De Nederlanders zitten in de weg van een grote Belgische bank.
...

De Nederlanders zitten in de weg van een grote Belgische bank.De kans dat de Grote Belgische Bank dit is de fusie tussen de Generale Bank en de Bank Brussel Lambert , er komt, is iets groter dan dat ze er niet komt. Dat houdt een belangrijke ommekeer in : niet lang geleden was het namelijk net andersom. Iedereen heeft natuurlijk gehoord dat Fred Chaffart, de directievoorzitter van de G-Bank, een fusie zinvol noemde en dat zijn confrater Michel Tilmant van de BBL zijn bank beschreef als een gelukkige vrijgezel die een gelukkig huwelijk niet uitsluit. Maar een jaar geleden hadden de beide bankdirecties ook al geen moeite gespaard om de argumenten voor een fusie uit te bazuinen en toen lukte het niet. Wat is veranderd ? De fusie komt nu hun grootaandeelhouders goed uit. De Generale Maatschappij van België, hoofdaandeelhouder van de G-Bank, toont zich pro fusie. Aan die kant ligt het probleem niet. Bij de BBL steken de zaken ingewikkelder in elkaar. Daar doet zich immers de uitzonderlijke toestand voor, dat de drie controlerende aandeelhouders eigenlijk uit de bank weg willen. De Groep Brussel Lambert voelt zich steeds bereid tot verkopen. De holdingbaas Albert Frère is immers geen ondernemer, laat staan een bankier, maar een financier die koopt en verkoopt met winst. De verzekeringsgroep Royale Belge, die door de fusie van zijn Franse moeder UAP in de schoot van Axa belandde, verliest ook veel gewicht als stabiele aandeelhouder : de Franse topman Claude Bébéar, bijvoorbeeld, herhaalt tot in den treure dat participaties in banken voor hem geen strategische belangen vertegenwoordigen. Het Gemeentekrediet tenslotte, vroeger de mogelijke derde partner voor de Grote Belgische Bank, toont zich niet langer geïnteresseerd. De intussen geprivatiseerde openbare kredietinstelling ging scheep met de Crédit Local de France, en maakt daardoor deel uit van de Europese bankengroep Dexia. Een belang in de BBL is bijgevolg niet meer nuttig. Maar als drie aandeelhouders die eruit willen een probleem vormen, dan veroorzaakt die ene die wil blijven een nog grotere hindernis. Dat is dan de Nederlandse bankverzekeringsgroep ING, met twintig procent BBL in handen. Die poogde in 1992 de BBL te kopen, maar paste uiteindelijk omdat ze vreesde voor lijken in de kast. Ondertussen voelt ING zich weer prima bij de Belgische bank. De groep heeft niets tegen een fusie van de BBL met de G-Bank, op voorwaarde dat het in de Grote Belgische Bank een mandaat in de raad van bestuur krijgt én een blokkeringsminderheid kan aanhouden. Precies daarover struikelde de eerdere fusiepoging en het blijft de belangrijkste handicap voor het samengaan van de beide Belgische banken. ING zou immers voor eeuwig en altijd van binnenuit en ter bescherming van de eigen Europese belangen de plannen van de Grote Belgische Bank kunnen kortwieken. Toch zijn er fusiegesprekken aan de gang, hoewel iedereen dat ontkent. De beurs houdt alvast rekening met de komst van de Grote Belgische Bank. Dit jaar nog, voorspellen analisten zelfs. Als de eerste en de derde bank in België Dexia is nummer twee fusioneren, dan vormen zij de in België verankerde veertiende belangrijkste Europese bank. Nagenoeg alles pleit voor die fusie. Beide banken zijn kapitaalarm en te klein voor de Europese ruimte : zo blijven ze altijd een prooi voor een buitenlandse overname. Bovendien jaagt de invoering van de Europese eenheidsmunt euro hen in de kosten en veroorzaakt miljarden winstverlies op wisselkoerstransacties. De kwaliteit van hun winst laat te wensen over : zij halen die niet uit kredieten ze verkopen nu bijna zonder winst hypotheekleningen , maar uit meerwaarden op overheidsobligaties. Bovendien doen G-Bank en BBL hetzelfde werk op hetzelfde terrein, met dus dubbele investeringen in kantoren en informatica op een kleine markt. Die laatste factor bevat natuurlijk meteen ook dé grote bedreiging : de fusie kan leiden tot een sociaal bloedbad. Fusioneren heeft immers geen zin zonder het wegsnijden van dubbelgebruik in het kantorennet en het afslanken van het personeelsbestand. Dat kan een kostenvoordeel opleveren van zowat tien miljard frank. Analisten berekenden dat van de 28.000 bankbedienden, de helft overbodig wordt. Beide banken bezweren de buitenwacht dat maar één op vijf arbeidsplaatsen zou verloren gaan. Ze voelen goed genoeg aan dat het politieke en publieke klimaat hen niet gunstig gezind is, dus een jobalarm willen zij er nu niet nog bijnemen. De Kredietbank speelt in de hele operatie niet mee. ?Naast een Grote Belgische Bank is er plaats voor een Vlugge Andere Bank,? zei directievoorzitter Marcel Cockaerts. BBL heeft de mooiste hoofdzetel, maar moeilijke aandeelhouders.