Terwijl de Grande Armée zich in 1805 naar Beieren spoedde om daar een Oostenrijkse invasie af te slaan, lag de Franse admiraal Villeneuve met een stevige vloot van drieëndertig Franse en Spaanse oorlogsschepen voor anker te Cadiz, in het diepe zuiden van Spanje. Twee maanden van nietsdoen en afwachten had Villeneuve erop zitten, waardoor zijn tegenstander, admiraal Nelson, uitgebreid de kans had gekregen om de Engelse vloot te versterken. De Engelse marine verscheen op 29 september dan ook blakend van zelfvertrouwen voor de Spaanse kust. Ofschoon zijn vloot nog altijd acht schepen minder telde dan die van Villeneuve, was Nelson vastbesloten om de Fransen aan te vallen van zodra die Cadiz zouden verlaten. Sluw liet hij slechts enkele van zijn fregatten voor de havenstad zeilen. De echte vloot hield hij buiten het bereik van de Franse verrekijkers, terwijl hij zijn moment afwachtte. Dat kwam op 21 oktober.
...