Op de Antwerpse Leien, nu één langgerekte aannemerskloof in het hart van de stad, proberen twee archeologen te redden wat er te redden valt. Op het kruispunt voor de Nationale Bank graaft een kraan een grote hoop zwarte aarde weg, tot op een grijze ondergrond. De aarde wordt door vrachtwagens overgebracht naar een stadsdepot, waar ze later zal worden uitgezeefd. Alle materiaal dat erin verborgen zit, moet worden geanalyseerd.
...

Op de Antwerpse Leien, nu één langgerekte aannemerskloof in het hart van de stad, proberen twee archeologen te redden wat er te redden valt. Op het kruispunt voor de Nationale Bank graaft een kraan een grote hoop zwarte aarde weg, tot op een grijze ondergrond. De aarde wordt door vrachtwagens overgebracht naar een stadsdepot, waar ze later zal worden uitgezeefd. Alle materiaal dat erin verborgen zit, moet worden geanalyseerd. De grijze bodem is de prehistorische ondergrond van de stad - vier meter onder het huidige straatniveau. De zwarte grond is het slib uit een poel die zich daar in de zestiende eeuw bevond. Het is een merkwaardig gevoel. Wat nu het midden van de stad is, een belangrijke verkeersader, was vroeger het platteland. Langs de rand van de huidige Leien stond in de zestiende eeuw de belangrijkste stadswal. Daarbuiten: schamele boerenwoningen en een poeltje met water voor paarden en vee. 'De poel is te zien op oude stadskaarten', zegt archeoloog Bas Bogaerts die voor de duur van de werken is ingehuurd om zoveel mogelijk gegevens over de culturele voorhistorie van de stad te verzamelen. 'We vinden in het oude slib veel slachtafval, tal van resten van kruiken, eetschaaltjes, schoenen, maar ook riddersporen, stukjes van een maliënkolder en zelfs een schaar om schapen te scheren. We hebben niet zo dikwijls de kans om een goed afgelijnd geheel, zoals een poel, te kunnen onderzoeken. Wat we erin vinden, leert ons veel over hoe de Antwerpenaar vroeger leefde.'Er zijn ook al kanonballen en een mortiergranaat gevonden, bij graafwerken op de Amerikalei, met het kruit er nog in. Ze waren waarschijnlijk afkomstig van een beschieting door de Fransen bij de belegering van de Hollanders die in 1831 - vlak na de onafhankelijkheid van ons land - nog altijd de citadel van Antwerpen bezetten. De ontmijningsdienst van het leger kwam de projectielen halen en vernietigde ze. Voorlopig het enige echte militaire materiaal dat de archeologen-speurders vonden. De poel lag voor een van de belangrijkste bastions van de stadswal, aan de Sint-Jorispoort. Het bastion maakte deel uit van de Spaanse omwalling die in het midden van de zestiende eeuw op verzoek van Keizer Karel rond de stad gebouwd werd. Het geheel telde negen bastions en vijf stadspoorten. Enkele decennia later liet de hertog van Alva ten zuiden van de muur nog een citadel bij bouwen. Op het einde van de negentiende eeuw werd besloten de omwalling af te breken om er een brede boulevard aan te leggen. De verdediging van de stad was toen al een heel eind opgeschoven, tot voorbij wat nu de Singel is. De resten van de monumentale wal liggen een halve meter onder het huidige straatniveau. De bastionmuur, met enkele steunberen, zat bijna intact in de ondergrond. Om hem van afbraak te vrijwaren is hij in stukken van drie ton gezaagd, uit de grond gehaald en hermetisch ingepakt. Later wordt hij dan heropgebouwd in de ondergrondse parkeergarage ter hoogte van de Nationale Bank. De muur moet een permanente tentoonstellingsruimte in de parkeergarage vullen. Er was wat wrevel, omdat het behoud van het bastion een vertraging van drie maanden op de werkzaamheden opleverde. 'Maar de wet verplicht ons rekening te houden met het archeologisch patrimonium tijdens openbare werkzaamheden', zegt projectingenieur Bart Janssens van het Vlaams Gewest, die de werken aan de Leien coördineert. 'De Vlaamse wetgeving verplicht het vragen van een archeologisch advies bij het toekennen van een bouwvergunning.'Janssens is geïnteresseerd in wat de archeologen allemaal in de grond uitspoken, maar geeft toe dat de kans klein was dat er aandacht voor ons cultureel erfgoed zou zijn geweest als de wet hem daartoe niet had verplicht. 'We waren een beetje verrast', erkent hij. 'Onze plannen waren af voor we met de archeologen geconfronteerd werden. We wisten natuurlijk dat er allerlei historisch materiaal in de grond zat, en we zijn blij dat we hier en daar wat kunnen redden. Maar we kunnen de werken natuurlijk niet om de haverklap stil leggen.'De archeologen maken zoveel mogelijk aantekeningen van wat ze vinden, voor het vernietigd wordt bij het graven. Enkele stukken hebben ze met veel moeite kunnen bewaren voor het nageslacht. De muur in de parkeergarage zal ook voor wandelaars te bezoeken zijn, via een speciale ingang. De onderzoekers dromen er ook van dat de sfeer van de parkeergarage op de plaats van de vroegere Sint-Jorispoort wat van de grandeur uit de zestiende eeuw zal uitstralen, hoewel daar nog niets over is beslist. En ze verzetten zich tegen de kritiek dat ze veel commotie veroorzaken voor een hoop stenen. 'Om te beginnen', stelt archeologe Karen Minsaer met klem, 'zijn de arbeiders hier sterk onder de indruk van het metselwerk van hun zestiende-eeuwse collega's. Héél degelijk werk was er toen afgeleverd. Daarenboven gaat het niet zomaar om een stuk oude muur, maar om een historische primeur. Antwerpen was in de zestiende eeuw een wereldstad en had de beste ingenieurs uit onder meer Italië aangetrokken om haar verdediging te organiseren. De stadsomwalling is een schoolvoorbeeld van Noord-Italiaanse renaissance. Antwerpen was de eerste gebastioneerde stad in de Nederlanden. Alleen daarom al verdient dit stukje muur aandacht. De omwalling was ook een prestigeproject voor de toenmalige bouwheren - de reden waarom ze zo mooi werd afgewerkt.' De muur die in de parkeergarage heropgebouwd zal worden, was een klassieker in de vestingbouw, een model voor vergelijkbare vestingen die andere steden optrokken. De bastions waren vijfhoekige uitsprongen in de muren, in de plaats van de klassieke ronde middeleeuwse constructies die te veel dode hoeken hadden waarin verdedigers eventuele aanvallers niet konden zien. De muur was versterkt om weerstand te kunnen bieden aan de zware ijzeren kanonskogels die in die tijd opgang maakten. Ook de - later aangelegde - gracht rond de wal was aangepast met het oog op een goed zicht, met zachter glooiende hellingen. Een edict van landvoogdes Margareta van Oostenrijk eiste de sloop van huizen in de geschutszone. De huisjes die aanvankelijk nog rond de poel stonden, werden afgebroken omdat ze te veel schuilplaatsen voor aanvallers boden. Heel de sfeer rond de wal was op verdediging toegespitst - wat nu gelukkig niet meer het geval is. 'Ik ben blij dat we op z'n minst een klein stukje van de bastionmuur kunnen bewaren' zegt Minsaer, 'want anders zouden we in minder dan tien jaar tijd haast alles wat er van de omwalling restte verloren hebben. Er is in de archeologie een groot onderscheid tussen onderzoek en behoud. Het onderzoek was in de bouwvergunning opgenomen, het behoud niet. In onze buurlanden wordt meer aandacht geschonken aan het behoud van het culturele erfgoed. Hier gaat vooral bij kleine private bouwprojecten veel interessant archeologisch materiaal verloren. Voor grote openbare werken gaat het wat beter, hoewel we in dit geval graag al vroeger, in de planfase, bij het project betrokken waren geweest, zodat we meer hadden kunnen redden. Onder de Leopoldplaats, bijvoorbeeld, is een tunnel dwars door de renaissancefaçade van de Sint-Jorispoort gegraven. Maar we zijn zeker niet ontevreden over de organisatorische en financiële medewerking die we van het Vlaams Gewest gekregen hebben.''Wij zouden ook graag meer bewaard zien,' bevestigt ingenieur Janssens, 'maar we zien alleen niet goed hoe we dat kunnen doen zonder voor nog meer overlast te zorgen. De Antwerpenaar mort nu al meer dan genoeg. Het zou natuurlijk mooi zijn dat archeologen al konden graven voor de werken begonnen. Maar dat impliceert dat kruispunten en uitvalswegen nog vroeger met obstakels te kampen krijgen, en dat kunnen we de Antwerpse burger niet aandoen. Dit bastion lag op een druk kruispunt - niet alleen vroeger, maar ook nu. Had hij een paar honderd meter verderop gelegen, hadden we er minder moeite mee gehad om hem bloot te leggen. Maar ik denk dat we een mooi compromis tussen verschillende belangen gevonden hebben.'Wat zo boeiend is aan archeologisch werk, is dat het statische karakter dat wij dikwijls van onze leefomgeving hebben, wordt onderuitgehaald. Er zijn bij de werken aan de Leien beenderen van een mammoet en een wolharige neushoorn gevonden - op één been zaten zelfs vraatsporen van hyena's. Dieren die tienduizenden jaren geleden in de buurt van de moerassen rond de Schelde leefden, en van wie de sporen gelukkig niet overal verdwenen zijn. Ook de evolutie van oorlogvoering komt goed tot uiting in wat er rond de Leien allemaal gevonden wordt. 'Je ziet echt vanalles opduiken', zegt Bas Bogaerts. 'Je ziet hoe vanaf de zestiende eeuw de wallen in zand werden gebouwd, omdat ze zo gemakkelijker heropgebouwd konden worden als ze tijdens een aanval getroffen waren. Je ziet hoe de muren constant werden aangepast aan de nieuwe aanvalstechnieken, en hoe vanaf de zestiende eeuw, nadat er krombaangeschut ontwikkeld was waarmee een aanvaller probleemloos over een muur heen kon schieten, stilaan op bomvrije ruimten werd overgeschakeld in de plaats van muren - overdekte ruimten die weerstand bieden tegen geschut en die zouden evolueren tot bunkers.'Voor de tweede fase van de werken aan de Leien, die in 2007 moet beginnen, zullen de archeologen wel vanaf het begin bij de plannen betrokken worden, hoewel het Vlaamse Gewest voor die zone niet meer de bouwheer zal zijn. De ervaringen opgedaan tijdens de eerste fase zullen nuttig zijn. De afdeling archeologie van de stad Antwerpen heeft een inventaris samengesteld van potentieel interessante sites die zich op het parcours van de werkzaamheden bevinden, zoals de Kipdorppoort ter hoogte van de Rooseveltplaats. Benieuwd of de wetenschappers meer uit de brand zullen kunnen slepen dan tijdens de eerste campagne. Door Dirk DraulansHet behoud van het bastion veroorzaakte drie maanden vertraging van de werken.