Leuven als voorbeeld van stedelijke verdichting : het eerste ontwikkelingsplan voor de stationszone.
...

Leuven als voorbeeld van stedelijke verdichting : het eerste ontwikkelingsplan voor de stationszone.Tot eind februari loopt het openbaar onderzoek naar het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSPV). De burger heeft niet enkel inzage in dit nieuw beleidsdocument waarmee Vlaanderen een nieuwe richting wil geven op het vlak van het ruimtegebruik, maar krijgt tijdens een inspraakperiode ook de mogelijkheid zijn mening te uiten. Het RSPV is geen bestemmingsplan, waarop de bevolking kan zien welk stuk Vlaamse bodem al dan niet bouwgrond zal worden. Het is een document dat eindelijk een visie op lange termijn geeft, met daarbij de prangende vraag of wij nog langer op de huidige wijze ons land kunnen volbouwen. Een van de belangrijke opties van het structuurplan is de versterking van de stedelijke gebieden waarbij de zones rond de spoorwegstations extra aandacht krijgen. Door de almaar toenemende problemen met het autoverkeer worden de gronden rond onze stations steeds meer interessante locaties. Een van de redenen waarom de Vlaamse overheid koos om haar administratie in de Brusselse Noordwijk te concentreren, was de directe bereikbaarheid met het spoor. Dat deze zones speculatieve jachtgebieden bij uitstek worden, hoeft geen betoog. Wat zich rond Brussel-Zuid afspeelt, is dramatisch en een Europese hoofdstad onwaardig : de zoveelste gemiste kans om een scharnierlocatie aan te wenden voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling. DE NIEUWE POORT VAN DE STADDe stad Leuven wil niet meemaken wat er in Brussel gebeurde. In 1991 maakte professor Marcel Smets van de KULeuven met zijn Projectteam Stadsontwerp een eerste ontwikkelingsplan voor het spoorweggebied in opdracht van de Vlaamse Executieve, de NMBS, De Lijn en de Stad Leuven. Met het aantreden van het nieuwe bestuurscollege geraakte het ontwerp in een stroomversnelling, mede door een aantal cruciale opties om de spoorweggronden te valoriseren. In dit gebied komt het nieuw provinciegebouw Vlaams-Brabant, kantoorruimte voor het Vlaamse Gewest en nieuwe accomodatie voor De Lijn. Leuven staat voor een grote stedebouwkundige uitdaging en kan zeker als voorbeeld voor andere steden fungeren. De stad kiest resoluut voor een kwalitatieve stedebouwkundige aanpak omdat het bestuur beseft dat deze locatie de nieuwe poort van de stad wordt. De Catalaanse architect-stedebouwkundige Manuel de Solà-Morales, die al internationale faam verwierf met prachtige realisaties in Barcelona, kreeg de opdracht voor de architectonische uitwerking van de tunnel met de ondergrondse parking en de aanleg van het Martelarenplein. De Groep Planning werd belast met de complexe verkeerstechnische aspecten. Ondertussen werd Marcel Smets aangesteld als stadsadviseur om het gehele project stedebouwkundig te begeleiden. Het uitgewerkt project ambieert meer dan een heraanleg en het verkeersvrij maken van een stationsplein. Het ontwerp zet de grote lijnen uit voor het hele stationsgebied. Er is gekozen om het gemotoriseerd verkeer te reduceren tot aanvaardbare proporties, zonder de bereikbaarheid en de potenties van de plek te hypothekeren. Op een ingenieuze wijze wordt de toegang tot de parking gecombineerd met de tunnel, een oplossing die een zekere verwantschap vertoont met de aanleg onder Het Zand te Brugge. Voor een betere verbinding met Kessel-Lo, gelegen aan de andere kant van de spoorwegbedding, wordt de bestaande ondergrondse tunnel drastisch verbreed. Solà-Morales maakte ook een interessant voorontwerp voor een grote overdekte bushalte met bijhorende kantoorruimte voor De Lijn aan het Martelarenplein. Met zijn voorstel krijgt het huidige plein een juiste ruimtelijk verhouding. Hij voorziet op de begane grond van het plein ruimte voor een café en een postkantoor. Eind november werd niet enkel het project voorgesteld, voor de eerste keer in Vlaanderen ondertekenden maar liefst vijf partijen een overeenkomst voor een dergelijk complex van stedelijk ingreep. De globale raming bedraagt 1,48 miljard frank en wordt volgens een afgesproken percentage verdeeld onder de partners. De bedoeling is dat de bouwwerken eind 1997 beginnen en dat ze in drie fasen worden gerealiseerd. Belangrijk is dat Eurostation, die gronden van de spoorwegen beheert, participeert en zijn verantwoordelijkheid opneemt. Hopelijk betekent dit ook de start van een beleid om voor andere toplocaties van voormalige spoorlocaties, zoals de zone rond de Gentse Dampoort, ook tot een kwalitatieve benadering te komen. Dit ambitieus maar even goed realistisch project reikt namelijk verder dan een esthetische aankleding van een plein. In die zin is het misschien de eerste concrete vertaling van het Structuurplan Vlaanderen. Marc Dubois Leuvens stationsplein, model van de geplande realisatie van de eerste fase : ambitieus maar realistisch.Ontwikkeling van de Leuvense stationsomgeving : realisatie van de eerste fase, stedebouwkundige aanleg.