Deze week hoort de Rwanda-commissie CVP-politica Rika De Backer. Zij ijverde voor het Rwandese regime in het kader van de Europese christen-democratie.
...

Deze week hoort de Rwanda-commissie CVP-politica Rika De Backer. Zij ijverde voor het Rwandese regime in het kader van de Europese christen-democratie.Op 8 maart 1994 enkele dagen voor hij aan het hoofd van een belangrijke delegatie naar Rwanda vertrekt ontvangt minister van Defensie Leo Delcroix (CVP) een schrijven van de voorzitter van de Belgische afdeling van de voormalige Rwandese eenheidspartij (MRND). De brief bevat enkele adviezen voor de reis naar Kigali. Een kopie ervan belandt op de Internationale van de Christen-Democratie (IDC) in de handen van Alain De Brouwer, een Belg die zich veel in Europese kringen beweegt en intens voor het regime van president Juvénal Habyarimana en zijn partij, de MRND, ijvert. Nog dezelfde dag verstuurt De Brouwer, die er veel aan gelegen is dat Delcroix op de goede golflengte zit, een positief commentaar over de MRND-brief naar de adjunct-kabinetschef van Delcroix, Georges Thuysbaert. De Brouwer weet dat die het vertrouwen van de minister geniet, want samen met Delcroix zetelt hij in ?Democratie, Solidariteitsfonds voor Bevrijding en Ontwikkelingssamenwerking.? Die VZW werd in 1983 door eminente christen-democraten zoals Pierre Harmel, Auguste De Schrijver, Charles Snoy et d'Oppuers, Gérard Deprez en Frank Swaelen opgericht. De vereniging stelt zich tot doel de ontwikkelingssamenwerking te stimuleren, onder meer door de financiering van projecten, de toekenning van studiebeurzen en de informatie van de openbare mening in België. In tegenstelling tot Harmel, De Schrijver, Snoy en Deprez die al lang vertrokken zijn, bleef Swaelen op post. Hij is nu voorzitter en wordt sinds 1991 bijgestaan door penningmeester Delcroix en secretaris-generaal André Louis. Die André Louis verschijnt binnenkort voor de Rwandacommissie. Hij was immers niet alleen secretaris-generaal van het selecte solidariteitsfonds, maar ook van de IDC. Onder zijn impuls heeft de Internationale zich verregaand in Rwandese zaken geëngageerd en gecompromitteerd. Hij kwam zelfs in aanvaring met de apostolische nuntius, die hem zijn kritiekloze houding tegenover de praktijken van de oude eenheidspartij verweet. De Internationale verketterde het FPR, stond vierkant achter Habyarimana en probeerde hem en zijn partij met woord en daad te helpen. Zo kreeg de MRND in 1991 de toezegging dat ze een gebouw van de Konrad Adenauer Stiftung in Kigali kon betrekken. Ook CVP en PSC werden daarbij om bijstand verzocht. Op 20 april 1991 kreeg Delcroix, op dat ogenblik secretaris-generaal van de CVP, van minister Faustin Munyazesa de vraag om de MRND aan dertien jeeps, zeventien schrijfmachines, dertien faxapparaten en een mini-offsetpers te helpen. Op dat punt wist Delcroix van wanten. Namens de IDC leverde hij op het einde van de jaren tachtig immers schrijfmachines en radiozenders aan bevriende Oost-Europese partijen. TEGEN ARUSHADe IDC, althans André Louis, toonde zich een virulent tegenstander van de Arusha-akkoorden. ?Het is nauwelijks te geloven hoe die arme mensen zich hebben laten rollen,? schreef hij al in 1992 en met die ?arme mensen? bedoelde hij Habyarimana & Co. ?Zelfs de controle van het leger hebben ze aan het FPR gegeven. Het toppunt is echter dat men op de eis van het FPR ingaat om de macht te delen.? Louis pleitte ervoor om Arusha niet goed te keuren en schreef dat met zoveel woorden neer. Ook op dat punt leefde hij in onvrede met de koers van minister van Buitenlandse Zaken Willy Claes (SP). Zijn teksten en stellingen kwamen ook in Kigali terecht en hebben ongetwijfeld de harde kern rond Habyarimana in hun verzet tegen Arusha gesterkt. Louis sprak immers namens de IDC en vanuit Afrika leek het erop dat hij het vertrouwen had van Helmut Kohl, José-Maria Aznar, Jean-Luc Dehaene en Wilfried Martens, die als EVP-voorzitter zelf lid is van de IDC. Overigens werd Louis voor die standpunten nooit teruggefloten. Hij werd zelfs gepromoveerd tot vice-voorzitter van de IDC. In het IDC-hoofdkwartier werden dus heel eigen klemtonen gelegd. Het duo Louis en De Brouwer beschikte over de contacten, de netwerken en de middelen voor een parallelle diplomatie. Ook na de genocide. In oktober 1994 werd in Bukavu met de Rwandese vluchtelingen gepraat en een charter voor de terugkeer van de Hutu's opgesteld. Naast De Brouwer waren CVP-senator Jan Van Erps en Rika De Backer aanwezig. Deze laatste had dit initiatief mee mogelijk gemaakt. Als voorzitter van Act, de niet-gouvernementele organisatie die nogal wat CVP-prominenten telt, was ze medeorganisator en ook voor de financiering had ze helpen zorgen. Door haar tussenkomst leverde de EVP een bijdrage van 150.000 frank. Zoals genoegzaam bekend, is De Backer penningmeester van de EVP. Het was ook de CVP-politica die de persverantwoordelijke van de MRND-afdeling, Eugène Nahimana, in België destijds informeerde over de reis die minister Delcroix in maart 1994 naar Rwanda zou ondernemen. De essentie van het gesprek werd onder de hoofding Confidentiel onmiddellijk naar de leiding van de MRND in Rwanda en president Habyarimana gefaxt. De collusie tussen de IDC en de ?hardliners? rond Habyarimana heeft in de christen-democratie stof doen opwaaien. In de PSC werd de radicale Rwandakoers al in 1994 bekritiseerd en verloor Louis het vertrouwen. Sinds kort is hij niet meer in functie. Ook in de CVP klonken kritische stemmen. Op 18 september 1996 zei voormalig voorzitter Johan Van Hecke in dit blad : ?In Afrika is de IDC een beladen begrip. In Rwanda en Burundi hebben mensen die tot de IDC behoren, heel controversiële keuzes gemaakt. Men heeft me daarover aangesproken en me zaken verteld waarvan ik achterover viel. We moeten toegeven dat de IDC fouten maakte.? Rika De Backer : controversiële keuzes.