Voor Michael Crichton was schrijven een manier om aan de werkelijkheid te ontsnappen. Door zijn lichaamslengte - als volwassene mat de auteur ruim twee meter - voelde hij zich van kleins af bekeken en uitgesloten; achter de schrijftafel vond hij rust. Op de middelbare school verdiende hij een cent bij door de essays van zijn medestudenten te maken, maar uit vrees dat hij niet van zijn pen zou kunnen leven, ging hij antropologie studeren aan Harvard en daarna medicijnen aan de Harvard Medical School. Om die studies te betalen, begon hij onder de pseudoniemen John Lange en Jeffrey Hudson (een verwijzing naar zijn lengte: Hudson was een dwerg aan het hof van koning Charles II van Engeland) thrillers te sch...

Voor Michael Crichton was schrijven een manier om aan de werkelijkheid te ontsnappen. Door zijn lichaamslengte - als volwassene mat de auteur ruim twee meter - voelde hij zich van kleins af bekeken en uitgesloten; achter de schrijftafel vond hij rust. Op de middelbare school verdiende hij een cent bij door de essays van zijn medestudenten te maken, maar uit vrees dat hij niet van zijn pen zou kunnen leven, ging hij antropologie studeren aan Harvard en daarna medicijnen aan de Harvard Medical School. Om die studies te betalen, begon hij onder de pseudoniemen John Lange en Jeffrey Hudson (een verwijzing naar zijn lengte: Hudson was een dwerg aan het hof van koning Charles II van Engeland) thrillers te schrijven. Toen die redelijk succesvol bleken, besloot hij om het er toch maar op te wagen. Als student schreef hij 10.000 woorden per dag, vertelde Crichton (spreek uit: Kraaiton) ooit, en dat lijkt niet overdreven. In 1969, het jaar dat hij afstudeerde, bracht hij drie boeken uit, twee als John Lange én een onder zijn eigen naam, The Andromeda Strain, een thriller over een dodelijke buitenaardse microbe die aan boord van een militaire satelliet op aarde belandt en onderzocht wordt door een groep artsen. Dat debuut kan eigenlijk symbool staan voor de rest van zijn oeuvre, en niet alleen omdat het boek - zoals het gros van Crichtons werken - een paar jaar later verfilmd werd. In The Andromeda Strain nam Crichton een wetenschappelijk gegeven en bouwde er een spannende thriller rond, precies wat hij later zou doen in onder meer Prey (nanotechnologie), State of Fear (de opwarming van de aarde) en natuurlijk Jurassic Park (genetische manipulatie), zijn bestseller uit 1990. Begin jaren negentig stond Crichton aan de top. Jurassic Park, Steven Spielbergs verfilming uit 1993, was met een opbrengst van bijna 1 miljard dollar uitgegroeid tot een van de meest winstgevende blockbusters aller tijden. Een jaar later schoot Crichtons nieuwe boek Disclosure, over een man die door zijn vrouwelijke baas seksueel geïntimideerd wordt, meteen door naar de top van de Amerikaanse bestsellerlijsten. En ondertussen trok E.R. , de ziekenhuisreeks waarvoor Crichton op basis van zijn ervaringen als dokter de eerste scenario's had geschreven, in de VS elke week zowat 20 miljoen kijkers. Alleen bij de critici lag Crichton minder goed: die verweten hem dat hij te veel de nadruk legde op de plot, waardoor zijn personages eendimensionaal waren, en dat zijn stijl houterig en voorspelbaar was. Crichton pareerde de kritiek door te zeggen dat hij alleen wilde 'entertainen', en verwees dan naar schrijvers als Charles Dickens of Robert Louis Stevenson, die ook pas na hun dood in de literaire canon werden opgenomen. Al zat het gebrek aan erkenning hem blijkbaar soms toch hoog: toen een Amerikaanse criticus in 2004 State of Fear afkraakte, dook er in Crichtons volgende boek een kinderverkrachter op die bijna net dezelfde naam droeg als de vermaledijde recensent. Het succes en de bijbehorende miljoeneninkomsten hadden geen enkele invloed op Crichtons productiviteit: in de twee jaren na Disclosure schreef hij bijvoorbeeld nog twee andere boeken ( The Lost World en Airframe) én het scenario voor de actiefilm Twister. Crichton werkte dan ook volgens een erg strikt schema. Dat deed zijn privéleven geen goed: Crichton is vijf keer getrouwd en vier keer gescheiden. Zijn vierde vrouw, met wie hij zijn enige dochter had, vertelde achteraf dat met hem samenwonen was 'alsof je met een lichaam leeft en Michael zelf ergens anders is'. Stefaan Werbrouck