Mijnheer De Clercq, de VN-top over duurzame ontwikkeling in Johannesburg heeft weinig concreets opgeleverd.
...

Mijnheer De Clercq, de VN-top over duurzame ontwikkeling in Johannesburg heeft weinig concreets opgeleverd. WILLY DE CLERCQ: Ik blijf voorstander van dit soort wereldcongressen, ook al kosten ze veel geld en energie voor op het eerste gezicht vaak weinig resultaat. Maar alleen het feit dat zoveel landen met elkaar praten, en over fundamentele thema's, is de organisatie waard. Nu kan men bezwaarlijk beweren dat Johannesburg een onverdeeld succes is geweest. Veel vooruitgang is er niet geboekt. Er is wel een positief akkoord gesloten over het visbestand in de wereld, belangrijk met het oog op de toekomst, en het grootste pluspunt is de redding van het Kyoto-protocol. Dat danken we niet aan de Amerikanen die er buiten blijven, maar ironisch genoeg aan de Russen die voor een noodzakelijke ratificering zullen zorgen. Wat mij stoort, is dat sommige regeringsleiders uitpakken met grootmoedige en grootsprakerige ideeën, terwijl zij zelf of hun land er niet in geslaagd zijn om de verbintenissen waar te maken die ze tien of twintig jaar geleden hebben aangegaan. Waar staan we met de 0,7 procent van het bbp als minimumhulp aan ontwikkelingslanden? Ook België komt amper aan 0,3. De tegenstelling Noord-Zuid is een probleem van lange adem dat nooit helemaal zal worden opgelost, maar er mag wat meer gestreefd worden naar gelijke kansen voor iedereen. En niet alleen met woorden, ook met daden. DE CLERCQ: De Amerikanen hebben een eigengereide houding aangenomen die hen wordt ingegeven door het drama van 11 september. Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat dat hen diep heeft geraakt, nog meer psychologisch dan materieel, hoe groot de schade en het menselijk leed ook zijn. Zowel de politieke leiders als de bevolking hebben met een schok ervaren dat ze niet onkwetsbaar zijn. De doorsnee-Amerikaan gaf tot voor kort niet veel om het buitenland. Hij had het goed binnen zijn eigen grenzen en zijn eigen systeem, en de buitenwereld was al te vaak een bron van nutteloze problemen. Waarom zouden zij elke keer moeten tussenkomen in Europa, waar ze om de twintig jaar wel ergens de wapens tegen elkaar opnemen? De Amerikanen voelden zich de besten, de sterksten, de rijksten, de gelukkigsten... van alles de overtreffende trap. Ze bedankten voor de rol van wereldleider die sommige politieke leiders hen opdrongen. En met reden. Nu is dat veranderd. De doorsnee-Amerikaan heeft gezien dat de Verenigde Staten niet onaantastbaar en niet per se veilig zijn. Voor de eerste keer in hun leven lopen de Amerikanen rond met schrik, schrik voor het onbekende dan nog. Want het is geen dreiging van een bepaalde natie of van een bondgenootschap van staten, het is de dreiging van een onzichtbare en ongrijpbare vijand. Het superioriteitsgevoel van de Amerikaan, dat wel altijd aanwezig was maar vooral latent, is assertiever geworden. De Amerikanen vertrouwen geen andere landen meer, de helft van de wereld is tegen hen, en hun traditionele bondgenoten in Europa zijn babbelaars met een babbelpolitiek zonder slagkracht en efficiëntie. De Amerikanen willen het zelf opklaren, en omdat ze de sterksten zijn, moet de wereld zich maar schikken. Dat is de arrogantie van de macht. Het boegeroep tijdens de toespraak van minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell op de VN-top zal hen enkel sterken in hun overtuiging. DE CLERCQ: We hebben over Irak gedebatteerd in het Europees parlement. De Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen Chris Patten heeft de standpunten goed samengevat. Hij pleit voor een continue druk van de internationale gemeenschap op Irak om dat land ertoe aan te zetten de resoluties van de Verenigde Naties te respecteren. Maar hij onderstreept dat die inspanningen alleen succes kunnen hebben als er een internationale coalitie is, zoals ten tijde van de Golfoorlog. Het mag niet één staat zijn die optreedt, maar een coalitie onder de vleugels van de VN en met res- pect voor de internationale rechtsorde. Patten heeft er wel aan toegevoegd dat het debat ruimer is dan Irak alleen. Het gaat om de productie en verspreiding van massavernietigingswapens en hoe die onder controle kunnen worden gehouden. Irak is daarbij vanzelfsprekend het dringendste probleem. Het hele Europees parlement was het erover eens dat het regime van Saddam Hoessein dictatoriaal en misdadig is, en dat hij niet alleen over massavernietigingswapens beschikt maar ze ook gebruikt, zelfs tegen zijn eigen volk. Maar er zijn meer knelpunten: er is het vredesproces in het Midden-Oosten dat niet los kan gezien worden van wat in de rest van de wereld gebeurt, er is de uitbouw van de Pales- tijnse staat, de strijd tegen het terrorisme enzovoort. Ik stip twee punten aan. Er mag geen clash of cultures ontstaan tussen de geïndustrialiseerde westerse wereld van VS en EU, en de islamwereld. Tussen die twee moeten bruggen gebouwd worden. Daarnaast moet men afstappen van de idee dat wat in één land gebeurt een interne zaak is waarmee het andere zich niet moet moeien. Die tijd is voorbij. Het veronderstelt wel dat de internationale gemeenschap een actieve waakzaamheid aan de dag legt, en blijft ijveren voor een of andere vorm van een daadwerkelijke interventiemacht. Daarvoor is politieke wil en geld nodig. DE CLERCQ: Ze hebben geen geduld meer. Als ze de eerstkomende weken aanvallen, hebben ze de tijd niet om een wereldcoalitie te smeden. Toch zien steeds meer Amerikanen in dat ze de VN nodig hebben. Alleen moet die dan wel doortastend kunnen optreden, en niet steeds weer verzanden in oeverloze en tijdverslindende debatten. DE CLERCQ: Ik denk dat hij gelijk heeft. De Turken hebben de jongste tijd ingrijpende wetgevende initiatieven genomen die beantwoorden aan de door de EU geëiste criteria van Kopenhagen. Bijvoorbeeld de afschaffing van de doodstraf, de toekenning van rechten aan minderheden zoals culturele rechten aan de Koerden, uitbreiding van het recht van vergaderen, uitbreiding van de persvrijheid en zo meer. Of die nieuwe wetten ook in de praktijk worden toegepast, moeten we afwachten, maar er is ontegensprekelijk vooruitgang. De EU mag Turkije niet anders behandelen dan de andere kandidaat-lidstaten. Als men voor anderen bepaalde zaken door de vingers gezien heeft, dan kan men nu niet extra streng zijn voor Turkije en de onmiddellijke perfectie eisen vooraleer onderhandelingen te beginnen. Onderhandelingen hoeven ook niet automatisch in een toetreding te resulteren. DE CLERCQ: Het gaat om een belangrijke politieke beslissing, en zoals vaak moet de politiek voorrang krijgen. Er zijn veel argumenten aan te dragen tegen deze uitbreiding. Het is een risicovolle onderneming, het is nooit voorheen gebeurd dat zoveel landen tezelfdertijd toetreden. En bovendien landen die erg van elkaar en van de Unie verschillen. Eén voorbeeld: het bnp van de rijkste zes nieuwe kandidaten samen is kleiner dan dat van Nederland alleen. Als de twaalf kandidaten effectief lid worden, breidt de EU haar grondgebied uit met 34 procent en haar bevolkingsaantal met 29 procent, terwijl haar bnp slechts stijgt met nauwelijks 7 procent. Die drie cijfers tonen aan welke moeilijkheden we tegemoet gaan. Niettemin is de uitbreiding een politieke noodzakelijkheid. Het is de eerste keer dat we Europa één zullen maken. Dat is de voorbije eeuwen nooit gebeurd. Ook na de Tweede Wereldoorlog is er een virtueel gordijn en een echte muur opgetrokken om de scheiding tussen Oost en West te onderstrepen. En na de val van de Muur is Europa nog niet één geworden. De scheiding Oost-West is vervangen door een scheiding tussen have's en have not's, met schromelijke verschillen in welvaart en welzijn. Nu kunnen we voor het eerst Europa unifiëren, wat de stabiliteit, de vrede en de vooruitgang ten goede moet komen. Dat zal verre van eenvoudig zijn en veel tijd vragen, maar we staan voor een unieke historische kans die we niet mogen missen. De prioriteit gaat naar de politieke overweging. De institutionele aanpassingen moeten maar volgen. DE CLERCQ: Die twee hoeven volgens mij niet per se tegengesteld te zijn. Een burgerdemocratie impliceert overleg, en een overlegdemocratie impliceert dat de sociale partners de spreekbuis zijn van de burgers, anders verliezen ze hun recht van spreken. Ik onderschrijf veeleer de tegenstelling die kardinaal Danneels aanstipt, namelijk die tussen democratie en emocratie. We zijn in een tijdperk beland waarin de emotionele reactie van de dag het beleid dreigt te bepalen, en dat is gevaarlijk. De mensen laten zich onder meer in hun kiesgedrag leiden door een soms extreem-kortetermijnvisie, die hen meestal wordt ingelepeld door de media. Men zou meer oog moeten hebben voor duurzame politiek. DE CLERCQ: Dat de kiezer op deze manier meer reële invloed krijgt, juich ik toe. Ik denk ook dat de mensen daar rijp voor zijn. Er zal alleen een praktisch probleem ontstaan als de recht- streeks verkozen burgemeester geen meerderheid in de gemeenteraad vindt. Of zich dat vaak zal voordoen betwijfel ik, maar mogelijk leidt het tot een paar spectaculaire gevallen die de aandacht afleiden van de positieve kanten van deze innovatie. DE CLERCQ: Verruiming is nu en dan een noodzaak. Het gevaar is dat er een vervaging komt van de identiteit van een partij. Wie is nog echt liberaal, socialist, christen-democraat of Vlaams-nationalist? We zullen dat moeten laten decanteren, zoals een goede fles Bourgognewijn. De eerstvolgende verkiezingen zal er onvermijdelijk een grote verwarring heersen bij de kiezers. Wie het best zijn identiteit kan aantonen, zal het meest succes hebben. We leven in een overgangsfase waarin nieuwe groeperingen, nieuwe partijen en nieuwe strekkingen ontstaan, waarmee de burger zich slechts geleidelijk vertrouwd zal maken. Ik voorspel alvast grote verrassingen bij de eerstkomende confrontatie met de kiezer. Koen MeulenaereWilly De Clercq: 'De EU staat voor een unieke historische kans die we niet mogen missen.'