DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN Het was een goede fabriek. Iedereen herinnert zich nu opeens dat haar elektrische frituurpannen de beste waren, en niet te duur. Maar de Nova is failliet. Die klap komt in het stadje Tongeren zwaar aan, want er vechten daar nog een paar andere bedrijven voor hun leven. De sterke frank, de import van goedkope spullen uit lage-loongebieden, de hoge Belgische loonkost, de verzadiging van de markt, devaluaties in sommige landen van de Europese Unie waar dus koopjes te halen zijn : ziedaar de vele verklaringen, altijd dezelfde, van wat er misliep. De internationale concurrentie was te zwaar. Veronderstel even dat een ploeg werknemers van Nova de kans had gekregen om in een populair televisieprogramma te komen smeken : ?wil iedereen die nog een klein keukentoestel kan gebruiken, er asjeblief een kopen, nu meteen. En laat het er een van Nova worden, dan zijn we gered.? Met zo'n een hartelijke aanpak en nog een paar andere volksvriendelijke mediatechnieken zou ons bedrijfsleven mond aan mond beademend kunnen worden. Jaren geleden werd het Verenigd Koninkrijk in al zijn winkelstraten overspoeld door mooie mannequins. Versierd met de Union Jack droegen zij de slogan Buy British ! op hun t-shirts en, meer nog, pronte achterwerkjes. Die actie werd een groot succes. De handel in binnenlandse producten bloeide op. Zou een lidstaat van de Europese Unie vandaag nog een dergelijke campagne voor ?Eigen Economie Eerst? mogen voeren ? Laat de verbeelding even spreken : alle warenhuisketens of andere distributiecentra maken doelbewust E.E.E.-promotie voor in het Belgisch koninkrijk vervaardigde koopwaar. Auto's uit Antwerpen, Gent of Genk, kaas uit West-Vlaanderen, appelstroop uit Luik, regenjassen uit het Waasland, broodroosters uit Haspengouw. ?Beter bij de fabriek van hier.? Waarop zou een dergelijke, simpele steun aan de thuisproductie uitdraaien ? Bijna zeker op een regen van processen in Straatsburg. Concurrentievervalsing. EU-commissaris Karel Van Miert die in kogelvrij vest de affiches komt wegscheuren. Daarom krijgen steeds meer gemoederen last van een binnensijpelend inzicht : de zegeningen van een op Europese schaal gestuurde economie met straks ook nog een eengemaakte supermunt erbij worden met de dag minder begrijpelijk en voelbaar. Nog maar net is de allergrootste onzin uit het landbouwbeleid geschrapt, er zijn nu wat minder subsidies om allerlei dwaze overschotten voort te brengen, of het leed slaat toe in de industrie. De ontkiemende revolte bij de door Karel Van Miert gewetensvol ter dood veroordeelde Forges de Clabecq kan gevaarlijke afmetingen krijgen. ?Als Europa zich tegen de arbeiders keert, zal het volk zich tegen Europa keren.? Die kreet is weliswaar onwetenschappelijk, industrieel kortzichtig en politiek onbillijk. Maar op een toenemend aantal plaatsen wordt hij steeds vaker geroepen. De Europese Unie dwingt haar leden tot een strak begrotingsbeleid, tot duizend en één gedragsregels en economische gelijkschakelingen. Maar ze is afwezig in het landschap waar bijna twintig miljoen werkloze Europeanen rondlopen. Lang kan dat niet meer duren. Geen enkele Maastricht-norm heeft het over werkgelegenheid of enige andere vorm van maatschappelijk succes, laat staan van geluk. De Commissie regeert over Europa zoals managers over een reusachtige multinational. Die werken met een vaak (maar niet altijd) vruchtbare logica, met goed gestoffeerde visies op de lange termijn en een grote hoewel niet onfeilbare kennis van de ontstuimige wereldmarkt. Deze laatste is de geglobaliseerde, collectief aanbeden godin die onze oude samenlevingen dwingt tot ?flexibiliteit?, sociale buigzaamheid in alle weer en wind. Die is toekomstgericht, nodig en nuttig maar onaangenaam. Haar promotoren missen bovendien een essentieel gezagsargument : dat van de democratische instemming vanwege de bevolkingen waaraan zij bevelen geven. De altijd weer weggepraatte kritiek dat het Europese beleid geen tegenmacht kent, geen parlementaire controle, zal vroeg of laat tot een crash leiden. Er is nog een ander probleem. De vijftien Europese Unielanden produceren en verkopen 30 procent van alle goederen ter wereld. Zij vormen het krachtigste economische blok, nog vóór de VS met 26 en Japan met ongeveer 17 procent. Men zou dus kunnen denken dat het Europese model aan de rest van de aarde zijn sociale, maatschappelijke, intellectuele en technologische wetten stelt. Toch gebeurt dat niet. De nationale staten roepen al sedert veertig jaar dat ze met hun beperkte economieën of investeringsvermogens niet kunnen optornen tegen de rest van de planeet. De bestuurders van de Unie hebben dezelfde angst overgenomen. Zij schijnen niet te beseffen dat hun samengevoegde kapitaalvoorraden, infrastructuur, sociale tradities en onderwijskwaliteit superieur zijn. Op een raadselachtige manier geven zij hun feitelijk overwicht prijs aan de mode van de tijd : bang zijn voor oosterse of zuiderse Tijgers. Zij schijnen niet te zien wat in Latijns-Amerika, Korea of Indonesië aan het gebeuren is. WELKE DRAAK ?Ook daar werpt de bevolking haar koelie-uniform af en vraagt zij in golven van syndicale agitatie om meer welstand, macht en waardigheid. Wat dat betreft, zijn zeer veel deelnemers aan de menselijke beschaving zich langzaam maar zeker op gelijke hoogte aan het hijsen. Daarom moet de in Europa heersende mythologie van de wereldconcurrentie als verslindende draak, waaraan zovelen hun sociale gemoedsrust moeten opofferen, dringend weerlegd worden. Zoals zij nu is en werkt, zal de elite die de Unie vorm geeft, daartoe niet in staat blijken. Zij zou niettemin haar voordeel kunnen doen met de lectuur van drie ellendig lange maar genereuze pagina's in het Duitse weekblad Die Zeit van 17 januari 1997. Daarin vertelt de zelf door geldspeculatie schatrijk geworden en nadien tot universele filantropie bekeerde Hongaarse Amerikaan George Soros : na het verdwijnen van zowel de fascistische als communistische wereld vormt het ongeremde kapitalisme de grootste bedreiging voor de mensheid. Want als enige momenteel geldende waarheid is het even totalitair.