Het premierschap overkwam Dries van Agt (° 1931) een beetje. Hij was bij de parlementsverkiezingen van 1977 tegen zijn zin lijsttrekker van het Christen Democratisch Appèl (CDA). Het CDA was een fusie van drie bestaande christelijke partijen, die hun aanhang in de jaren daarvoor sterk hadden zien afkalven. Ook de nieuwe partij was niet meteen een succes: de populaire sociaaldemocraat en aftredend minister-president Joop den Uyl boekte een eclatante overwinning. Van Agt wou liever commissaris der Koningin (gouverneur) in Limburg worden. Hij was met zijn vrouw zelfs al een kijkje gaan nemen in de ambtswoning in Maa...

Het premierschap overkwam Dries van Agt (° 1931) een beetje. Hij was bij de parlementsverkiezingen van 1977 tegen zijn zin lijsttrekker van het Christen Democratisch Appèl (CDA). Het CDA was een fusie van drie bestaande christelijke partijen, die hun aanhang in de jaren daarvoor sterk hadden zien afkalven. Ook de nieuwe partij was niet meteen een succes: de populaire sociaaldemocraat en aftredend minister-president Joop den Uyl boekte een eclatante overwinning. Van Agt wou liever commissaris der Koningin (gouverneur) in Limburg worden. Hij was met zijn vrouw zelfs al een kijkje gaan nemen in de ambtswoning in Maastricht. Maar de onderhandelingen voor de vorming van een tweede kabinet-Den Uyl sleepten aan. Tot de sluwe Van Agt zijn kans greep en het met de liberaal Hans Wiegel op een akkoordje gooide. Ondanks zijn grote overwinning verdween Den Uyl naar de oppositie. Van Agt nam zijn intrek in het Catshuis. Hij zou drie regeringen leiden en vijf jaar minister-president van Nederland blijven. Mr. Andreas Antonius Maria van Agt en de sociaaldemocraten lagen elkaar niet zo goed. De Partij van de Arbeid voerde in de jaren zeventig een zogenaamde confrontatiepolitiek, die de macht van de christelijke partijen definitief moest breken. Van Agt was hoogleraar strafrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen toen hij in 1971 onverwacht minister van Justitie werd in de regering van zijn partijgenoot Barend Biesheuvel. Het archaïsche Nederlands waarvan hij zich bedachtzaam bediende, werd zijn handelsmerk. Toch leerde hij snel dat elk woord in de politiek telt. Tijdens een prille persbabbel liet hij zich ontvallen dat het voor hem als 'Ariër' moeilijker was om de Drie van Breda vrij te laten dan voor zijn voorgangers op het kabinet van Justitie, Ivo Samkalden en Carel Polak - Nederlanders van Joodse afkomst. De Drie van Breda waren de laatste Nederlandse oorlogsmisdadigers die toen nog in de cel zaten. Over hun vrijlating werd een publiek debat gevoerd. Van Agt had de uitspraak ironisch bedoeld, maar hij kreeg een storm van protest over zich heen. Hij werd een antisemiet genoemd en werd met de dood bedreigd. In de eerste regering-Den Uyl, die in 1973 werd gevormd, maakte hij promotie. Hij behield zijn portefeuille van Justitie en werd daarnaast ook vicepremier. Hij lag in die functie haast voortdurend met zijn minister-president overhoop en legde mee de fundamenten voor de fusie van de christelijke partijen die het verval van de christendemocratie in Nederland uiteindelijk tot staan bracht. Niet Van Agt, maar zijn opvolger Ruud Lubbers zou daar de vruchten van plukken. Hij stapte in 1982, na een mislukte korte regering met toch weer de sociaaldemocraten van Joop den Uyl en met de links-liberalen van D66, uit de politiek. Hij had er, volgens zijn D66-vicepremier Jan Terlouw, 'groot genoeg van'. Hij werd enkele jaren commissaris der Koningin in Noord-Brabant, en was daarna ambassadeur voor de Europese Gemeenschap in Japan en in de Verenigde Staten. Van Agt trad pas de voorbije jaren weer voor het voetlicht, als een felle verdediger van de Palestijnse zaak.