De laatste grote vergadering van de Convention on International Trade in Endangered Species (CITES), vorige maand in de Thaïse hoofdstad Bangkok, werd als een groot succes beschouwd door de meeste natuurbeschermingsorganisaties. De conventie moet de verdwijning van bedreigde dier- en plantensoorten bestrijden.
...

De laatste grote vergadering van de Convention on International Trade in Endangered Species (CITES), vorige maand in de Thaïse hoofdstad Bangkok, werd als een groot succes beschouwd door de meeste natuurbeschermingsorganisaties. De conventie moet de verdwijning van bedreigde dier- en plantensoorten bestrijden. Dit jaar werd eindelijk de witte haai beschermd, die als gevolg van de ongebreidelde handel in kaken en tanden zware klappen krijgt. Er kwamen ook strenge restricties op de export van kaviaar, om de druk op de steuren te verlichten. En er werd niet getornd aan het verbod op commerciële walvisvangst. Toch woedt er een debat over één omstreden beslissing van de conventie: de toelating die Zuid-Afrika en Namibië kregen om elk jaarlijks vijf neushoorns te 'verkopen' aan trofeejagers. De rationale achter de beslissing is dat rijke jagers veel geld betalen om hun beest te kunnen schieten - geld dat dan aan de bescherming van de neushoornbiotoop, en bijgevolg de andere neushoorns, kan worden besteed. Want CITES is in eerste instantie een handelsconventie, en géén dierenbeschermingsorganisatie. CITES grijpt in wanneer handel de overleving van een soort in het gedrang kan brengen. Zo is er al jaren druk op de organisatie om een beperkte handel in ivoor mogelijk te maken, waardoor ook het olifantengebied in zuidelijk Afrika beter beschermd zou kunnen worden. Een vraag waar niet op wordt ingegaan zolang er geen ondubbelzinnige manier bestaat om de legale handel te controleren en te vermijden dat hij stroperij en de verkoop van illegaal ivoor stimuleert. Enkele dieren opofferen om andere te redden: het geeft toch een wrang gevoel. Zeker omdat er in de jaren zeventig nog meer dan 65.000 neushoorns waren, en nu nog amper 2400. Ook de problemen die landen als Botswana met de olifant ondervinden, zijn grotendeels een gevolg van een zware aanslag van de mens op het landschap. Daardoor worden de olifanten samengedreven in de weinige zones die hen nog resten, en die ze dus beschadigen. De overpopulatie is met andere woorden een rechtstreeks gevolg van de verhoogde druk van de mens op deze dieren. CITES liet ook toe dat er een beperkte handel in leeuwen blijft, hoewel de wereldpopulatie van deze dieren teruggevallen is tot amper 20.000. De boodschap was ook hier dezelfde: het is niet de legale handel die het voortbestaan van de leeuw in het gedrang brengt. En een kleine handel brengt verhoudingsgewijs véél geld op, dat ook weer in de bescherming van de rest gepompt kan worden. Dirk DraulansLegale handel brengt het voortbestaan van de leeuw niet in het gedrang.