Als België het nu wat moeilijk heeft in de NAVO, ligt dat niet aan André de Staercke (1913-2001). Deze Belgische ambassadeur bij de alliantie maakte de NAVO mee groot, organiseerde, o ironie, in 1966 haar verhuizing van Parijs naar Brussel en bedacht haar leuze, Animus in consulendo liber - vrijheid van geest in overleg. Kent de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld Latijn? Hij zal zich De Staercke wel herinneren, want ze waren beiden een tijdlang bestuurder van het farmaceutische concern G.D. Saerle in Chicago. De Staercke bleef altijd een grote vriend van de Amerikanen. Nog in 1995 schreef hij de speech van de Amerikaanse president Bill Clinton bij de vijftigste verjaardag van de invasie in Normandië. Een grote geest en een grand commis d'état, dat wel, maar zijn diplomatieke carrière eindigde toch voortijdig, in de bescheiden graad van bestuurssecr...

Als België het nu wat moeilijk heeft in de NAVO, ligt dat niet aan André de Staercke (1913-2001). Deze Belgische ambassadeur bij de alliantie maakte de NAVO mee groot, organiseerde, o ironie, in 1966 haar verhuizing van Parijs naar Brussel en bedacht haar leuze, Animus in consulendo liber - vrijheid van geest in overleg. Kent de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld Latijn? Hij zal zich De Staercke wel herinneren, want ze waren beiden een tijdlang bestuurder van het farmaceutische concern G.D. Saerle in Chicago. De Staercke bleef altijd een grote vriend van de Amerikanen. Nog in 1995 schreef hij de speech van de Amerikaanse president Bill Clinton bij de vijftigste verjaardag van de invasie in Normandië. Een grote geest en een grand commis d'état, dat wel, maar zijn diplomatieke carrière eindigde toch voortijdig, in de bescheiden graad van bestuurssecretaris. Want De Staercke, zoon van een Gentse textielfabrikant, vertikte het om het voor ambtenaren verplichte taalexamen Nederlands af te leggen. Over dat alles valt amper een woord in Alles is voorbijgegaan als een schaduw, de pas bij uitgeverij Lannoo verschenen memoires van De Staercke. Het boek concentreert zich op de Tweede Wereldoorlog en de Koningskwestie. Tijdens de oorlog leidde De Staercke het kabinet van Hubert Pierlot, toen premier van de Belgische regering in ballingschap in Londen. Na de bevrijding werd hij secretaris van prins Karel, die in 1944-1950 als regent de troon warm hield voor zijn in opspraak gekomen broer, koning Leopold III. Dat maakt De Staercke tot een eersterangsgetuige. In deze memoires - in het boek aangevuld met een stoet documenten en notities - is De Staercke genadeloos voor de 'lamentabele' Leopold III, 'te groot voor wat hij kon doen, te klein voor wat hij wilde doen'. Hij beschrijft de koning als antidemocratisch en pro-Duits, die zijn autoritaire ambities desnoods met list en bedrog realiseerde. Zelfs toen voor hem alles was verloren, hield hij nog blind en koppig vast aan zijn gelijk. Nogal dom, vindt De Staercke. Daarbij kreeg Leopold de steun van een adellijke hofhouding die onder de pen van de burgerlijke intellectueel De Staercke het aanschijn krijgt van een collectie lichtzinnige paljassen en immorele intriganten. De koning schond de grondwet, bracht de monarchie in gevaar, pleegde zo goed als landverraad (door de Britten op te jutten tegen de regering-Pierlot), moedigde al dan niet bewust de collaboratie aan en weigerde daarvoor achteraf enige verantwoordelijkheid op te nemen. En toen hij na een breuk van vele decennia in 1982 nog eens contact opnam met zijn broer Karel, beperkte hij zich tot het maken van grove verwijten over de 'ernstige fouten' die deze als regent zou hebben begaan. Karel, die in 1944 nog niet het minste besef had hoe 's lands instellingen in elkaar zaten, heeft volgens De Staercke de monarchie daarentegen gered. Hij beschrijft vooral hoe de regering - rond de katholiek Pierlot en diens belangrijkste minister, de socialist Paul-Henri Spaak - haar conflict met Leopold discreet hield in de hoop dat hij tot betere inzichten kwam en alles kon worden vergeten en vergeven. Maar nee, de koning hield vol. Opmerkelijk blijft vooral dat Spaak de zelfbeheersing en het staatsmanschap opbracht om diens Politiek Testament uit 1944 niet politiek tegen hem te gebruiken. In dat 'smerige vod' (aldus de Britse regering) toonde Leopold zich van zijn meest wrokkige en dubieuze kant. Het had hemzelf en wellicht ook de monarchie definitief de das omgedaan was het meteen na de bevrijding publiek gemaakt. Opzienbarend nieuws brengt De Staerckes boek niet, maar het bevat wel tal van saillante preciseringen en nieuwe detailinzichten, onder meer over het Politiek Testament, hoe de regering zich tijdens de oorlog met Leopold wilde verzoenen, of over het huwelijk van de koning in 1941 - hij dacht toen als privépersoon 'boven de wet' te staan. Of hoe De Staercke in 1949 uitgerekend de kapitalistische holding Société Générale ertoe bracht om de socialistische partij twee miljoen frank te lenen voor haar verkiezingscampagne, aangezien zij de trouwste bondgenoot was van regering en regent, tegen de leopoldistische katholieken en de weifelende liberalen. En dan die nooit eindigende rancune van 'Laken' tegen al wie ooit kritisch stond tegenover Leopold! Koning Boudewijn, aldus het boek, was ooit twee dagen geheel van slag omdat hij NAVO-ambassadeur De Staercke, voormalig opponent van zijn vader, de hand had moeten drukken. Marc ReynebeauKoning Leopold III maakte zichzelf onmogelijk.