Robin Ramael publiceerde zijn gedichten al in literaire tijdschriften als Hard/Hoofd en Tirade. Uitgevers op zoek naar nieuw poëtisch talent weten wat hen te doen staat.
...

Robin Ramael publiceerde zijn gedichten al in literaire tijdschriften als Hard/Hoofd en Tirade. Uitgevers op zoek naar nieuw poëtisch talent weten wat hen te doen staat. Dominique De Groen: Bewondering voor een tekst overvalt me vaak onbewust en wordt, meer dan door argumenten of redenen, opgewekt door intuïties en impressies. Dat is zeker het geval bij het werk van Robin Ramael. Iets in zijn werk trekt me aan, omdat het resoneert met bepaalde regionen van mijn verbeelding. Misschien is het het bijzondere ritme van zijn teksten, waarin de pulserende cadans, evenzeer als de inhoudelijke thema's of beeldspraak, een betekenisdrager is. Misschien is het de lichamelijkheid en (homo-)erotiek van zijn gedichten: vaak expliciet, soms heerlijk smerig maar altijd zacht. Misschien is het het schaamteloos barokke van zijn poëzie, de overdaad aan woorden uit allerlei verschillende registers, van drugs tot geopolitiek, van scheikunde tot seks, van wiskunde tot bloed, zaad en discoballen. Misschien is het het multimediale experiment: zo creëerde hij een computerscript dat maandenlang iedere minieme wijziging in een gedicht bijhield. Zo zie je het gedicht tot stand komen, groeien en muteren, als een zelfgenererend organisme. Die benadering van tekst als iets dat altijd in wording is, een eeuwig work in progress, vind ik heel interessant. Ten slotte is het, misschien, de combinatie van duisternis en hoop in Robins poëzie. Hoewel het er vaak somber aan toegaat, blijven er altijd mogelijkheden tot empathie en intimiteit. '[E]n toch', schrijft hij immers, 'zijn er knuffels'. (R.S.)