De begrafenis van de paus en het huwelijk van kroonprins Charles zorgden voor een rustig verkiezingsweekend. Maar deze week barsten de campagnes los. Een twintigtal partijen kampt om de stem van de kiezer, maar eigenlijk wordt het een strijd tussen de traditionele tegenstanders: het zetelende Labour en de (liberale) Conservatieven. Van de 'moderne' oppositie, de Liberal Democrats en Green, wordt enkel verwacht dat ze de proteststemmen opvangen. Die gaan vooral over de oorlog in Ira...

De begrafenis van de paus en het huwelijk van kroonprins Charles zorgden voor een rustig verkiezingsweekend. Maar deze week barsten de campagnes los. Een twintigtal partijen kampt om de stem van de kiezer, maar eigenlijk wordt het een strijd tussen de traditionele tegenstanders: het zetelende Labour en de (liberale) Conservatieven. Van de 'moderne' oppositie, de Liberal Democrats en Green, wordt enkel verwacht dat ze de proteststemmen opvangen. Die gaan vooral over de oorlog in Irak. Premier Tony Blair bleef daarbij pal achter de Amerikaanse president George W. Bush staan en stuurde Britse soldaten naar Irak, ook toen bleek dat daar geen massavernietigingswapens waren. Maar omdat de Conservatieven die oorlog ook steunen, kan dat geen strijdpunt worden. De conservatieven mikken vooral op de klassieke liberale onderwerpen: lage belastingen, minder geld voor openbare diensten, steun aan de industrie om concurrerend te blijven. Maar hét hoofdpunt is veiligheid. Meer blauw op straat, strengere straffen en vooral een einde aan de immigratie van illegalen. In feite zijn dat allemaal zaken waar het socialistische Labour al jaren aan werkt. Labour won in 1997 en 2001 de verkiezingen op de programmapunten van de Conservatieven en noemt zich sindsdien 'New Labour', een moderne socialistische partij met aandacht voor de vrije markt. De échte Labourpunten - onderwijs en gezondheid - worden daaraan gekoppeld. Goed onderwijs en goede gezondheidszorgen moeten de economie bedienen, ziekteverzuim en werkloosheid bekampen. Op al die vlakken heeft Labour intussen heel wat gerealiseerd. Afgaande op de cijfers geloven waarnemers dan ook dat Labour voor de derde keer op rij de verkiezingen zal winnen; wat nooit eerder is gebeurd. De partij mag tot 100 zetels in het parlement verliezen zonder dat haar macht in gevaar komt. Bovendien speelt het Britse verkiezingssysteem - waarbij degene die in een kiesdistrict de meeste stemmen haalt, ook de zetel krijgt - in het voordeel van Labour. Dat zorgt voor een stevige voorsprong in Noord-Engeland, waar de partij van de vroegere conservatieve premier Margaret Thatcher nog steeds zeer onpopulair is. Tegelijk heeft Labour veel aanhang in het moderne industriële Zuid-Engeland, waar de trendy politiek van Blair goed aanslaat. Nu nog de mensen overtuigen te gaan stemmen en hopen dat er geen symboolbedrijven als Rover failliet gaan, en dan kan Tony Blair er gerust op zijn. M.V.