Vorige maandag draaiden de schoolpoorten weer open. Los van de gebruikelijke onderwijskwesties zal allicht het thema van de drugs- preventie als een rode draad doorheen het nieuwe schooljaar lopen.
...

Vorige maandag draaiden de schoolpoorten weer open. Los van de gebruikelijke onderwijskwesties zal allicht het thema van de drugs- preventie als een rode draad doorheen het nieuwe schooljaar lopen.VLAK voor het doek viel over het vorige schooljaar, veroorzaakte het bericht dat minister van Binnenlandse Zaken Johan Vande Lanotte (SP) veertig miljoen frank extra middelen aan drugspreventie binnen probleemscholen wilde spenderen, een controverse met zijn Vlaamse collega van Gezondheidsbeleid Wivina Demeester (CVP). Ondertussen zijn de gemoederen bedaard. Vande Lanotte, Demeester en de Vlaamse onderwijsminister Luc Van den Bossche (SP) staken de koppen bij elkaar en besloten eerst een grondige lijst van al bestaande initiatieven op te stellen alvorens tot nieuwe acties over te gaan. Zo zegt het, tenminste, een woordvoerster van het onderwijsministerie. Maar achter de schermen gaan de besprekingen over de veertig miljoen gewoon door (zie kader). Bij veel leerkrachten en schooldirecties heerst nog altijd onduidelijkheid over wanneer en hoe op te treden als het fenomeen de kop opsteekt in scholen. De dood van de jonge cannabisgebruiker Kim Salaaddin, een jaar geleden, gaf aanleiding tot een grootscheeps protest tegen de heksenjachten op jointrokers. Intimiderende politieoptredens en jongeren van school sturen wegens drugsgebruik zijn almaar minder voorkomende praktijken. Preventieprogramma's hebben hun pro's en contra's. Louter informatie verstrekken over drugs en drugsgebruik, of ex-verslaafden laten getuigen kan leiden tot verkeerde reacties. ?Ik vraag me nog altijd af of het bedoeld was om er van af te blijven of om het eens te proberen,? vertelt een scholier over zo'n getuigenis van een ex-verslaafde. ?De spreker had er erg veel geld mee verdiend, waardoor ik eigenlijk ook wel in drugs zou willen doen,? voegt een klasgenoot er aan toe. In een andere school, waar een ex-verslaafde zijn verhaal kwam doen, liep de zaak helemaal uit de hand. De voormalige junkie merkte dat er duchtig gebruikt werd in een bepaalde klas en voelde zichzelf opnieuw in de verleiding komen. Hij vertelde de schooldirectie over zijn indruk. Het gevolg : paniek in de school. De rijkswacht werd opgetrommeld, wat een preventieproject had moeten zijn, eindigde in een repressief optreden. ?Preventief werken op school is niet gemakkelijk,? geeft Hilde De Man van de Vereniging voor Alcohol en andere Drugsproblemen (VAD) toe. ?Elke klas is anders samengesteld en heeft specifieke vragen en denkbeelden rond het thema. Een klasgroep bevat meestal zowel gebruikers als niet-gebruikers ; beide groepen vergen een verschillende aanpak. Jongeren helpen een eigen visie op drugs te ontwikkelen, lijkt me veel zinvoller dan hen alleen maar informatie of getuigenissen voor te schotelen. Zoiets is, bijvoorbeeld, mogelijk door te werken met stellingen in verband met drugs, waarbij voor- en tegenstanders zoeken naar gefundeerde argumenten. De leerlingen luisteren dan naar elkaar en vormen zo een meer genuanceerde mening. Ik vind het belangrijk om de discussie niet te beperken tot gezondheidsrisico's. Drugsgebruik kan ook sociaal moeilijk liggen conflicten thuis, op school, met vrienden , en brengt ook het risico van een politieoptreden met zich mee. Sociale vaardigheidsprogramma's zoals Leefsleutels voor de eerste graad, Leefsleutels in actie voor de tweede en de derde graad en voorts De Uitdaging van de Vereniging voor Promotie van Gezondheid op School (PROGES) bieden een goede basis om jongeren meer weerbaar te maken door de thema's, die jongeren raken, bespreekbaar te stellen. De actieve betrokkenheid van de leerkrachten daarin is een goede zaak. Het volstaat namelijk niet een deskundige van buitenuit gedurende één dag op het schooljaar over drugs te laten praten en verder de handen te wassen. Maar preventie op school mag ook niet ophouden aan de vier muren van de klas. Het vraagt van de school duidelijke regels en sancties en een consequente toepassing ervan, evenals een procedure voor begeleiding. Een eenduidige visie van de school en een positief en ondersteunend schoolklimaat vullen het klassikaal werken in belangrijke mate aan.? OPGEBLAZEN PROBLEMEN.Een aantal preventiewerkers, verbonden aan de Centra voor Geestelijke Gezondheid, bracht enkele jaren geleden regionale schooldirecties samen om over drugs te praten. Bij die gelegenheid werd alvast komaf gemaakt met de ontkenning van bepaalde scholen, dat er onder hun scholieren drugs zouden circuleren. In de bijeenkomsten herkenden directies namelijk situaties waarmee ze allemaal te maken kregen. Geen enkele school durft nu nog te beweren dat ze drugsvrij is. Een recente studie van de VUB gaf aan dat één op drie van de achttienjarigen in verschillende Nederlandstalige scholen in Brussel al ooit cannabis gebruikte. Wat, van de andere kant bekeken, ook betekent dat twee op drie zich niet met cannabis vertrouwd voelt. Die meerderheid trekt doorgaans veel minder aandacht dan hun wél experimenterende leeftijdsgenoten. Eveneens minder pers kregen de zeventig procent jongeren tussen 12 en 22 jaar, die alcohol drinken ; of de tachtig procent die beweerde lichte pijnstillers te gebruiken. Het is maar de vraag of deze cijfers minder behoren te verontrusten dan die over de consumptie van softdrugs bij de jeugd. Door hun grotere vertrouwdheid en legaliteit creëren alcohol en pijnstillers minder bezorgdheid. Cannabis werkt nochtans minder verslavend dan alcohol. De achttienjarige An meent dat ?de maatschappij zelf een probleem schept door van iets kleins als softdrugs een opgeblazen zaak te maken.? Een leeftijdsgenoot van haar vergelijkt het roken van een joint met het roken van een sigaret. ?De meesten beginnen ermee in een groep en voor de gezelligheid. Net zoals sigarettenrokers geneigd zijn wat meer te roken als ze zich zenuwachtig voelen, nemen ook de gebruikers van andere softdrugs in dergelijke omstandigheden dikwijls wat meer. Maar ik denk dat bitter weinig jongeren sigaretten of joints roken omwille van hun problemen. Vele jongeren drinken graag een glaasje ; dat wil toch niet zeggen dat die allemaal problemen hebben. De helft van mijn klas heeft wel al eens een joint geprobeerd, en een aantal daarvan blijft dat doen. Maar er zijn grote verschillen in hoe het gebruikt wordt. Sommigen roken een joint voor de gezelligheid, op een plezant moment, of om stoer over te komen in groep. Weer anderen doen het op zichzelf, en dat keur ik minder goed. Zo kan het volgens mij veel vlugger in een vorm van psychische verslaving ontaarden. Ik ken ook enkele mensen die begonnen te roken nadat hun relatie kapot sprong, zoals anderen in dat geval veel gaan drinken.? De theorie van de stepping stone stelt dat gebruikers van softdrugs vroeg of laat naar harddrugs grijpen. Ze doet allang geen opgeld meer. Weliswaar proefden gebruikers van harddrugs altijd eerst van softdrugs, maar het omgekeerde geldt doorgaans niet. Hilde De Man : ?En als jongeren overschakelen van softdrugs naar harddrugs, heeft dat niet zo zeer te maken met het verslavende effect van softdrugs dan wel met het milieu waarin een jongere terechtkomt.? JEUGDADVISEURS.Johan Bertels is jeugdpreventiewerker bij IN PETTO, jeugddienst voor informatie en preventie, beter bekend onder de naam JAC (jongerenadviescentra). De organisatie leidt onder andere jongeren op tot zogenaamde ?jeugdadviseurs? en steunt daarbij op het besef dat jongeren doorgaans bij elkaar te rade gaan met vragen, waarvan ze niet weten of ze ze aan volwassenen kwijt kunnen. Daarom komt het er volgens JAC op aan jongeren zelf te wapenen met informatie over, onder andere, drugs en seks, en hen in te lichten over plaatsen waar ze met respect voor hun privacy terecht kunnen. ?Jongeren zijn de beste preventiewerkers,? beweert ook minister Vande Lanotte. Johan Bertels heeft echter zijn twijfels over wat de minister daarmee bedoelt. Vooral de intentie om jeugdadviseurs te mobiliseren in de strijd tegen drugs in scholen valt bij hem niet onverdeeld in goede aarde. Bertels gelooft dat de aanwezigheid van jeugdadviseurs ongetwijfeld een positief effect op het schoolklimaat sorteert, maar onderkent ook het probleem dat scholen een controlerende functie hebben en vaak met het opgeheven vingertje reageren op wat niet binnen de schoolreglementen past. Zoals drugs, dus. Schooldirecties en leerkrachten lopen op een slappe koord door hun dubbele functie : leerlingen controleren enerzijds, begeleiden anderzijds. Daarom renderen jeugdadviseurs, volgens Bertels, het beste als ze functioneren binnen een instantie die geen partij is in het schoolgebeuren of toezicht houdt op reglementen, en die direct aansluit bij de leefwereld van jongeren. Schooldirecties die jeugdadviseurs inzetten als een soort hulpsheriff, kweken daar veel wantrouwen mee, terwijl een slecht klas- en schoolklimaat net drugsgebruik stimuleert. An, Jeremy en Evi, drie scholieren en jeugdadviseurs die op uitnodiging van de Kamerwerkgroep rond drugsproblematiek onder leiding van Louis Vanvelthoven (SP) met Johan Bertels naar Brussel trokken om hun mening te geven, kennen stuk voor stuk straffe verhalen over controlerende reacties. An : ?Bij ons op school werd vorig jaar marihuana gevonden in de toiletten. De directeur belde onmiddellijk de politie op. Door enkele leerlingen te fouilleren, kwamen ze er achter wie het gedaan had. Die vloog onmiddellijk van school.? Jeremy : ?Bij ons op school hebben ze ook een keer de politie laten komen, tijdens de speeltijd, zodat iedereen het zag. Een jongen werd meegenomen in een combi ; een manier om iedereen op school af te schrikken. Ze zouden beter eens met die jongen gaan praten, zien welke problemen hij eventueel heeft. Iemand van school sturen, dat lost toch niks op.? An kent een jongen die thuis werd buitengezet omwille van zijn verslaving. Ofschoon hij een goed opvanggezin vond, werd hij op bevel van een jeugdrechter in een instelling geplaatst waar hij niet thuishoorde. Na een ontsnappingspoging pleegde hij zelfmoord. DOMME VRAGEN.De drie jongeren zijn het er over eens dat drugs veel minder op school circuleren dan in het vrijetijdscircuit. Jongeren weten van elkaar wel wie er gebruikt en waar. Ze beschouwen dat als een privé-aangelegenheid ; iets waaraan jongeren niet te veel aandacht besteden, zolang het niet uit de hand loopt. An : ?Het is echt geïnfiltreerd op plaatsen waar jongeren samenkomen. Ik heb vrienden die softdrugs gebruiken maar sterk gekant zijn tegen harddrugs. Ze nemen een houding aan van laat mij maar mijn jointje roken, ik blijf van de rest van de rommel wel af. Ik vind dat een gezonde houding. Je kan softdrugs zowel met verstand gebruiken als grondig misbruiken. Dat gaat even zeer op voor alcohol.? Evi : ?Nogal wat jongeren die softdrugs gebruiken, verzetten zich tegen alcohol. Die drinken zelden of nooit een pintje, pakken liever een cola, en hebben de sterke overtuiging dat ze veel minder verkeerd doen dan politici denken.? De jongelui stonden verstomd over de vragen, die tijdens de hoorzitting in de Kamercommissie op hen afkwamen. Iemand polste of softdrugs tot verhoogde seksuele activiteit stimuleerde. Een ander commissielid informeerde of jongeren die aan drugs zitten, zich nog wel zorgen maken over het leefmilieu. ?Dat heeft er toch allemaal niks mee te maken. We zien wel een aantal jongeren die drugs gebruiken en zich wat asociaal opstellen, maar de meerderheid isoleert zich niet.? De leden van de commissie schrokken nog geen beetje toen ze vernamen dat de helft van de klas van één van de leerlingen al eens aan het spul had gezeten. Evi : ?Ze dachten dat die helft op constante basis gebruikte. Maar ik probeerde hen gewoon duidelijk te maken dat de helft het al één of meerdere keren uitgeprobeerd heeft. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat die jongeren daar voortdurend mee bezig zijn. Dat is maar bij een minderheid het geval.? LEGALISERING.Een eventuele legalisering van softdrugs bekijken de drie jongeren met gemengde gevoelens. Enerzijds schuift het huidige verbod elk gebruik in een sfeer van geheimhouding, en weten jongeren niet altijd welk spul ze in handen hebben en er is veel meer in omloop dan de klassieke joint, spacecake of XTC-pillen. Anderzijds blijft cannabis precies door zijn illegaal karakter een bufferdrug. An : ?Jongeren zijn onder elkaar vrij open in het gebruik van softdrugs. Sommige volwassenen kunnen ze ook vertrouwen, maar tegenover de meesten geldt : nee, niks zeggen. Dat illegale karakter zorgt voor een zeker angstgevoel. Als je, bijvoorbeeld, met een groepje uitgaat en iemand van het gezelschap heeft wat marihuana bij zich niet om te dealen, gewoon voor zichzelf dan zit je ook als niet-gebruiker met de piepers wanneer je politie tegenkomt. Je denkt dan : we kunnen misschien allemaal opgepakt worden. In zo'n geval krijgt die illegaliteit wel een belachelijk trekje. Wat ik ook als mogelijk voordeel zie van legalisatie, is dat iemand beter geïnformeerd is over wat hij neemt. Maar dat is ook een kwestie van instelling. Ik ken er die geregeld de coffeeshop binnenstuiven en helemaal niet vragen : wat is dit en dat ? Nee, ze vinden het veel stoerder om gewoon binnen te stappen en te zeggen : geef me zoveel gram van dat. Ze nemen daarbij aan dat het duurdere spul ook het sterkere is.? Evi : ?Legaliseren neemt de kick weg van het doen van iets dat verboden is. Omdat er dan niets meer aan is, vergroot de kans dat wie wil experimenteren, overschakelt op harddrugs.? Vergelijk het met controversiële muziek, met sekstijdschriften of met sigaretten : zolang iets verboden terrein is, blijft de verleiding groot om het te verkennen, maar staat er tegelijk een rem op. Legalisatie zou de veiligheidsmarge naar andere, straffere drugs verkleinen. In onze cultuur en in de jeugdcultuur in het bijzonder behoort het risico tot de gewoonten. Het trekt aan. Johan Bertels : ?Dat bepaalde producten illegaal zijn, speelt voor de meeste jongeren slechts een beperkte rol bij de overweging om al dan niet te gebruiken. Vele jongeren zien het verbod als een rood verkeerslicht : je mag niet oversteken, maar als er nu net geen auto aankomt en oom agent bevindt zich niet in de buurt, en je bent gehaast of het regent..., dan steek je toch over. Of je staat op een druk kruispunt met een grote groep voetgangers : als er één door het rood oversteekt, dan volgt al de rest.? DE SNELLE BEVREDIGING.Er wordt nogal gemakkelijk met een beschuldigende vinger naar de jongere gewezen. Maar dat iemand als jongere drugs begint te gebruiken, heeft ook te maken met wat er in de ruimere maatschappij gebeurt. De literatuur spreekt over onze maatschappij als drug taking society, waarbij de auteurs niet alleen aan illegale drugs denken, maar ook aan genotsmiddelen als alcohol, medicatie en tabak. Het voorbeeldgedrag van ouders, leerkrachten en popidolen, het overaanbod van prikkels in de reclame en media en de grotere beschikbaarheid van allerlei genotsmiddelen om ons beter te voelen, zorgen ervoor dat de keuze voor gezonde alternatieven niet altijd de meest voor de hand liggende keuze is, aldus Hilde De Man. De medicalisering van de maatschappij heeft er mee voor gezorgd dat er voor elk ongemak, groot of klein, een snelle engemakkelijke oplossing bestaat. In een individu-gerichte maatschappij die hoge eisen stelt aan de mensen, brengen genotsmiddelen instant-geluk en pseudo-geborgenheid. Dit alles maakt het moeilijker om ?nee? te zeggen tegen deze genotsmiddelen en om zelf met eigen wilskracht moeilijkheden te overwinnen. Johan Bertels koppelt daaraan de constatering ?dat jongeren tegenwoordig stevig in de gaten gehouden worden, en uiteraard ook meer betrapt. Wat de noden en behoeften van jonge mensen zijn, telt daarbij helemaal niet mee. Of ze nu elk weekend stomdronken of met zelfmoordgedachten rondlopen, is irrelevant. Wel of ze al dan niet illegale drugs gebruiken. Het huidige drugspreventiebeleid vormt geen onderdeel van een ruimer jeugdwelzijnsbeleid. Het maakt er zich van af met het in kaart brengen en bestrijden van het fenomeen. De achtergronden, context en betekenis van het drugsgebruik van jongeren doen niet ter zake. De overheid houdt zich alleen met jongeren bezig wanneer ze een probleem vormen.? Hoe helpt dit alles schooldirecties, leerkrachten en ouders concreet vooruit in de omgang met drugsgebruik ? Het onderwijstijdschrift Klasse doet enkele suggesties (zie kader). Samengevat : het bundelen van de krachten van alle betrokken partijen en voorts het duidelijk overbrengen naar ouders en leerlingen van richtlijnen, gespreksmogelijkheden in verband met en van consequenties van aanhoudend druggebruik op school. Tussen de lijnen door hamert het blad erop de jongeren serieus te nemen. De ontwikkeling van een probleemgedrag bedreigt elke jongere, die met zijn problemen niet bij een volwassene terecht kan. Het zou echter vergezocht zijn om elk gebruik van genotmiddelen te beschouwen als probleemgedrag. Onze maatschappij draait op het gebruik van genotmiddelen. Ria Goris Geen enkele school durft zich nog drugsvrij te noemen.Evi : Legaliseren zet misschien aan tot experimenteren met harddrugs. Hilde De Man : De school kan jongeren helpen een visie op drugs te ontwikkelen. Jeremy : Iemand van school sturen lost niks op.