We snappen ook wel waarom sommigen denken dat Dieven van vuur over de bekendste Antwerpse band uit de geschiedenis van de Belpop gaat. In de roman volgen we een anonieme verteller die al lange tijd in Amsterdam woont en terugkeert naar Antwerpen om er aan de hand van zijn herinneringen en de plaatsen die daarmee verbonden zijn op zoek te gaan naar zichzelf. In de jaren negentig was hij een van de creatievelingen die van het duffe Zuid een wonderbaarlijke erlenmeyer maakten waaruit onder meer dEUS opborrelde.
...

We snappen ook wel waarom sommigen denken dat Dieven van vuur over de bekendste Antwerpse band uit de geschiedenis van de Belpop gaat. In de roman volgen we een anonieme verteller die al lange tijd in Amsterdam woont en terugkeert naar Antwerpen om er aan de hand van zijn herinneringen en de plaatsen die daarmee verbonden zijn op zoek te gaan naar zichzelf. In de jaren negentig was hij een van de creatievelingen die van het duffe Zuid een wonderbaarlijke erlenmeyer maakten waaruit onder meer dEUS opborrelde. Schrijver Ivo Victoria weet als geen ander de anarchistische sfeer te vatten die het Zuid twintig jaar geleden zo uniek maakte: hij was er toen zelf bij. Hij woonde er, werkte in de muziekbusiness, en bracht zijn zomers door langs de petanquebanen naast het Museum voor Schone Kunsten, blowend, drinkend en af en toe een balletje gooiend. Tot zover het autobiografische element van het boek. Want in zijn herinneringen gaat de verteller ook terug naar het appartementsblok dat op één enkele flat na was uitgebrand en waaruit hij samen met twee vrienden een paar duizend jazzplaten jatte, en een mapje liefdesbrieven uit de jaren tachtig. Die bleken van Josée te zijn, een weduwe die verliefd werd op de stem van Clive Davis, dj van Radio Annick, de eerste vrije radio in Antwerpen. Wie was Josée, vraagt de verteller zich af, en waarom is ze nooit teruggekeerd om haar appartement leeg te maken? Maar meer nog dan door die vraag lijkt Victoria gegrepen door zijn fascinatie voor de anarchistische opstoot die tot het ontstaan van de vrije radio's leidde. Net als tien jaar later op het Zuid bleken toen alle condities aanwezig om van een saai leven een spannend bestaan te maken. 'Je mag de impact van dEUS natuurlijk niet onderschatten', geeft Ivo Victoria toe wanneer we hem in Amsterdam ontmoeten, de stad waarheen hij twaalf jaar geleden zijn grote liefde volgde. 'Hun lef en energie maakten grote indruk. Maar er was meer aan de hand. Antwerpen was net culturele hoofdstad van Europa geweest, en de Modeacademie brak door met Walter Van Beirendonck en Ann Demeulemeester. Het was een interessante tijd, en ook economisch zat het ons mee. Ik ben eind jaren tachtig opgegroeid, in volle crisis. Tot treurens toe had ik te horen gekregen dat de toekomst er troosteloos uitzag. Er was geen werk en er zou er ook geen komen. Maar toen ik afstudeerde, waren de jaren negentig aangebroken en bleek van enige crisis geen spoor meer. Er was werk voor iedereen, en euforie, en hoop. En dat is precies wat die dj's van de vrije radio je beloofden. Dat waren toen de helden van de stad. Iedereen wou hen zien, als zij op fuiven draaiden kwamen er duizenden mensen. Wat mij fascineert, zijn die schaarse momenten wanneer alles goed lijkt te zitten en er iets nieuws ontstaat.' IVO VICTORIA: Er is me al eerder gezegd dat ik een melancholische natuur heb, maar wie niet? Stel je een jazzband voor die de hele nacht blijft doorspelen. Er lijkt niets te gebeuren, en dan ineens ís het er. Het ensemble stijgt boven zichzelf uit en je weet: hier draait het om. Hier zijn ze al hun hele leven naar op zoek. En dan is het weg, en je wéét dat het nooit meer terug zal komen. Je kunt alleen verlangen om ooit nog eens zo'n moment mee te maken. Daar gaat mijn boek over. Dat hoeft niet te ontaarden in treurnis of overdreven nostalgie, maar het is best gerechtvaardigd om ernaar te verlangen. Op het moment dat je je neerlegt bij het leven zoals het is en je dat verlangen verliest, stopt je leven een beetje. VICTORIA: Die ironie zit er inderdaad in, ook toen al. Het was echt niet zo dat wij daar op het Zuid allemaal een blinde adoratie voor de mannen van dEUS hadden. Er werd met hen gelachen, en er was veel afgunst. Er waren ook mensen die dat oprecht geen muziek vonden. Zoals ik een van mijn personages laat zeggen: 'Succes is verbazingwekkend, vooral voor wie een melodisch gehoor heeft.' Zelf zat ik meer aan de zijlijn. Ik bekeek de zaak van een afstand, de schrijverspositie. Als je ergens middenin zit, zie je geen reliëf meer en dan lijkt alles heel belangrijk. Ik heb jarenlang in de muziekwereld gewerkt. Toen leek alles belangrijk. Pas nu zie ik dat het uiteindelijk allemaal wel meeviel. Af en toe kom ik nog eens iemand tegen die dol van enthousiasme zegt dat die of die band volgende week in het bovenzaaltje van Paradiso speelt en dat het een niet te missen concert zal worden. En dan denk ik: ach wat, dat heb ik al zo vaak gehoord. Die vurige ernst leefde toen heel erg op het Zuid. VICTORIA: Ik denk niet dat wij ons toen realiseerden dat er iets belangrijks gebeurde. Dat merkten we pas achteraf. We maten onszelf een zekere cool aan, en zagen daar ook wel de humor van in. We hadden het idee dat we om het even wat konden doen en het sowieso cool zou zijn, precies omdat wij het deden. Neem nu het petanquen in het parkje naast het museum. Dat was iets voor oude mannen, tot een van ons ermee wegkwam, en even later stonden we allemaal te petanquen. Elke generatie heeft daar haar eigen versie van. De hipsters van tegenwoordig dragen grote, zware brillen zoals je die zag in De collega's. Dat is ook ironie, het foute zoeken en dat dan cool maken. Denk aan de marcellekes waar elke jonge knappe kerel vandaag mee pronkt. Dat waren toch gewoon onderlijfjes van ons grootvader? Het is een reflex die jongeren hebben, misschien vandaag nog meer dan vroeger. De laatste twintig jaar hebben we geen echte tegencultuur zoals punk meer gekend. Het rebelleren is veel meer tongue-in-cheek geworden. En ook wij waren al een beetje zo. Het idee dat we de wereld zouden veranderen hadden we niet. Maar onze eigen wereld en ons eigen leven, ja, dat wel. VICTORIA: Op hetzelfde moment dat het Zuid een broeihaard van creativiteit werd waar iedere progressieve kunstenaar, acteur of journalist gezien wilde worden, beleefde het Vlaams Blok in Borgerhout zijn moment de gloire. Die twee piekten vrijwel gelijktijdig. Wij stelden daar niet zoveel vragen bij, en er hing ook geen grimmig sfeertje in de stad. Wij waren daar niet mee bezig. Ik denk dat er vandaag meer animositeit is over Bart De Wever dan toen over het Vlaams Blok, terwijl het gedachtegoed toen veel extremer was en de populariteit even groot. Maar u hebt gelijk, de wereld was een stuk overzichtelijker. Er was geen internet, geen gsm. De informatie die we kregen, was eenduidiger. VICTORIA: Ik woon hier nu twaalf jaar en ik denk niet dat ik ooit nog terugkeer. Ook niet in mijn volgende boek, trouwens. Als schrijver put je vaak uit je verleden, het is vaak aan specifieke plaatsen gebonden, en het duurt lang voor zulke plekken betekenis krijgen. Amsterdam begint nu pas betekenis voor mij te krijgen, en voor het eerst kan ik me voorstellen dat ik een boek zou schrijven dat zich hier afspeelt. Maar tegelijk ben ik me door hier te wonen bewuster geworden van mijn afkomst. Ondanks alles blijf ik een Belg, en blijft Nederland het buitenland. Ivo Victoria, Dieven van vuur, De Bezige Bij Antwerpen, 304 blz., 19,99 euro.DOOR MARNIX VERPLANCKE'Het idee dat we de wereld zouden veranderen hadden we niet. Maar onze eigen wereld en ons eigen leven, ja, dat wel.'