In het kader van het Festival d'Automne zijn deze herfst in Parijs een reeks Chinese theatervoorstellingen te zien. Naast echt traditioneel werk staat in december ook een "gemengd" project op het programma. "The Peony Pavilion", de zestiende-eeuwse parel van de Chinese toneelliteratuur, wordt gebracht in twee delen: een ervan met originele Kunju-begeleiding, het tweede met nieuwe muziek van de Chinese componist Tan Dun. Bezieler van het project is de Amerikaanse regisseur Peter Sellars, die ook voor de enscenering tekende.
...

In het kader van het Festival d'Automne zijn deze herfst in Parijs een reeks Chinese theatervoorstellingen te zien. Naast echt traditioneel werk staat in december ook een "gemengd" project op het programma. "The Peony Pavilion", de zestiende-eeuwse parel van de Chinese toneelliteratuur, wordt gebracht in twee delen: een ervan met originele Kunju-begeleiding, het tweede met nieuwe muziek van de Chinese componist Tan Dun. Bezieler van het project is de Amerikaanse regisseur Peter Sellars, die ook voor de enscenering tekende. "The Peony Pavilion" ging eigenlijk in première in mei op de Wiener Festwochen. Na de zomer volgden voorstellingen in Londen en Rome, maar volgens Sellars staat alles nu pas min of meer op punt. Zelfs in Parijs werden er nog veranderingen in de structuur en de bezetting van de productie aangebracht. In ieder geval stelt dit "work in progress" enkele cruciale vragen voor de podiumkunsten nog eens scherp aan de orde: hoe kunnen al die uiteenlopende theatertradities op zinvolle en integere wijze worden geïntegreerd? En zal dit soort hedendaags en multicultureel muziektheater het genre van de traditionele en nog altijd erg Europees getinte opera op termijn niet marginaliseren? Auteur van "The Peony Pavilion" (1598) is Tang Xianzu (1550-1616), de briljante literaire figuur uit de periode van de Mingdynastie. Tang Xianzu, afkomstig uit de stad Linchuan in de provincie Jangxi, was een begenadigd student, die al op 20-jarige leeftijd een aanbod om les te geven aan het keizerlijk hof naast zich neerlegde. Zijn kritische en integere geest lijken hem niet meteen deugd te hebben gedaan in zijn politieke carrière. Zo leidde zijn vlijmscherpe analyse van het corrupt gedrag van bepaalde hooggeplaatste officiëlen, in zijn "Brief over de ministers en de raadgevers" aan de keizer (1591), tot grote spanningen aan het hof. Xianzu werd uiteindelijk zelf getransfereerd naar de arme en bergachtige provincie Zheijiang in het diepe zuiden van het land. Het relatieve isolement schijnt hem echter te hebben geïnspireerd. Hij werd een uiterst populair magistraat, die in zijn vrije tijd werkte aan zijn "Vier dromen van Linchuan", een cyclus waarvan "The Peony Pavilion" het hoogtepunt vormt. Het verhaal is eenvoudig, poëtisch en van een aanstekelijke fantasie. Alles draait om de geliefden Du Liniang, een jonge aristocratendochter, en Liu Mengmei, een arme wees en student. Het is het begin van de lente, en in de eenzaamheid van haar overbeschermde jeugd verlangt Du Liniang wanhopig naar de grote liefde. Terzelfder tijd droomt Liu Mengmei van een mooie, jonge vrouw, die hij moet vinden als hij in zijn studies wil slagen. Nadat ook Du Liniang een droombeeltenis van haar geliefde heeft gezien, bindt ze zich vast aan een abrikozenboom in de tuin, weigert alle voedsel en schildert een zelfportret voor haar nabestaanden. Op het moment dat Liu Mengmei zijn stad verlaat en naar haar op zoek gaat, sterft Du Liniang van ontbering.TOT LEVEN WEKKENToch is dit niet het tragische einde van het stuk, integendeel. Na een lange reis heeft de zieke Liu Mengmei bescherming gezocht in de graftombe van Du Liniang. Als hij ontwaakt, vindt hij haar portret. Hij bidt voor haar, en haar geest laat zich ertoe overhalen om hem een bezoek te brengen. De geliefden vallen elkaar eindelijk in de armen, maken meteen trouwplannen, maar dan vertelt Du Liniang dat ze eigenlijk uit het dodenrijk afkomstig is. Een vreselijk bange Liu Mengmei kan toch de moed opbrengen om haar lichaam op te graven en haar weer tot leven te wekken. De geliefden vertrekken stiekem naar de hoofdstad. Tang Xianzu schreef "The Peony Pavilion" terwijl Shakespeare in Europa werkte aan het tragische liefdesverhaal van Romeo en Juliet. Voor Xianzu waren de liefde, de passie, en de "qing" (het gevoel) echter positieve krachten in het leven, die moesten worden gevierd. Dat paste perfect in de nieuwe golf van humanistische ideeën die opgang maakten aan het eind van de Mingdynastie, en die de spontane manifestaties van het hart verkozen boven de koele rede. De taal van "The Peony Pavilion" druipt dan ook van zinnelijkheid, en het is de verdienste van de Engelse vertaler Cyril Birch dat hij dat prachtig heeft weten te behouden. Maar ook op inhoudelijk vlak gaat het om behoorlijk expliciet materiaal: zo bedrijven Du Liniang en Liu Mengmei niet minder dan drie keer de liefde. Peter Sellars was al vele jaren in de ban van het meesterwerk van Tang Xianzu, maar hij besefte beter dan wie ook dat een productie gecompliceerd zou worden. Om te beginnen komt er geen einde aan een integrale versie van "The Peony Pavilion". Zelfs in China heeft men zich daar nooit aan gewaagd, en een ingrijpende bewerking was dus noodzakelijk. Voorts is er de muziek. Alle Chinees theater is eigenlijk een vorm van opera, waarin de tekst wordt gezongen, en "The Peony Pavilion" behoort tot de ontzettend rijke traditie van de Kunju-opera die vooral in Shangai werd beoefend. Nooit werd er in die traditie echter muziek genoteerd: melodische lijnen werden altijd van generatie op generatie overgeleverd. Enerzijds kan je die traditie onmogelijk negeren, anderzijds wilde Sellars vermijden dat de voorstelling een historische reconstructie zou worden. En hoe vind je als westers theatermaker een invalshoek die dit Chinees materiaal respecteert, zonder dat je er als een vreemde tegenaan blijft kijken? Uiteraard tracht Sellars altijd een multicultureel kader voor zijn werk te scheppen, waarin uiteenlopende thema's en theatervormen naast elkaar kunnen bestaan. Maar net zo belangrijk voor hem is dat hij een actueel aanknopingspunt in zijn eigen leefwereld vindt. Dat leek er nu voor het eerst niet echt te zijn. Toch is er de jongste jaren ook een andere tendens in de voorstellingen van de Amerikaanse regisseur waarneembaar. Meer en meer kiest hij voor tijdloze, haast archetypische werken, waarvan de thematiek en de stijl een bepaalde traditie overstijgen en in zekere zin een universele betekenis hebben: "Saint François d'Assise" van Olivier Messiaen, of "Oedipus Rex" van Stravinsky. Ook nu weer besliste hij om zijn bewerking van "The Peony Pavilion" volledig toe te spitsen op de inderdaad "universele" scènes tussen de twee geliefden. Hij splitste het koppel ook op: er zijn twee koppels in het eerste deel van de voorstelling, en zelfs drie na de pauze. EEN VRUCHTBARE VERSTANDHOUDINGVoorts heeft hij naar een zo groot mogelijke integratie gestreefd van die historische en culturele tradities. Vooral wat de bezetting betreft, springt dat meteen in het oog. Enerzijds werkte hij met de Chinese levende legende Hua Wenyi, en nog enkele andere uiterst virtuoze performers uit de Kunju-opera. Hua Wenyi begon de rol van Du Liniang in te studeren in Shangai toen ze net twaalf was: haar interpretatie is een levenswerk. Anderzijds zijn er echter ook jonge Amerikaanse performers die naam hebben gemaakt op Broadway en in Hollywood. Allen bewegen ze op zeer natuurlijke wijze door elkaar heen. Ook in de vorm van "The Peony Pavilion" zijn een aantal Chinese tradities inspiratiebronnen geweest, zonder ze zomaar te kopiëren. Scenograaf George Tsypin ontwierp een aantal muurtjes en objecten in plexiglas die expliciet verwijzen naar de Chinese kalligrafie en bloemsierkunst. Voor de kostuums combineerde Dunya Ramicova Aziatische stoffen met westerse patronen. Af en toe gaf het weleens spanningen, zoals wanneer Sellars aan Hua Wenyi vroeg of ze zonder traditioneel kleed en make-up wilde optreden. Maar langzamerhand kwam iedereen tot een vruchtbare verstandhouding. Hua Wenyi: "Sinds jaren probeer ik een nieuw vocabularium voor performers toe te voegen aan de Kunju-traditie, zodat die haar zeggingskracht voor een hedendaags publiek behoudt. Het was voor mij dan ook fascinerend om met Sellars te werken, volgens wie dit stuk de confrontatie aangaat met actuele problemen en thema's." De sleutel tot de productie bleek echter de muzikale benadering en de betrokkenheid van de Chinese componist Tan Dun. Tan Dun groeide op in China, werkte tijdens de Culturele Revolutie twee jaar lang in de rijstvelden, en woont nu in New York. Zijn eerste opera, "Marco Polo", was erg succesvol en nu componeert hij een nieuw werk voor de Metropolitan Opera. Sellars en Tan Dun splitsten de voorstelling op in twee delen: een eerste waarin de in grote mate op improvisatie gebaseerde Kunju-zang centraal staat, en een tweede deel met nieuwe muziek. Die compositie van Tan Dun is een openbaring: intens, van een ontzettende rijkdom aan melodische lijnen, en van een fascinerende veelheid aan zangstijlen en arrangementen. Kortom, muziek die iedereen kan aanspreken, hoewel ze toch gecompliceerd en innovatief is. Sellars schijnt in Tan Dun een nieuwe John Adams te hebben gevonden, de componist met wie hij onder andere "Nixon In China" maakte. "The Peony Pavilion" is een weerbarstig project en een aantal problemen lijken verre van opgelost. De combinatie van stijlen en culturen is niet altijd even onderhoudend en geslaagd. Maar de productie zet ongetwijfeld lijnen voor de toekomst uit: rijk en diepgaand muziektheater dat uit een veelheid aan traditiesput en een veelheid van mensen kan bereiken."The Peony Pavilion" in het MC 93 in Bobigny in Parijs tot 22/12. Tel.: 33.141.607272.Jan Goossens