In het SMAK volgen de tentoonstellingen en evenementen elkaar in een snel tempo op. We hadden - om er een paar te noemen - Anselm Kiefer, Karel Appel, Anton Corbijn en Marlene Dumas, Jean Pierre Raynaud, Philippe Van Snick, de mosselpot van Marcel Broodthaers, projecten als Over the Edges, Watou, Epifanie, kinderopvang, feestjes. Kortom: een eivol programma. En dan kan er natuurlijk al eens een tegenvallende expositie tussen zitten. De dubbeltentoonstelling Tuymans-De Keyser is er zo een. Niet alleen lijkt het SMAK zes keer groter dan anders, de muren zijn plots ook veel witter dan voorheen. Schilderijen alom, maar ze roepen een stroom van bedenkingen op. En dat ligt vooral aan de confrontatie van twee oeuvres die maar beter zo ver mogelijk uit elkaars buurt waren gebleven.
...

In het SMAK volgen de tentoonstellingen en evenementen elkaar in een snel tempo op. We hadden - om er een paar te noemen - Anselm Kiefer, Karel Appel, Anton Corbijn en Marlene Dumas, Jean Pierre Raynaud, Philippe Van Snick, de mosselpot van Marcel Broodthaers, projecten als Over the Edges, Watou, Epifanie, kinderopvang, feestjes. Kortom: een eivol programma. En dan kan er natuurlijk al eens een tegenvallende expositie tussen zitten. De dubbeltentoonstelling Tuymans-De Keyser is er zo een. Niet alleen lijkt het SMAK zes keer groter dan anders, de muren zijn plots ook veel witter dan voorheen. Schilderijen alom, maar ze roepen een stroom van bedenkingen op. En dat ligt vooral aan de confrontatie van twee oeuvres die maar beter zo ver mogelijk uit elkaars buurt waren gebleven.Raoul De Keyser (70) en Luc Tuymans (42) zijn beiden met doek en penseel in de weer. De Keyser schildert wat abstracter, Tuymans wat figuratiever. De Keyser was ooit leerling van Raveel, ging door het leven als zondagsschilder en bleef lange tijd op de achtergrond. Pas tijdens het laatste decennium verschenen zijn doeken in het openbaar: in mindere mate in musea, iets frequenter in binnen- en buitenlandse galeries. De bijna dertig jaar jongere Tuymans was te gast in het Museum of Modern Art (MOMA) in New York, nam onlangs deel aan Apocalypse in de Londense Royal Academy, en deze zomer is zijn werk op de Biënnale van Venetië te zien. De Antwerpenaar is eigenlijk overal waar iets te beleven valt. Op het stuk van schilderen, hebben ze een andere ingesteldheid. De Keyser draagt het amateurisme naar eigen zeggen hoog in het vaandel. Tuymans is een beroeps die een paar steunpilaren van het metier ter discussie stelt. Maar laten we wel wezen, een amateur - hoe goed hij ook is - kun je maar beter niet naast iemand zetten die op een hoger vlak opereert. Het kan bijna niet anders dan dat zo wrijving ontstaat, en dat het ene afbreuk doet aan het andere. En dat gebeurt ook, want de figuratieve stijl van Tuymans verliest aan spankracht door de abstractie van De Keyser. En omgekeerd wordt de vormloosheid van De Keyser door het bewust onhandige van Tuymans benadrukt. Wat ook de aanleiding van een confrontatie mag zijn, gunstige gevolgen zijn er nauwelijks. Wat uit de combinatie voortvloeit, is een in de verf gezette onvolkomenheid van het werk van allebei. De bezoeker kan wel raden wat van wie is, maar dat spelletje gaat al na een zaal vervelen. En natuurlijk draait de vergelijking in het voordeel van Tuymans uit, want hij - zo moet je wel denken - doet ten minste een poging om iets mee te delen. Wat dat precies is, blijft echter onduidelijk. Elk schilderij is immers een toonbeeld van ambiguïteit. Je krijgt wazige taferelen aangereikt waarin schimmige figuren of fragmenten opdoemen.ARTISTIEKE VOYEURSOok worden thema's als oorlog en pornografie aangesneden, maar die gaan steevast onder een dikke laag mist schuil. Of je treft close-ups waar je geen kant mee op kunt. Bewust weliswaar, want Tuymans speelt op 'het voyeurisme van de kijker' in. Dat mag opnieuw een heikele kwestie heten: dan doet een mens eens een poging om iets te zien wat hem treft, blijkt dat hij zich aan voyeurisme bezondigt. Maar goed, een kunstenaar moet nu eenmaal een weinig stof doen opwaaien. Vandaar wellicht dat ook het etiket 'subversief' wordt bovengehaald. Tuymans hanteert 'een onderliggende subversiviteit'. Dat is overdreven, maar een kunstenaar hoort natuurlijk wel tegen de heersende orde te reageren. Ook als hij dat eigenlijk niet doet, dan nog doet hij het. Zo simpel is dat. Het maakt trouwens weinig uit, want hedendaagse kunst heeft op een paar uitzonderingen na een uitgesproken tijdelijk karakter. Vrijwel alle tentoonstellingen hebben de neiging om zachtjes te verglijden. Een enkele keer mag dan wel iemand met een knallende dynamietstaaf tevoorschijn komen, ook die schuift na een tijdje geruisloos weg. Gelukkig maar. Nochtans is Tuymans een kunstenaar die wonderwel bij de realiteit aansluit. Hij vindt immers 'dat alles al bestaat, en dat je nooit méér dan een vervalsing kunt maken'. Bovendien mag een schilderij volgens hem gerust 'onartistiek' zijn. Vreemd. Net een ontgoochelde banketbakker die na verschillende tegenslagen heeft besloten dat zijn taarten best 'wansmakelijk' mogen zijn. Wat sluipt daar toch door het Vlaamse struikgewas? Het lijkt wel alsof actuele kunst aan een onbekende ziekte lijdt. Zelfs de nieuwerwetse term curator, afkomstig van het Latijnse curare of genezen, verwijst ernaar. Blijkbaar is er sprake van een gewisse lusteloosheid, gekoppeld aan acute koorts die soms ernstige hallucinaties kan veroorzaken. Waar hoegenaamd geen leven meer inzit, is in het al sinds de jaren tachtig aanslepende discours over het bestaansrecht van de schilderkunst. Zogezegd was het sindsdien - en eigenlijk al eerder - uit met het schilderen. Die klaagzang blijft maar aanhouden, terwijl geen mens nog luistert. Tot in den treure probeert men kunstenaars aan te prijzen alsof hun activiteit met het penseel van dapperheid getuigt, alsof het schilderen in tijden van video-, computer- en installatiekunst een heldhaftige daad is. Ook de twee protagonisten in het SMAK zouden aan dat syndroom lijden.ZELFAANGEMETEN FAAMNochtans ligt het probleem niet bij de schilderkunst, maar bij de abstracte schilderkunst. Stellingen 'tegen de esthetiek van de klassieke school', tegen 'het academische schilderen' en 'tegen de eigen kunde', zoals De Keyser ze formuleert, waren mede de oorzaak van de neergang. Ze maakten het ontzettend moeilijk voor een nieuwe lichting kunstenaars die de fakkel moest overnemen van een bejubelde groep die overal tegen was. En dan is het nog maar de vraag of de stippen en strepen van de verzetsgeneratie op zich wel zo interessant waren. Ze hebben komaf gemaakt met de dwingende aard van de afbeelding, maar aan de andere kant ben je in een oogwenk op het werk uitgekeken. Vandaag kunnen ze dus weer schilderen wat ze willen, maar monochromen of doeken met een vaag signaal erop hebben hun beste tijd gehad. Hoe vernieuwend ook het verzet ooit oogde, abstractie is wel degelijk een vorm van leegte. Vier puntjes op een kartonkleurig veld mogen dan nog zo poëtisch geïnterpreteerd worden, het blijven vier puntjes op een kartonkleurig veld. En daar is helemaal niets aan te doen. Dat zo'n doek moeilijk standhoudt naast een batterij nieuwe media, spreekt voor zich. Een tentoonstelling, uitgesponnen rond twee oeuvres die wringen, draagt weinig bij. Toch worden we verzocht te geloven dat de tentoonstelling Tuymans-De Keyser een piekmoment uit de Vlaamse schilderkunst belicht. En er is weinig speelruimte, want het SMAK is een museum dat zich graag vrolijk maakt om de verbouwereerde respons van het publiek. Doch, als dit het voorlopige eindpunt is van een traditie die met Van Eyck begon, dan is het niet bepaald een orgelpunt. En natuurlijk wordt de kijker geacht daar allemaal ernstig over te contempleren. Maar waarom moeite doen? Een solotentoonstelling van Tuymans zou beter werken. Maar aangezien de Tuymansen niet dik gezaaid zijn, en het overgrote deel dan nog in het buitenland vastzit, zal dat wel te moeilijk zijn geweest. Niettemin krijgt het SMAK, met de snel wisselende en niet altijd even geslaagde exposities, steeds meer het aanschijn van een grote galerie. De vaste collectie is wat ze is, maar bij de tijdelijke tentoonstellingen rijzen vragen. Op de buitenprojecten valt doorgaans minder aan te merken, dus ligt de eigenlijke verdienste daar. Maar van een museum met een zelfaangemeten, internationale faam mogen we toch wel iets meer verwachten dan een tentoonstelling die dermate halfslachtig is, dat we ze maar beter zo snel mogelijk kunnen vergeten.Luc Tuymans en Raoul De Keyser in het SMAK, Citadelpark in Gent, elke dag behalve op maandag open van 10 tot 18 uur, tot 25 maart (09-221 17 03).Els Fiers