'Ik heb graag mensen die met goede argumenten tegen me ingaan. Ik ken politici die denken: l'état c'est moi. Ik ken zelfs politici die zich met overlopers omringen omdat die het minst tegenpruttelen. Absolutistische leiders doen dat al jaren. Maar ik heb tegenwind nodig in de politiek.' Dat zei Bart De Wever in 2011, toen hij nog interviews gaf aan De Standaard en zijn partij nog niet deelnam aan de macht.
...

'Ik heb graag mensen die met goede argumenten tegen me ingaan. Ik ken politici die denken: l'état c'est moi. Ik ken zelfs politici die zich met overlopers omringen omdat die het minst tegenpruttelen. Absolutistische leiders doen dat al jaren. Maar ik heb tegenwind nodig in de politiek.' Dat zei Bart De Wever in 2011, toen hij nog interviews gaf aan De Standaard en zijn partij nog niet deelnam aan de macht. Intussen is de N-VA de grootste beleidspartij, op alle niveaus. Vooraf hadden critici nochtans gezegd dat het geen sinecure zou zijn voor de N-VA om zich om te vormen tot een volwaardige beleidspartij: niet alleen zijn N-VA'ers gedoodverfde caractériels, stugge lieden om mee samen te werken, ze zouden ook niet de mankracht hebben om de kabinetten te bemannen, laat staan om het overheidsapparaat aan te sturen. Daar zat een grond van waarheid in, maar de N-VA loste dat op haar manier op. In Antwerpen was De Wever in januari 2013 amper burgemeester of de oude Antwerpse stadsbouwmeester van Patrick Janssens (SP.A) had al ontslag genomen. De Vlaamse regering van Geert Bourgeois (N-VA) legde de eed af op 25 juli 2014, binnen de week werd een reeks socialistische regeringsafgevaardigden de wacht aangezegd: Operatie Soske Sjot. Politiek is een ruw spel waarbij het om macht gaat, en de achterdocht van de N-VA is niet helemaal zonder grond. Er was zelfs één Vlaamse topambtenaar (de SP.A'er Dirk Van Melkebeke) die eenzijdig zijn ontslag indiende omdat hij geen uitvoerder wilde zijn van een beleid waarin hij zich niet herkende. Loyaal was dat niet, maar wel eerlijk. In de paars-groene periode wantrouwde de regering de christendemocratische topambtenaren als mogelijke saboteurs. Toch werkte een minister als Frank Vandenbroucke (SP.A) goed en zelfs graag samen met die CVP-technocraten. Vandenbroucke beheerste zijn dossiers en hoefde niet wantrouwig te zijn: een ambtenaar moest al van ver komen om hem iets op de mouw te spelden. Die concrete dossierkennis ontbreekt bij Liesbeth Homans, Vlaams superminister van veel-te-veel - ze is viceminister-president, minister van Binnenlands Bestuur, van Inburgering, van Wonen, van Gelijke Kansen en van Armoedebestrijding. Geen enkele minister kan affiniteit hebben met zo veel beleidsdomeinen, zeker niet met een even divers kabinet. Wanneer de ontslagen diversiteitsambtenaar Lyubayeva zegt dat 'minister Homans geen enkel belang hecht aan diversiteit', dan wéét elke geïnformeerde waarnemer dat de ambtenaar geen onzin vertelt. Soms gebeurt het zelfs dat een partij een bevoegdheid claimt, speciaal opdat de minister de werking van de bewuste administratie lam zou leggen. Als minister van Financiën deed Didier Reynders (MR) dat met de fiscus, tien jaar lang. Dat minister Homans zomaar kan afrekenen met een ambtenaar met (het zal wel) een grote mond is erg voor mevrouw Lyubayeva, maar het is pas echt dramatisch voor de Vlaamse administratie. In de tijd van Gaston Geens (1980-1992) hadden Vlaamse ministers nog de ambitie om de nieuwe Vlaamse ambtenarij te vrijwaren van de oude Belgische ziekte, toen ambtenaren louter uitvoerend werkvolk waren en tegenspraak verboden was. Net zoals in Nederland of Scandinavië wilde de jonge Vlaamse overheid dat de ambtenaren voortaan vooral deskundig zouden zijn, onkreukbaar, en zelfs onafhankelijk van de politiek. Zeker, de theorie kwam niet altijd overeen met de praktijk. Maar dat uitgerekend een N-VA-minister de klok dertig jaar terugdraait naar 'la Belgique de papa', is een blaam voor haar partij. Datzelfde weekend kondigde het gelijkekansencentrum Unia aan dat het afscheid neemt van juriste Rachida Lamrabet. Zij had zich in Knack uitgesproken tegen de boerka, maar ook tegen een boerkaverbod. Meteen nam Zuhal Demir (N-VA), de nieuwe federale staatssecretaris voor Gelijke Kansen, Unia onder vuur. Als jong parlementslid had Demir in 2011 het wetsvoorstel voor het boerkaverbod van haar partijgenoot Theo Francken (N-VA) enthousiast gesteund. De felste tegenstand kwam toen van Groen-Kamerlid Eva Brems, hoogleraar mensenrechten aan de Universiteit Gent. Brems stelde in 2016 een uitgebreide reader samen over de onzin van een boerkaverbod: The Experiences of Face Veil Wearers in Europe and the Law. De uitgever was Cambridge University Press, en Leuvense wetenschappers zoals Nadia Fadil en Jogchum Vrielink schreven eraan mee. Lamrabets tolerantie voor de boerka is dus geen extremistische afwijking, maar is ingebed in een academische stroming. Toch had zelfs Johan Leman, oud-directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (nu Unia) zware kritiek op Lamrabet: 'Het laatste waar ons land behoefte aan heeft, is dat Unia haar eigen draagvlak onderuithaalt.' Unia ligt al langer onder vuur, vooral omdat uitgerekend de N-VA last heeft met haar voluntaristische strijd tegen racisme en discriminatie. Past het dan dat een Unia-juriste over een politiek zo gevoelig onderwerp een maatschappelijk zo weinig gedragen standpunt inneemt? De boerka is namelijk niet zomaar een hoofddoek voor moslima's, het is een lichaamsbedekkend kleed dat pas een revival kende sinds de taliban het in Afghanistan manu militari oplegden aan de vrouwen. Als er één soort kledij geassocieerd mag worden met vrouwenonderdrukking, dan is het wel de boerka. Er zijn zelfs argumenten om te zeggen dat lepe moslimcritici de boerka gebruiken om ook de gewone hoofddoek in diskrediet te brengen. Wat is dan het punt, behalve het genoegen van de academische oefening, om een standpunt te verkondigen dat de emancipatie van de moslima's alleen maar terugschroeft? Natuurlijk had Lamrabet met haar interview Unia in de problemen gebracht. Anders had Unia-directeur Els Keytsman (ook een oud-politica van Groen) haar niet ontslagen. Maar die harde aanpak, helemaal tegen de Unia-stijl in, illustreert dat Keytsman voelt dat haar instelling stilaan een strop om de hals heeft. Uiteraard heeft de voortdurende kritiek van de N-VA daarin een rol gespeeld, en die was niet altijd even fijnzinnig. Alleen was Zuhal Demir ditmaal zo verstandig om Lamrabets ontslag niet zélf te vragen. Zoals de staatssecretaris benadrukte: 'Niet publiekelijk, en niet in mijn gesprek afgelopen vrijdag met de Unia-directeurs Els Keytsman en Patrick Charlier over de werking en het perceptieprobleem van Unia. Het is de directie zelf die de beslissing tot ontslag heeft genomen, want ook de raad van bestuur van Unia is niet geïnformeerd of geconsulteerd in deze zaak.' Plots werd Unia zelf het voorwerp van harde kritiek van groeperingen en mensen die mee vooroplopen in strijd tegen racisme en discriminatie, met op kop de onvermijdelijke Dyab Abou Jahjah. Wat Johan Leman aan Rachida Lamrabet verweet, geldt ook voor Els Keytsman: het is godgeklaagd dat Unia haar eigen draagvlak zelf afgraaft. En verder was er bij Rachida Lamrabet geen sprake van brute machtsoefening van een regeringslid, hoogstens van cynische beïnvloeding. Zuhal Demir denkt voor 95 procent hetzelfde als Liesbeth Homans, maar ze pakt het 100 keer slimmer aan. En mondige civil servants moeten nog veel beter uitkijken. Door WALTER PAULIDat uitgerekend een N-VA-minister de klok dertig jaar terugdraait naar 'la Belgique de papa' is een blaam voor haar partij.