke berg die eigenlijk niet te schikken is. Hoe kan men foto's ordenen en exposeren ? Per fotograaf, onderwerp of chronologisch, per stijl, volgens grootte of gebruikte techniek of per regio ? Het is nooit goed. En toch, we zijn het er over eens dat de foto's van de negentiende eeuw moeten bewaard blijven, gesoigneerd, tentoongesteld en besproken. De inrichters zijn Marie-Christine Claes (kunsthistorica) en Pool Andries (de motor van het museum). Samen kozen ze voor een speels uitgangspunt. De expositie bestaat uit een tweede deel met ?zomaar? foto's en een eerste deel met 26 reeksen. Die zijn alfabetisch geschikt rond de 26 letters van het alfabet die telkens verwijzen naar een naam of een woord. De muren van de Lieven Gevaertzaal werden in 26 delen verdeeld en kregen elk een opschrift en een reeks foto's. Het resultaat is een frisse chaos, typisch voor de Belgische fotografie. Maar er is wel een orde. Tegenover elke ?Vlaamse? foto staat er een ?Waalse? en een ?Brusselse?. Er is gedacht aan de verschillende stijlen, de verhouding tussen het artistieke en het commerciële, er zijn fototoestellen, brieven, pamfletten en boeken. Dit is de meest Belgische fototentoonstelling, men kan erin wonen en almaar nieuwe beelden ontdekken. Want ja, dit is ook typisch : foto's wisselen voortdurend in waarde. Het alfabet ziet er zo uit : Alexandre (fotografische duizendpoot met onder andere foto's van Leopold II), Leo Baekeland (uitvinder van onder andere het bakeliet), Ernst Candize, L.P. T Dubois de Nehaut (hooggeplaatste persoon), Elisabeth van België (die schattige foto's maakte tijdens de Eerste Wereldoorlog), Edmond Fierlandts (fotograaf van ons patrimonium), De gebroeders Ghémar (die waardige statiefoto's maakten van Leopold I), Jules Hallez (toeristische landschapsfoto's), Romain Ickx (mistige schoonheid), J.B.A.M. Jobard (bekend bij Daguerre). Fernand Knopff (de kunstschilder die ook de fotografie gebruikte als hulpmiddel), Leonard-Joseph Lekeu, Gaudenzio Marconi (maakte foto's van naaktmodellen voor de kunstenaars aan de academie), Adolphe Neyt (fotografeerde ook de sterren), Guilaume Oury (maakte schilderachtige burgerlijke taferelen), Jean-Baptiste Pigeon (familieportretten), Quéval (reeksen stereofoto's), Gilbert Radoux (eerste drukker van foto's), Simonau, H.W.T. Talbot (Britse uitvinder van het positief-negatief procédé fotografeerde enkele malen in ons land), Union Photographique, Desiré Van Monckhoven (vervaardigde op zijn achttiende al een vermaard fotohandboek), Guillaume Weber (maakte portretten op papier negatief), X (onbekende fotografen), Yena, en Leonard-Hubert Zeyen (Luiks fotograaf). DE TIJD HEEFT ZE VERSTILDHet bekijken van die foto's vereist een toegewijde instelling. Ze hebben een stille natuur. Ze flitsen niet, zijn vaak klein en vertonen weinig in het oog springende grafische effecten. We moeten ze van dichtbij bekijken en onze ogen de kans geven om er aan te wennen. De tijd heeft die foto's een andere dimensie gegeven. De dingen in beeld lijken ons pittoresk, ongevaarlijk, letterlijk ?van vroeger?. Het is een prikkelende tentoonstelling, we stellen er ons van alles bij voor. Als Alexandre in 1880 een Iguanodon fotografeert in het Museum voor wetenschappen in Brussel, dan plaatst hij ook een man in beeld. Hij heeft een bolhoed op en kijkt naar het geraamte. Hij staat daar met één hand in de zij en met de andere houdt hij de kooi vast. Het is een merkwaardige, bepoederde foto. De geraamten zijn nog te bezichtigen, maar een foto als deze kan nooit meer gemaakt worden, we zien het aan alles in beeld. De tijd heeft foto's zoals deze verstild. En dan zijn er de beelden in de galerie. Het zijn foto's die niet te schikken zijn volgens het alfabet. Losse beelden. Achter het hoekje staat een dun stoeltje met een hoofdsteun. De mensen werden er in vastgevezen. Ze konden er relatief onbeweeglijk in poseren. Boven dat stoeltje hangen vier daguerrotypies. Die fotootjes zien er uit als spiegeltjes, met een trillend beeld. Het zijn foto's van booswichten. België was immers het eerste land waar booswichten tamelijk systematisch werden gefotografeerd, ter identificatie. De mannen zien er bedaard uit. Ze moesten lang stilzitten voor de foto. Het is te zien. In een glazen kast staat een boek met een foto van het Kasteel Boechout in Meise. Het is een simpele foto, met op de voorgrond een glad spiegelend watervlak en een strakke witte lucht. Het kasteel zelf in klein in beeld, het lijkt het decor voor een sprookje, maar het is echt, want het is een foto en we herkennen het als Belgisch. Johan De Vos ?Pioniers in Beeld. Belgische fotografen 1839-1905?, Museum voor Fotografie, Waalse Kaai 47, Antwerpen. Elke dag (behalve maandag) van 10.00 tot 17.00. Alexandre, De Iguanodon van Bernissart, 1880 : de tijd geeft de foto's een andere dimensie.