De economische wereld is allergisch voor regeltjes. Die belemmeren het ondernemen. Dat klopt: te veel wetten en de bijbehorende administratieve rompslomp werken verstikkend. Dat betekent echter niet dat er in een vrijemarkteconomie geen duidelijke regels hoeven te bestaan én een autoriteit die nauwlettend toeziet op de toepassing daarvan.
...

De economische wereld is allergisch voor regeltjes. Die belemmeren het ondernemen. Dat klopt: te veel wetten en de bijbehorende administratieve rompslomp werken verstikkend. Dat betekent echter niet dat er in een vrijemarkteconomie geen duidelijke regels hoeven te bestaan én een autoriteit die nauwlettend toeziet op de toepassing daarvan. Neem de kredietcrisis die de wereldeconomie doet sputteren. De grote banken maakten zware fouten door massaal kredieten te verstrekken aan mensen zonder inkomen, job of activa. En omdat ze herverpakte rommelkredieten kochten zonder te beseffen wat ze eigenlijk in huis haalden. Het Instituut voor Internationale Financiën, dat 375 van de grootste banken vertegenwoordigt, bekende vorige week schuld. Tegelijkertijd zegt ze dat het 'volstrekt fout' zou zijn de sector meer te reguleren: 'We moeten zelf orde op zaken stellen'. Het probleem is dat de financiële sector net heeft aangetoond dat zelfregulering niet werkt. Juist het gebrek aan duidelijke regels over hoe ver de banken kunnen gaan in het nemen van financiële risico's en het ontbreken van ernstig extern toezicht daarop, was een van de belangrijkste oorzaken van de kredietcrisis. Een heel andere discussie gaat over de notionele-interestaftrek, waarvan zowat elk Belgisch bedrijf gebruikmaakte. En soms misbruik, als daarvoor een fiscale constructie zonder bedrijfseconomische logica werd opgezet. De ondernemingen die zo onterecht een belastingvoordeel verwierven, bezondigden zich aan oneerlijke concurrentie. Pas nu, twee jaar na het ingaan van de notionele-interestaftrek, stuurt minister van Financiën Didier Reynders (MR) een omzendbrief waarin min of meer duidelijk wordt wat kan en niet kan. Ook hier is de les: van bij het begin hadden er duidelijke regels moeten zijn over wat fiscale fraude is en wat niet. Vervolgens moet er controle zijn en overtreders moeten bestraft worden. Ook daar schieten we tekort. Vorige week werd niet voor niets een parlementaire onderzoekscommissie opgericht die moet nagaan waarom zoveel fiscale fraudeonderzoeken met een sisser aflopen. Dan is er de verloning van topmanagers. Al jaren zegt de ondernemerswereld dat hier geen regels kunnen worden opgelegd: de internationale markt dicteert de toplonen. Dat leidt echter tot excessen: niemand kan bijvoorbeeld verklaren waarom Fortistopman Jean-Paul Votron zoveel opslag krijgt, terwijl zijn bank ondermaats presteert. Bovendien stellen steeds meer mensen zich vragen bij de oneerlijke verdeling van de vruchten van onze economische groei. Dat kan niet eindeloos blijven duren. Men zou op Europees niveau regels kunnen afspreken over het uitkeren van aandelenopties, bijvoorbeeld dat de manager ze pas kan verzilveren als na verscheidene jaren duidelijk is dat zijn beleid beantwoordde aan een succesvolle langetermijnstrategie. De roep om meer duidelijke regels en scherpere controle wordt vaak weggehoond. Maar we kennen een perfect werkend voorbeeld, waarover de grootste tevredenheid heerst: het Europese concurrentiebeleid. We leven in een vrije EU-markt, waar de concurrentieregels duidelijk zijn en waar streng wordt opgetreden bij overtreding. Vraag maar aan de brouwers die deel uitmaakten van het bierkartel. Of aan Microsoft, dat zich al te dominant opstelde. Duidelijke regels en streng extern toezicht, dat heeft een vrije markt nodig. Een overwoekering van de markt door allerlei regeltjes is niet goed, maar een jungle waar geen duidelijke regels en externe controle bestaan is nog slechter. door Ewald Pironet