Het is Philippe Busquin niet aan te zien dat hij erg lijdt onder zijn vertrek uit de Belgische politiek. De voormalige PS-voorzitter beweegt zich goedgemutst en ontspannen door de Europese wandelgangen. Als commissaris bevoegd voor wetenschappelijk onderzoek en innovatie komt Busquin slechts zelden in woelige politieke wateren terecht. Ook het Europees parlement, dat hem bij zijn aanstelling meedogenloos tackelde, heeft Busquin in de armen gesloten. De commissaris beheert immers een miljardenbudget en iedereen houdt hem bijgevolg graag te vriend.
...

Het is Philippe Busquin niet aan te zien dat hij erg lijdt onder zijn vertrek uit de Belgische politiek. De voormalige PS-voorzitter beweegt zich goedgemutst en ontspannen door de Europese wandelgangen. Als commissaris bevoegd voor wetenschappelijk onderzoek en innovatie komt Busquin slechts zelden in woelige politieke wateren terecht. Ook het Europees parlement, dat hem bij zijn aanstelling meedogenloos tackelde, heeft Busquin in de armen gesloten. De commissaris beheert immers een miljardenbudget en iedereen houdt hem bijgevolg graag te vriend.Bent u, als Belgisch commissaris, de interface tussen het voorzitterschap en de Commissie?Philippe Busquin: De traditie wilt dat de commissaris het contact met de regering van zijn land onderhoudt. Het helpt om eventuele misverstanden uit de weg te ruimen of vragen op te helderen. België bevindt zich natuurlijk in een speciale situatie. De Commissie is in Brussel gevestigd en heeft voortdurend contact met de Belgische regering. Bovendien heeft premier Guy Verhofstadt (VLD) een uitstekende relatie met voorzitter Romano Prodi. Voor de Commissie is België geen terra incognita. U bent Belg, maar als commissaris wordt u niet geacht de Belgische belangen te verdedigen.Busquin: Wij horen voor Europese standpunten op te komen. Voor een Belg is dat geen probleem, want ons land heeft een erg ontwikkelde Europese sensibiliteit. Het is niet eens uitzonderlijk dat een commissaris tegen zijn land stemt. Karel Van Miert (SP) had op dat punt een reputatie. En u?Busquin: Wat de liberalisatie van de post betreft, heb ik Frits Bolkestein gevolgd. Ik was me er nochtans van bewust dat de Belgische regering en zeker de socialisten daar problemen mee hebben. De opstelling van de Commissie leek me echter logisch en belangrijk. Bij de PS denken ze daar anders over.Busquin: Ik kan me voorstellen dat ze niet enthousiast waren over mijn houding. Toen ik voorzitter van de PS was, had ik ook alleen oog voor tewerkstelling en vreesde ik een te vlugge liberalisering. Ik focuste op de bedreigde jobs, terwijl de globale Europese context me ontging. Nu hou ik daar wel rekening mee. Overlegt u systematisch met de regering of wordt het allemaal aan het toeval overgelaten?Busquin: We hebben geen wekelijks of maandelijks contact of zo, maar zodra zich iets aandient, wordt er gebeld. Niet alleen de regering weet me te vinden, ook de sociale en industriële wereld kent de weg. Het is mijn taak, geloof ik, om de collega's over mogelijke reacties in mijn land te informeren. Typisch voor de Commissie is dat er geen afgelijnde kampen bestaan: de niet-socialisten vormen er geen front tegen de socialisten. Als er gestemd wordt, gaat het steeds om wisselmeerderheden. Onlangs publiceerde de Commissie een Witboek over de regeerbaarheid van de Unie. Toeval of niet, maar dat wordt ook het centrale thema van de Verklaring van Laken.Busquin: Er moet duidelijkheid komen over wie wat doet en hoe de Europese besluitvorming functioneert. Het gaat dus over Kompetenzordnung en de bevoegdheden van de Unie, maar het debat reikt verder. Ook de deelname van de burger aan de besluitvorming hoort erbij. Er is immers reden om zich over het democratisch tekort van Europa te verontrusten. In Laken moeten we duidelijk stellen waar we met de democratie in Europa naartoe willen. In Amsterdam en Nice zijn we daar niet in geslaagd. Als je er de prioriteiten van premier Verhofstadt op naleest, merk je dat het hem niet aan ambitie ontbreekt. Het is ook nodig. De uitbreiding van de Unie is een mutatie zonder voorgaande. Sommige afspraken en spelregels zijn aan verandering toe. Zijn er taken die de Unie aan de lidstaten moet teruggeven?Busquin: Er wordt veel over regionale en structurele hulp gesproken. De vraag rijst of het alleen over geld gaat dan wel of men het probleem ten gronde wil aanpakken. Naar landbouw en structuurbeleid gaat ongeveer tweederde van het Europese budget. Als de promotoren van die richting alleen de uitgaven willen verminderen, kun je het bezwaarlijk een Europees geïnspireerd voorstel noemen. Uitgerekend Duitsland en Schröder willen landbouw en regionale hulp opnieuw aan de lidstaten toevertrouwen.Busquin: Als de motivatie louter financieel is... U sluit dat niet uit?Busquin: Wat wil je? In deze wereld kun je nergens zeker van zijn. De bekommernis van de Duitsers is overigens legitiem. Ze betalen het meest, ze mogen dus weten wat er met hun geld gebeurt. Ik vind trouwens dat Europa meer aan onderzoek, innovatie, immigratie en sociale politiek moet doen, alsook aan voedselveiligheid. Daarvoor zijn er onvoldoende middelen en het spreekt voor zich dat de prioriteiten opnieuw bekeken moeten worden. Ik heb het daar niet moeilijk mee, maar ik wil de solidariteit met de armere regio's niet opgeven. Hoe staat u tegenover de stelling dat men de bevoegdheden van Europa eens en voorgoed moet vastleggen?Busquin: Ik geloof daar niet in. De wereld verandert, bijgevolg moet Europa veranderen. Het komt er wel op aan dat we duidelijke doelstellingen hebben en permanent naar de best mogelijke democratie blijven zoeken. Dat is een moeilijke evenwichtsoefening, want je moet dat met een efficiënte economie, een rechtstaat en een Europees sociaal model combineren. Daar ben je nooit mee klaar. Misschien zouden de eurosceptici minder wantrouwig zijn als ze de zekerheid hadden dat de Unie niet verder zal uitdijen.Busquin: Ik ben het daar niet mee eens. We kunnen niet blijven stilstaan om de tegenstanders gerust te stellen. Daarmee ga je tegen de geschiedenis in. We worden steeds met nieuwe uitdagingen geconfronteerd, waarop we een antwoord moeten geven. De Balkan-crisis heeft duidelijk gemaakt dat Europa een eigen strijdmacht en een eigen buitenlands beleid nodig heeft. Hoe moet je de eurosceptici overtuigen?Busquin: Je moet ze iedere keer met hun eigen tegenstrijdigheden confronteren. Europa is zo kwetsbaar voor een oliecrisis, omdat het geen gemeenschappelijke energiepolitiek heeft. In tegenstelling tot de Verenigde Staten kunnen we niet uit gemeenschappelijke stocks putten om de prijzen te doen dalen. Ook in mijn sector, onderzoek en innovatie, hebben we er alle belang bij om de dingen samen aan te pakken. Als wij het menselijk genoom niet ontcijferen, zullen de Amerikanen het doen, en dan zullen zij ook alle baten opstrijken. Door de globalisering lijkt het me noodzakelijk dat Europa de volgende jaren zijn bevoegdheid uitbreidt. Het spreekt voor zich dat we meer Europa nodig hebben. Jammer genoeg hebben de eurosceptici dat nog altijd niet in de gaten. De Europese integratie afremmen om de eurosceptici te kalmeren is ...Busquin: ... een verschrikkelijke strategische fout. Als we daarmee beginnen, dreigt de Europese integratie stil te vallen. Hebben de gebeurtenissen in Genua het kader waarin het Belgische voorzitterschap moet opereren niet compleet overhoopgehaald?Busquin: Hoe fundamenteel de institutionele problemen ook zijn, andere dossiers eisen nu eveneens de volle aandacht op. De globalisering, de terugval van de economische groei... Bovendien verplicht de mobilisatie rond de topontmoetingen ons om aan de formule van die vergaderingen te sleutelen. Het showgehalte moet verminderen. Het zijn allemaal elementen die het werk in Laken er niet makkelijker op maken. In Göteborg en Genua waren er niet alleen relschoppers, maar ook ernstige en serieuze lieden.Busquin: Absoluut. Welk antwoord moet Europa hen geven?Busquin: Het lijkt me essentieel dat we de associatieve wereld en de ngo's veel nauwer bij het overleg betrekken. Aangezien de natiestaten voortdurend invloed verliezen, komt het erop aan een nieuw systeem te vinden om de liberale gang van zaken op wereldvlak te beheersen. We hebben hier een zware verantwoordelijkheid en als we er niet in slagen om deze nieuwe beweging te structureren, zou het Europese model wel eens grote schade kunnen lijden. Het is trouwens geen toeval dat uitgerekend Europa op tal van vlakken, zoals inzake de Kyoto-norm, opgemerkte initiatieven neemt. Als partijvoorzitter waarschuwde u vaak voor het wilde liberalisme. Sinds u Europees commissaris bent, horen we u daarover niet meer. Alsof u als Europees boegbeeld van mening en overtuiging bent veranderd.Busquin: Mijn ideeën en overtuiging zijn niet veranderd, wel is er nu een andere benadering. Als lid van de Commissie ben je verantwoordelijk voor de uitbouw van de Europese integratie. Bijgevolg moet je compromissen sluiten. Deed de linkerzijde het laatste decennium niet te veel toegevingen aan het liberalisme?Busquin: Ja en nee. Onze topprioriteit was en is de uitbouw van Europa en daarvoor hebben we bij momenten veel water in de wijn gedaan. Terecht, me dunkt. Europa is een humanistisch project en een absolute noodzaak in deze geglobaliseerde wereld. In Laken zal er in hoofdzaak over institutionele problemen gepraat worden. De burger is daar niet mee bezig.Busquin: De institutionele discussie is nodig, maar volstaat niet. In tegenstelling tot de lidstaten, waar de politieke partijen de burger bij het beleid betrekken, is dat in Europa niet of onvoldoende het geval. Dat is niet zonder gevaar, ook al omdat de discussie over de Wereldhandelsorganisatie (WTO) binnenkort weer zal losbranden. Voor sommigen - het zijn niet alleen Amerikanen - moet de WTO er alleen op toezien dat er maximale vrijhandel met minimale normen mogelijk is. Volgens sommigen werden Nice en Amsterdam geen succes, omdat de Commissie heeft gefaald. In tegenstelling tot het tijdperk-Delors maakt ze niet langer het verschil.Busquin: Jacques Delors heeft de eenheidsmarkt en de gemeenschappelijke munt kunnen doorvoeren omdat de regeringsleiders het daarmee eens waren. Wat het institutionele aspect betreft, is Delors er evenmin in geslaagd een doorbraak te forceren. Zodra de lidstaten vrezen dat ze macht kwijtraken, wordt het allemaal bijzonder moeilijk. Het ontslag van Jacques Santer heeft de Commissie geen goed gedaan, maar ik denk dat Prodi veel puin heeft geruimd. Hij heeft opnieuw een werkzame relatie met het parlement. Delors was een leidersfiguur, Prodi blijft een professor.Busquin:(lange stilte) Tja, ik ben slecht geplaatst om daarover te oordelen. Ik heb nooit met Delors gewerkt. Wat zijn de sterke punten van deze Commissie?Busquin: Het klinkt misschien een beetje zelfingenomen, maar iedereen doet goed wat hij moet doen. En Prodi is een overtuigd Europeaan en schept een goede sfeer. Hij is veeleer een animator dan een bazige dirigent. Soms doet hij aan de Wilfried Martens (CVP) van het begin van de jaren tachtig denken. Tenslotte is er bij iedereen de vaste wil om het systeem te hervormen. Tijdens de openbare hoorzittingen werd u hard aangepakt. Hebt u dat volledig verwerkt?Busquin: Ik denk van wel en ik voel geen rancune. Ik heb soms zelfs de indruk dat het nu in mijn voordeel speelt. Sommigen die me probeerden onderuit te halen, werken nu heel positief mee. Alsof ze een schuld moeten aflossen. Hebben de hoorzittingen uw autoriteit in de Commissie niet aangetast?Busquin: Ik denk het niet. Iedereen beseft dat ik niet persoonlijk werd geviseerd, maar dat het een reactie tegen de samenstelling van de Commissie was. Als je niet te hoog gequoteerd staat, is het gemakkelijker om te stijgen. In de luwte van de actualiteit houdt u zich met netelige dossiers bezig. Bijvoorbeeld kernenergie. Ik verdenk u ervan dat u die onvermijdelijk vindt, maar dat u het nog niet durft te zeggen.Busquin: Het belang van de vernieuwbare energiebronnen zal toenemen, maar tussen 2020 en 2050 zitten we met een probleem. In die periode zullen we verder een beroep moeten doen op kernenergie. Europa kan het zich niet veroorloven om voor zeventig procent van zijn energiebehoeften van het buitenland afhankelijk te zijn. Bij elke oliecrisis slaan we alarm, maar als we één ding met zekerheid weten, is het dat we tussen vandaag en 2020 nog veel van die crisissen zullen kennen. De energiebehoefte van de andere continenten neemt immers toe. Het nucleaire moratorium is met andere woorden onhoudbaar.Busquin: Ook vandaag moet je die nucleaire stop relativeren. Het is allemaal nogal symbolisch. De Duitse kerncentrales blijven tot in 2030 actief, terwijl het Zweedse programma vertraging oploopt. Belangrijk is ook dat er een nieuwe generatie nucleaire centrales op komst is. Ze zullen maximaal veilig zijn en geen afval meer produceren. Als je eerlijk bent, kun je niet stellen dat de nucleaire industrie is uitgeteld. Gebruiken sommigen de Kyoto-norm niet om de nucleaire industrie te promoten?Busquin: Een deel van de nucleaire lobby probeert dat inderdaad, zij het op een nogal simplistische manier. Het is natuurlijk even simplistisch te ontkennen dat kernenergie invloed heeft op de klimaatverandering. Binnen de Commissie bent u een van de vurigste pleitbezorgers van een selectieve migratiepolitiek.Busquin: Het is toch zonneklaar dat de economische groei nu vooral op brains stoelt. Europa beseft dat onvoldoende en moet snel maatregelen nemen om mensen met diploma's hierheen te halen. Op eigen kracht slagen we er momenteel niet in om voldoende mensen op te leiden. Om onze toekomst te verzekeren, zijn we bijgevolg verplicht om brains in te voeren. Ongeacht de morele en politieke bezwaren?Busquin: Ongetwijfeld rijzen er ethische en politieke problemen, maar het is mijn overtuiging dat Europa het op een andere wijze kan aanpakken dan de Amerikanen. Ik pleit ervoor dat de informatici die we uit de derde wereld aantrekken na een drietal jaren naar hun land zouden terugkeren. In de VS daarentegen kunnen ze onbeperkt blijven en dan zijn ze definitief voor de ontwikkeling van de eigen samenleving verloren. Een groot deel van de publieke opinie in Europa houdt het nog altijd bij een absolute migratiestop.Busquin: Men beseft nog onvoldoende dat een blijvend tekort van wetenschapslui en onderzoekers ons fataal kan worden en dat de Europeanen op termijn elders in de wereld werk moeten zoeken. Veel tijd hebben we niet te verliezen. In Frankrijk gaat de helft van de onderzoekers in de komende vijf jaar met pensioen. In Duitsland en ook in België is de situatie niet grondig verschillend, want overal zit je met die generatiewissel. Paul Goossens