Een democratie zonder vorm van parlementaire vertegenwoordiging is nauwelijks denkbaar en wereldwijd neemt het aantal parlementen nog voortdurend toe. Toch is de macht van parlementen beperkt. Ze moeten concurreren met politieke partijen, belangengroepen en sociale bewegingen. Wat het debat en de controle op de regering betreft, spelen de media vaak een belangrijkere rol dan het parlement.
...

Een democratie zonder vorm van parlementaire vertegenwoordiging is nauwelijks denkbaar en wereldwijd neemt het aantal parlementen nog voortdurend toe. Toch is de macht van parlementen beperkt. Ze moeten concurreren met politieke partijen, belangengroepen en sociale bewegingen. Wat het debat en de controle op de regering betreft, spelen de media vaak een belangrijkere rol dan het parlement.Binnen het parlement is de invloed van individuele parlementsleden gering. Diverse grondwetten schrijven hen weliswaar voor dat ze niet enkel degenen vertegenwoordigen die hen verkozen hebben, dat ze stemmen zonder last en dat ze slechts door het eigen geweten gebonden zijn, maar in werkelijkheid is de vrijheid om hun eigen oordeel te bepalen niet zo groot. Om wetsvoorstellen of moties in te dienen en zelfs om mondelinge vragen te stellen, hangen ze van de fractieleiding af. Ook bepaalt de fractie wie het woord mag voeren tijdens debatten. Parlementsleden stemmen vrijwel altijd volgens het standpunt van de fractie. Brits minister Lord Varley stelt dan ook dat 'je democratie te ver drijft wanneer het resultaat van een stemming nog onbekend is voor de vergadering'. Het is dan ook niet vreemd dat sommigen twijfelen aan het democratische belang van het parlement. Slechts 26 procent van de Belgen heeft nog vertrouwen in het functioneren van het parlement. Sam Depauw, net gedoctoreerd in de Politieke Wetenschappen aan de universiteit van Leuven, onderzocht de cohesie in de parlementsfracties van de regeringsmeerderheden in België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in de periode 1987-1997. Uit die studie blijkt hoe klein de vrijheid van parlementsleden is. In slechts 12 procent van de stemmingen tussen 1991 en 1997 bracht een parlementslid een stem uit die tegen de opvattingen van de partij indruiste. In 14 procent van de stemmingen onthield ten minste één parlementslid zich. In vergelijking met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn de Belgische parlementsleden nogal gehoorzaam. In het Verenigd Koninkrijk kwam het bij 21 procent van de stemmingen voor dat de stem van een parlementslid tegengesteld was aan die van de partij. Het aantal onthoudingen wordt niet in de notulen opgenomen. In Frankrijk werden in 43 procent van de stemmingen dissidente stemmen aangetroffen, waarvan 15 procent onthoudingen. Bovendien is het aantal parlementsleden dat tegelijkertijd dissident stemt in België heel klein. In 70 procent van de dissidente stemmingen stemt slechts één iemand dissident, vaak een onthouding. Gemiddeld gaat het om twee mensen. Alle Belgische parlementsleden laten weleens een tegendraads geluid horen, maar slechts een enkeling doet dat vaak. In Frankrijk stemmen gemiddeld acht parlementsleden dissident en in het Verenigd Koninkrijk zelfs tussen de tien en vijftien. Het is niet verwonderlijk dat zij er in de onderzochte periode in België nooit in geslaagd zijn door middel van hun stemgedrag het regeringsbeleid te veranderen.Waarom vinden parlementsleden het dan nodig om in het openbaar te laten blijken dat ze het niet met hun partij eens zijn?Sam Depauw: Dissident stemgedrag is een vorm van belangenvertolking. De invloed ervan is veeleer indirect, want het resultaat van de stemming zal er niet door veranderen. Een dissidente stem wordt pas uitgebracht nadat de andere middelen om het fractiestandpunt te bepalen hebben gefaald. Het is een boodschap aan de fractie- en partijleiding dat die hun ongenoegen in de toekomst ernstig moeten nemen, maar ook een uiting van het feit dat het niet gelukt is het beleid te wijzigen. Het is ook bedoeld om een specifieke achterban te tonen dat er voor hun belangen gestreden wordt. Vaak staat de fractieleiding een enkele dissidente stem om die reden toe. In de fracties van de meerderheid wint een dissidente stem aan belang. Die kan het regeringsbeleid immers in gevaar brengen en daarmee ook de regering zelf. Leden van meerderheidsfracties doen het dan ook minder vaak dan oppositieleden. Dat geldt echter niet voor alle Europese parlementen. Zo komen er in de regeringsfracties in het Verenigd Koninkrijk juist meer dissidente stemmingen voor, maar het aantal dissidente stemmers per stemming ligt dan weer lager. In Frankrijk is er geen verschil tussen de oppositie en de meerderheid. Daar is de cohesiegraad in de socialistische partij altijd het grootst.In België is er dan weer niet zo'n uitgesproken verschil tussen de politieke stromingen.Depauw: Algemeen wordt aanvaard dat de sterke partijleiding in de socialistische partijen geen plaats laat voor eigengereid optreden. Dat blijkt in België niet zonder meer het geval. In de PS is het aantal dissidente stemmen weliswaar groter dan bij de christen-democraten, maar in de SP is dat aantal juist kleiner. Bovendien zijn er in de socialistische partij meer dissidente stemmers. In de liberale partijen is de cohesie zonder meer het laagst. Dat heeft ook te maken met het feit dat die in de onderzochte periode op de oppositiebank hebben gezeten. Tussen de Franstalige en de Vlaamse zusterfracties zijn er weinig verschillen. In de Franstalige fracties komen wel meer dissidente stemmingen voor, maar dat verschil is er niet bij het aantal personen dat dissident stemt. Bij ons zijn er dus weinig parlementsleden die nooit dissident stemmen, maar het gebeurt ook zelden dat iemand dat váák doet. Het is daarom niet eenvoudig om een beeld van dé Belgische dissident te schetsen. Hij of zij heeft meestal een universitair diploma en heeft zelden in het onderwijs of de ambtenarij gewerkt. Nieuwkomers in het parlement kijken de kat eerst wat uit de boom en stemmen dan ook weinig dissident. Leeftijd en geslacht lijken weinig invloed te hebben. Het Britse beeld dat dissidenten in de eerste plaats uitgerangeerde parlementsleden zijn, is in België niet correct. Alhoewel hun inbreng ook niet groot is, zijn de dissidenten toch niet op de achterbanken van het parlement terug te vinden. Uiteraard brengen partij- en fractievoorzitters zelden een dissidente stem uit. Zij bepalen immers in grote mate het standpunt van de fractie. Leden van het partijbureau en commissievoorzitters hebben dan wel weer een groter aantal dissidente stemmen op hun naam staan. Omdat er geen vaste groep van dissidente stemmers is en omdat zo'n stem geen invloed heeft op het beleid, delen de partijen nauwelijks sancties uit. De fractieleiding zal weleens een waarschuwing geven, maar dissident stemgedrag wordt niet systematisch bestraft. In 1981 zei Louis Tobback nog: 'Als je als kamerlid een amendement maakt tegen een minister van je eigen partij, spreekt het vanzelf dat je de volgende keer moet vechten voor een plaats op de lijst.' Maar dissidenten worden niet minder vaak herverkozen dan loyale kamerleden. Ook worden ze niet op slechtere plaatsen op de lijst gezet en hebben ze niet minder kans om op te klimmen in de regering. Parlementsleden stemmen dus niet zoals de partij het wil uit vrees voor sancties. Cohesie is ten dele ook noodzakelijk en vormt niet meteen een bedreiging voor de democratie. Opdat kiezers het regeringsbeleid kunnen beoordelen en eventueel afstraffen, moeten de partijen met één stem spreken en moet de winnende partij de gelegenheid krijgen haar programma uit te voeren. Bovendien wordt de regering wel erg wankel als er geen zekere mate van cohesie bestaat. Oud-minister François Périn zegt: 'Het parlementslid dat breekt met de partijdiscipline in naam van zijn onafhankelijkheid en die van het parlement is vaak een hypocriet die zich achter dit ogenschijnlijk nobele alibi verstopt om een daad van ontrouw te stellen die de stabiliteit van het systeem in gevaar kan brengen.' Aan de andere kant moeten partijen ruimte laten voor debat. Parlementsleden moeten de mogelijkheid hebben om intern invloed op het besluitvormingsproces uit te oefenen. In het Belgische parlement is die mogelijkheid zeer gering. Een uitspraak van Lord Balfour is dan ook van toepassing op de Belgische parlementsleden: 'Een parlementslid kan de doelstellingen van zijn partij dienen met zijn welsprekendheid, maar hij kan dit wellicht effectiever doen door zijn stilzwijgen.'Maaike Schwering