'Om echt goed te worden, moet je elke dag surfen' - surfen - Rheanna Rosenbaum (16)

Ze is een kind van de zee, volgens haar moeder. Opgegroeid in Bredene als een kleine dolfijn, die wilde gaan zwemmen in hartje winter. Op haar zevende stond ze voor het eerst op een surfplank, op haar twaalfde zat ze bij de nationale ploeg. 'Het water, de golven, de wind: elke dag is anders. Het is nooit saai.'
...

Ze is een kind van de zee, volgens haar moeder. Opgegroeid in Bredene als een kleine dolfijn, die wilde gaan zwemmen in hartje winter. Op haar zevende stond ze voor het eerst op een surfplank, op haar twaalfde zat ze bij de nationale ploeg. 'Het water, de golven, de wind: elke dag is anders. Het is nooit saai.' Om meer te kunnen surfen, stopte ze vorig jaar met school. Via de examencommissie wil ze haar diploma behalen. 'Om echt goed te worden, moet je elke dag surfen. In België kan dat niet. Je moet al naar Frankrijk of Spanje gaan om wat golven te hebben. Door al dat reizen miste ik te veel lessen. Nu studeer ik op mijn eigen ritme.' Na een paar weken trainen in Californië - 'ik wil scherp staan' - ging ze eind juli de golven bedwingen op Eurosurf Junior, het Europees Kampioenschap golfsurfen voor de jeugd in Portugal. Ze keerde terug met een negende plaats. 'Ik had het graag beter gedaan, maar ik ben toch blij met mijn prestatie.' Surfen op de Spelen zou een droom zijn die werkelijkheid wordt. 'Als België geselecteerd wordt, maak ik kans om te gaan. Lukt het niet in 2020, dan is er nog altijd 2024. Ik heb geduld.' Het was spannend op het Europees Kampioenschap, afgelopen mei in Servië. Om steun te blijven genieten van Sport Vlaanderen moest ze de top acht halen. Een gevecht op de mat voor haar toekomst als karateka. 'Het was erop of eronder. Gelukkig heb ik een mental coach die me geleerd heeft om mijn stress onder controle te houden.' Ze eindigde zevende en haalde haar profcontract binnen. 'Ik was heel dicht bij een bronzen medaille, dus die zevende plaats smaakte een beetje wrang. Tegelijkertijd was ik opgelucht. Dankzij dat profcontract kan ik halftijds werken, halftijds trainen.' Dat doet ze vijftien tot twintig uur per week, met slechts één rustdag. Een avond vrij nemen doet ze zelden. Alles moet wijken voor de sport. 'Mijn sociaal leven lijdt er stevig onder, maar mijn vrienden zijn mijn grootste supporters. Mijn vriend zit zelf in de karatewereld, hij begrijpt ook waarom ik dit doe.' Ze werd al zo vaak Belgisch kampioen dat ze de tel haast kwijt is. Nu nog wereldkampioen worden of, nog liever, olympisch goud behalen. De kans dat ze zich kwalificeert voor Tokio is groot. 'Mijn doel is duidelijk voor het komende anderhalf jaar.' Zijn grootvader speelde baseball in Deurne. Zelf stond hij als driejarige dreumes al op het veld, in de club waar zijn vader coach was. Vandaag kijkt hij nog steeds uit naar elke match. 'Baseball vergt een grote mentale inspanning. Het is negentig procent nadenken en tien procent uitvoeren. Je hebt snelheid, kracht en balgevoel nodig, maar vooral inzicht en tactiek.' De Amerikaanse droom is er heel even geweest, maar die heeft plaatsgemaakt voor olympische ambitie. 'Er mogen maar zes landen naar Tokio. De kans is dus klein, maar ze is er. Op het Europees Kampioenschap onder 23 jaar behaalden we in 2017 een bronzen medaille met de nationale ploeg, maar zelfs met zo'n resultaat kwamen we amper in de krant. Het sportnieuws is heel eenzijdig.' Het enthousiasme is er niet minder groot om. Baseballclubs zien hun ledenaantal voorzichtig stijgen en hopen nieuwe gemotiveerde spelers binnen te halen. 'Vorig jaar heb ik tijdens de finale van het Belgisch Kampioenschap een homerun geslagen. Het publiek juichte, dat was een zalig gevoel. Er zat wel driehonderd man op de tribune, en ja, bij baseball is dat veel.' Op haar Instagramprofiel staat een filmpje waarin ze keihard tegen de grond gaat. Mislukte boardslide over een stalen rail. 'Dat was pijnlijk, ja. Maar dan sta je weer op en probeer je het opnieuw. Vallen hoort erbij.' In de lagere school deed ze aan keurturnen, maar skaten leek haar net iets cooler. 'Ik zag de jongens op school met hun skateboard en wilde het ook proberen. Als meisje viel ik op, maar daar heb ik me nooit iets van aangetrokken.' Op Exposure in San Diego, de grootste skateboardwedstrijd voor vrouwen ter wereld, haalde ze vorig jaar het podium met een derde plaats. 'Ik had niet verwacht dat ik zo goed zou scoren. Het was een fantastische ervaring, ik heb er veel nieuwe vrienden gemaakt.' Bij skateboarden als olympische sport heeft ze gemengde gevoelens. 'De aandacht is goed, want zo krijgt skaten hopelijk meer waardering en komen er misschien wat skateparken bij in België. Anderzijds hoeft skaten voor mij niet te serieus genomen te worden. Skaten doe je voor het plezier, niet omdat het moet van je trainer. Over de hele wereld kunnen skaten met mijn vrienden is voor mij belangrijker dan skaten op de Spelen.'Hij is niet zo goed in teamsporten, vertelt hij. Laat hem maar in zijn eentje naar boven klimmen, met zijn handen vol krijt en een en al concentratie. 'Er zit een bepaald gevaar in klimmen, dat trekt me aan. Als kind klom ik al graag in bomen. Onze buurvrouw stond geregeld aan de deur om mijn ouders te waarschuwen dat ik weer ergens hoog in een boom zat. Vandaag doe ik dat nog altijd, trouwens. Een betere ontspanning is er niet.' Op de Wereldkampioenschappen bij de jeugd behaalde hij drie jaar geleden een bronzen medaille. Op nationaal niveau mag hij zich Belgisch kampioen boulder noemen bij de volwassenen. Tokio lonkt, maar de druk op zijn schouders valt voorlopig goed mee. 'Het plezier komt nog altijd op de eerste plaats, daarna de prestaties. Anders zou ik dit niet doen.' Na het WK in Rusland (9-16 augustus) gaat het richting universiteit of hogeschool, hopelijk mét topsportstatuut. 'Ik ben niet de leerling die alles goed kan combineren. Mijn schoolprestaties hebben geleden onder mijn sport. Ik wil mijn studies spreiden zodat ik meer tijd heb om te trainen. Klimmen op de Olympische Spelen, dat is het doel.'