Klopt het dat er een soort 'reservoir' bestaat waar het ebolavirus overleeft, en vanwaaruit het zich telkens weer kan verspreiden? (Ivan Herbots, Gent)

JANCLERINX: De hypothese die sinds de vorige epidemie in 2007 het meest plausibel wordt geacht, is dat bepaalde soorten vruchtenetende vleermuizen drager zijn zonder dat ze er zelf ziek van worden, of er op z'n minst een hoge immuniteit voor hebben. Het aantal geïnfecteerde dieren is wellicht heel klein, anders zou het virus veel frequenter uitbreken. In sommige landen zijn die dieren een lekkernij. De besmetting op mensen zou dan vooral tijdens de bereiding gebeuren. Ook apen en andere dieren lusten de vleermuizen. Wanneer zij ebola oplopen en zelf geslacht of bereid worden door mensen, ontstaat er opnieuw besmettingsgevaar.
...

JANCLERINX: De hypothese die sinds de vorige epidemie in 2007 het meest plausibel wordt geacht, is dat bepaalde soorten vruchtenetende vleermuizen drager zijn zonder dat ze er zelf ziek van worden, of er op z'n minst een hoge immuniteit voor hebben. Het aantal geïnfecteerde dieren is wellicht heel klein, anders zou het virus veel frequenter uitbreken. In sommige landen zijn die dieren een lekkernij. De besmetting op mensen zou dan vooral tijdens de bereiding gebeuren. Ook apen en andere dieren lusten de vleermuizen. Wanneer zij ebola oplopen en zelf geslacht of bereid worden door mensen, ontstaat er opnieuw besmettingsgevaar. CLERINX: Dat speelt een rol. Een besmet persoon die helemaal niet behandeld wordt, heeft meer dan 70 procent kans om te sterven. Dankzij een goede verzorging en de toediening van vocht, antibiotica en koortswerende middelen via een infuus daalt die kans naar 30 à 40 procent. Maar de hoofdoorzaak voor de hoge sterftegraad is dat ebola een virus is dat zich niet heeft aangepast aan de mens. In tegenstelling tot de meeste andere virussen, die een gastheer zoeken om zich te verspreiden, intoxiceert het de mens, waardoor die dus snel sterft en het virus uiteindelijk zichzelf ook uitroeit. Doordat het immuunsysteem van een mens in de vroege fase niet weet te reageren op het virus, kan ebola zich erg snel vermenigvuldigen in het lichaam. Die grote hoeveelheid virus in alle lichaamsvochten maakt dat het besmettingsgevaar zeer reëel is. CLERINX: Het transport zorgt voor veel tijdverlies, zwaar zieken kun je niet zomaar overbrengen, tijdens de vlucht kunnen zich complicaties voordoen... Kortom: het is beter om in een vroeg stadium ter plekke onze middelen in te zetten. Dat opent ook meer mogelijkheden voor experimentele behandelingen zoals transfusies met bloed of serum van patiënten die ebola overwonnen hebben. De bloedtransfusiecentra zijn aanwezig, net zoals de mensen die dat bloed of plasma kunnen doneren. Op korte termijn kunnen we de mortaliteit met die behandeling misschien terugbrengen van 40 naar 10 procent. CLERINX: Zeker als ebola al in een vergevorderde fase zit, ligt de besmettelijkheidsgraad via lichaamsvochten vele malen hoger dan die van hiv. Dan bestaat er ook via urine, speeksel of zelfs zweet een hoge besmettingskans. De draconische maatregelen zijn vooral nodig op plaatsen waar veel patiënten samen verzorgd worden, wat redelijk vaak voorkomt. De druk op de hulpverleners in die centra is erg hoog, wat ook verklaart waarom er al een paar zelf besmet zijn geraakt. CLERINX: De vroegere epidemieën waren telkens van korte duur. Eens ze weer verdwenen waren, verminderde de druk om een vaccin te ontwikkelen. De relatief beperkte verspreiding maakte het ook niet gemakkelijk om te experimenteren met virusremmers, immuunantistoffen of vaccins. Om vaccins te testen is men aangewezen op mensapen en daarvan zijn er niet zoveel. Na vaccinatie moeten die proefdieren met het ebolavirus worden besmet. Als het vaccin niet goed werkt, zullen ze dus snel sterven. Aangezien er verschillende versies van het ebolavirus bestaan, moet een ideaal vaccin ook specifiek gericht zijn tegen de variant die op dat moment de ronde doet. En als er dan toch een vaccin in een vergevorderde fase komt zodat het zou kunnen worden toegediend, zal het ook niet zo simpel zijn om het effect te evalueren. Eigenlijk moet je op voorhand weten wie besmet zou kunnen worden. Zo niet moet je een halve bevolking inenten met een vaccin waarover geen zekerheid bestaat. Volgende week: Energie-expert André Jurres. Mail uw vragen naar mijnvraag@knack.be. De vraag van de week wordt beloond met 2 filmtickets.Hannes Cattebeke