Copyright Knack/Der Spiegel. Bewerkt door Hubert van Humbeeck.
...

Copyright Knack/Der Spiegel. Bewerkt door Hubert van Humbeeck.Er schuilen soms verschillende levens in één mens. Neem nu Bianca Jagger - de voormalige vrouw van de rockster Mick Jagger van The Rolling Stones. In de jaren zeventig de ster op alle feestjes van de rich and beautiful in New York, maar nu sinds jaren aanwezig op elk slagveld waar de mensenrechten in het geding zijn. In die mate dat het Londense weekblad New Statesman haar onlangs een 'nieuwe moeder Theresa' noemde. En dat was niet ironisch bedoeld. Hoe komt het dat ze zich altijd wil moeien, als ze ergens onrecht meent te ontwaren? 'Ik wil een getuige zijn,' zegt ze. Maar vooral één gebeurtenis lijkt haar leven te hebben veranderd. 'Ik bezocht in 1981 met een delegatie van Amerikaanse parlementsleden een vluchtelingenkamp in Honduras, aan de grens met El Salvador. Toen we daar aankwamen, was er net een zogenaamd doodseskader in het kamp. Ze kozen zo'n veertig mannelijke vluchtelingen uit, bonden hun duimen achter hun rug aan elkaar en marcheerden ermee weg, in de richting van El Salvador. Om ze daar dood te schieten.''We stonden eerst geschokt naar het tafereel te kijken. Dan beslisten we, allemaal gelijk, om ze achterna te lopen. We liepen, en de vrouwen en kinderen van de gekidnapte mannen liepen met ons mee. Als we ze bijna hadden ingehaald, schreeuwden we dat ze die mannen moesten vrij laten of ons anders allemaal dood schieten. De kidnappers aarzelden. Ze richtten eerst hun Amerikaanse M-16-geweren op ons, maar ze lieten hun gevangenen dan toch gaan. Waarom weet ik nog altijd niet. Hebben we die mensen toen het leven gered? Die keer ging het goed. Maar die ervaring heeft me vooral geleerd dat een beetje moed veel kan bereiken.'BIANCA JAGGER: Ik kreeg de erkenning die ik nu geniet niet cadeau. Maar ik zet me nu al twintig jaar voor de mensenrechten in, ik reis heel veel in crisisgebieden. Ik was het voorbije jaar in Afghanistan, in Pakistan en in India. Ik was in de Palestijnse stad Jenin, twee dagen nadat het Israëlische leger daar huis had gehouden. Tijdens de oorlog om Kosovo ben ik door Servische soldaten opgepakt. JAGGER: Wat moet gebeuren, zal gebeuren. Ik ben katholiek, ik geloof in God. Ik geloof dat we allemaal een engelbewaarder hebben, die over ons waakt. JAGGER: Tja. Ik werd ook niet in de Verenigde Staten of in West-Europa geboren. Mijn wieg stond in Nicaragua, dat 43 jaar lang door de Somoza-clan onderdrukt werd. Mijn moeder was politiek zeer actief, ze was fel tegen het Somoza-regime gekant. Ik stapte in Managua mee op in studentenbetogingen tegen Somoza, waarbij demonstranten door de nationale garde werden dood geschoten. Op Kerstmis 1972 werd het land door een zware aardbeving getroffen. Omdat ik mijn ouders niet aan de telefoon kreeg, vloog ik met Mick naar Managua om ze te zoeken. De luchthaven was een puinhoop, een groot deel van de stad was verwoest. De stank van de lijken onder het puin was verschrikkelijk - er kwamen meer dan tienduizend mensen om het leven. Het duurde vier lange dagen voor ik mijn ouders uiteindelijk vond. Maar ik had snel door dat Somoza en zijn gunstelingen met de noodhulp, die uit de hele wereld toestroomde, hun zakken vulden. JAGGER: Parijs heeft van mij de mens gemaakt die ik nu ben. Ik ontmoette Mick op een feestje, na een optreden van The Rolling Stones. Hij was schuchter, sprak vrij goed Frans en had aan de London School of Economics gestudeerd... JAGGER: Omdat ik me realiseerde dat mijn leven mijn leven niet meer was. Ik had er absoluut geen idee van wat de roem van Mick en de druk van de media teweeg zouden brengen. Voor ik trouwde, had ik nooit met journalisten gesproken of interviews gegeven. Toen ik de dag na het huwelijk de kranten zag, wist ik dat ik geen privacy meer had. Maar dat huwelijk, God, het had goede en slechte kanten. Enkele goede en veel slechte. JAGGER: Waarom bent u er zo zeker van, dat ik Warhol nooit zou hebben ontmoet als ik niet met Mick was getrouwd? JAGGER: Het was een tijd van renaissance! Van kunstzinnige vernieuwing. Kunstenaars uit Frankrijk, Duitsland, Italië, iedereen kwam naar New York. Muren werden gesloopt. Er heerste een enorm gevoel van vrijheid. We weten nu dat het vals was, maar we waren zo vol energie dat we dat niet zagen. De pil had de vrouwen bevrijd. Homoseksuelen durfden voor hun geaardheid uitkomen. Tot aids een hele generatie kort daarna vreselijk liet ontwaken. JAGGER: Overlevingsinstinct en discipline. Ik zag hoe mensen rond mij wrakken werden. Ik zag ze sterven. De angst dat het mij ook zou overkomen, heeft me discipline bij gebracht. Ik wou lichamelijk en geestelijk scherp blijven. Ik ben niet bang voor de dood, maar voor het verval. JAGGER: Ik ben opgegroeid in de derde wereld. Woorden zoals imperialisme of kolonialisme betekenen voor mij eigenlijk hetzelfde. Wij zijn, in Zuid-Amerika - in Nicaragua, El Salvador, Guatemala, Chili of Cuba -, de speelbal van de Amerikaanse politiek. Er zal met George W. Bush als president van de VS niets aan die situatie veranderen. Bush is een gevaarlijke man. Wat kan je verwachten van iemand die zoveel minachting aan de dag legt voor de Verenigde Naties, voor internationale verdragen, het milieu, burgerrechten, justitie? JAGGER: Die jongen was zeventien! Het wapen dat bij hem werd gevonden, was het moordwapen niet. Er waren zeven getuigen, die zegden dat hij niets met die moord van doen had, maar die werden niet tot de rechtbank toegelaten. Zijn executie was een aanfluiting van de internationale regel, die wil dat de doodstraf niet bij minderjarigen wordt uitgevoerd. Bush schoof al die bezwaren aan de kant. JAGGER: Omdat Gary dat wou. Hij lag daar met zijn armen vol naalden en draden. Ik wist niet dat hij de dodelijke spuit al had gekregen. Het was een schokkende ervaring. Hij riep zijn onschuld nog uit. Zijn fout was dat hij arm was en zwart en dat hij zich geen fatsoenlijke advocaat kon permitteren. Het is toch gek dat een meerderheid van de mensen die in de VS worden geëxecuteerd, deel uitmaken van een minderheidsgroep JAGGER: Ik vond die oorlog niet legitiem en moreel niet gerechtvaardigd en dat is nog altijd zo. Ik ben vanzelfsprekend blij dat Saddam Hoessein van de macht is verdreven, maar ondertussen zijn de Irakezen wel nog altijd slechter af dan tevoren. De bezetting zal langer duren dan voorzien en veel jonge Amerikaanse en Britse soldaten zullen sterven. JAGGER: Het volkenrecht voorziet in de mogelijkheid dat er wordt ingegrepen om genocide te voorkomen. Dat was in Bosnië en in Kosovo aan de orde, maar niet in Irak. Toen Saddam Hoessein in de jaren tachtig een slachting aanrichtte onder de Koerden, beschikte hij over chemische wapens die hem door de Britten en de Amerikanen waren bezorgd. De oorlog die Bush nu met Irak voerde, heeft niets met mensenrechten te maken maar alles met macht en invloed in de wereld. JAGGER: Ja. Maar ik blijf het graag doen. Je blijft toch wonderbaarlijke mensen ontmoeten. Ik sta nu ver van de rijkdom van mijn ex-man, maar ik heb geen zin in een andere baan. JAGGER: Hij gaat toch nog maar zelden op tournee? Maar als hij het doet, pakt hij natuurlijk miljoenen dollar. Ik troost me met deze gedachte. Enkele maanden geleden sprak ik in Hyde Park in Londen twee miljoen mensen toe, die protesteerden tegen de oorlog in Irak. Iemand zei me toen: 'Dat zijn er in ieder geval meer dan wanneer Mick nog eens een concert geeft'. 'De oorlog in Irak heeft niets met mensenrechten te maken, maar alles met macht.'