Deze test werd ontwikkeld door Robert G. Picard, een bekende Amerikaanse media-econoom. Hij maakt er furore mee op allerlei mediaconferenties. De Amerikaanse gespecialiseerde mediasite Editor & Publisher zette hem onlangs online. Let op: het gaat over Amerikaanse kranten. Wie maakt de berekening voor de Belgische (Vlaamse) kranten?
...

Deze test werd ontwikkeld door Robert G. Picard, een bekende Amerikaanse media-econoom. Hij maakt er furore mee op allerlei mediaconferenties. De Amerikaanse gespecialiseerde mediasite Editor & Publisher zette hem onlangs online. Let op: het gaat over Amerikaanse kranten. Wie maakt de berekening voor de Belgische (Vlaamse) kranten? 1. De gemiddelde oplage van een krant is a) 150.000 exemplaren b) 110.000 exemplaren c) 85.000 exemplaren d) 50.000 exemplaren e) 35.000 exemplaren 2. De gemiddelde verkoop in verhouding tot de bevolking a) is relatief stabiel gebleven b) is scherp gedaald na 2000 c) is scherp gedaald in het helft van de jaren negentig d) daalt de afgelopen vijftig jaar in een gelijkmatig tempo e) begint gestaag te dalen sinds de jaren tachtig3. De advertentie-inkomsten bereikten een record van 49,3 miljard dollar in a) 2006 b) 1999 c) 1993 d) 1989 e) 1984 4. Gecorrigeerd na inflatie zijn de advertentie-inkomsten voor kranten a) ongeveer hetzelfde als in 1950 b) 1,5 keer lager dan in 1950 c) 2,5 keer lager dan in 1950 d) 1,5 keer hoger dan in 1950 e) 2,5 keer hoger dan in 1950 5. Sinds 2000 zijn 'classified advertising' (zoekertjes) gedaald met a) 10 procent b) 25 procent c) 50 procent d) 75 procent e) geen van deze cijfers 6. De inkomsten uit onlineadvertenties compenseren het verlies aan inkomsten uit zoekertjes voor a) 15 procent b) 30 procent c) 45 procent d) 60 procent e) 75 procent7. Kranten zijn vooral afhankelijk van welk type advertenties a) Nationale advertenties b) Retail (warenhuizen...) c) Zoekertjes d) Preprint (losse katernen die bijgevoegd worden) e) Juridische advertenties (notaris, bekendmakingen...) 8. Het rendement van kranten is nu a) lager dan dat van de farmaceutische industrie b) lager dan de autosector c) lager dan de warenhuissector d) lager dan de banksector e) geen van deze voorbeelden9. Het aantal journalisten dat op krantenredacties werkt is a) ongeveer hetzelfde als in 1970 b) 25 procent lager dan in 1970 c) 50 procent lager dan in 1970 d) 25 procent hoger dan in 1970 e) 50 procent hoger dan in 197010. De algemene financiële situatie van de krantenindustrie is a) slechter dan in de jaren negentig b) slechter dan in de jaren tachtig c) slechter dan in de jaren zeventig d) slechter dan in de jaren zestig e) slechter dan ooit DE JUISTE ANTWOORDEN: 1) E; 2) E; 3) A; 4) E; 5) B; 6) D; 7) B; 8) E; 9) D; 10) ADIT IS HET OORDEEL VAN PICARD OVER UW SCORE8-10: U HEBT EEN REALISTISCHE KIJK OP DE SITUATIE VAN DE KRANTENSECTOR 4-7 U HEBT EEN ONVOLLEDIGE KIJK OP DE SITUATIE VAN DE KRANTENSECTOR 0-4 U HEBT EEN ONREALISTISCHE KIJK OP DE SITUATIE VAN DE KRANTENSECTOR door Karl van den Broeck