'Een cynische poging om meer tijd te winnen', noemden de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de toezegging van Irak, vorige vrijdag net voor het verstrijken van de deadline, om zijn volgens VN-resolutie 1441 verboden al-Samoud-2-raketten te vernietigen. Hans Blix, die de wapeninspecties van de Verenigde Naties in Irak leidt, noemde de Iraakse zet 'een belangrijk element van daadwerkelijke ontwapening'. Hij beloofde het rapport dat hij enkele uren eerder bij de Veiligheidsraad had ingediend, en waarin hij het Iraakse regime beschuldigde van 'een zeer beperkte naleving van resolutie 1441', te zullen aanpassen. Is Hans Blix naïef? Of weigert de Zweedse topdiplomaat zich te laten opjutten door de oorlogstaal in Washington en Londen?
...

'Een cynische poging om meer tijd te winnen', noemden de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de toezegging van Irak, vorige vrijdag net voor het verstrijken van de deadline, om zijn volgens VN-resolutie 1441 verboden al-Samoud-2-raketten te vernietigen. Hans Blix, die de wapeninspecties van de Verenigde Naties in Irak leidt, noemde de Iraakse zet 'een belangrijk element van daadwerkelijke ontwapening'. Hij beloofde het rapport dat hij enkele uren eerder bij de Veiligheidsraad had ingediend, en waarin hij het Iraakse regime beschuldigde van 'een zeer beperkte naleving van resolutie 1441', te zullen aanpassen. Is Hans Blix naïef? Of weigert de Zweedse topdiplomaat zich te laten opjutten door de oorlogstaal in Washington en Londen? Het is een cruciale week voor Hans Blix (74) en zijn inspectieteam. Vrijdag 7 maart bespreekt de VN-Veiligheidsraad het nieuwe rapport, het twaalfde trimestriële verslag van de UNMOVIC-commissie voor de ontwapening van Irak. Algemeen verwacht wordt dat dit meteen ook het laatste rapport zal zijn voor de Amerikaanse president George W. Bush zijn troepen tot de actie laat overgaan. Over oorlog of vrede is in Washington allang beslist. Maar van dit rapport hangt het wel af of de Verenigde Naties zullen instemmen met het gebruik van geweld tegen Irak, en of de Amerikanen en Britten dus steun krijgen van de internationale gemeenschap voor hun militaire operatie tegen het regime van Saddam Hoessein. Veel vertrouwen heeft Washington niet in het hoofd van de UNMOVIC-commissie. Nooit gehad eigenlijk. Toen de United Nations Monitoring, Verification and Inspection Commission in december 1999 werd opgericht, wilden de Verenigde Staten graag Rolf Ekeus als voorzitter. Deze landgenoot van Blix had van 1991 tot 1997 het vorige VN-inspectieteam (UNSCOM) geleid. Maar onder druk van Frankrijk en Rusland werd gekozen voor een 'nieuw gezicht', dat voor Bagdad meer aanvaardbaar was. Het team van Ekeus had zich gecompromitteerd door al te nauw samen te werken met de inlichtingendiensten en was mede daarom in 1998 door Saddam Hoessein het land uitgezet. Maar echt 'nieuw' was Blix ook niet. Op het moment van zijn aanstelling genoot de diplomaat al twee jaar van zijn pensioen. Maar van 1981 tot 1997 had hij aan het hoofd gestaan van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA). In die hoedanigheid gaf hij leiding aan de IAEA-inspectieteams die moesten nagaan of Irak zich hield aan de bepalingen van het non-proliferatieverdrag (NPV), dat de verspreiding van kernwapens tegengaat. Na de eerste Golfoorlog (1991) kwam aan het licht dat Saddam Hoessein, ondanks de IAEA-controles, een reusachtig nucleair programma had ontwikkeld en nog maar enkele maanden tijd nodig had om daadwerkelijk een atoombom te fabriceren. Critici noemden het IAEA en met name Hans Blix te zacht en te goedgelovig. En die reputatie heeft noch het Agentschap noch de voormalige directeur van zich af kunnen schudden. Vanzelfsprekend heeft Blix lessen getrokken uit het verleden. Twee jaar lang heeft hij satellietfoto's, documenten en ander materiaal bestudeerd om uit te zoeken hoe de Irakezen zijn inspecteurs om de tuin hebben kunnen leiden. Het IAEA heeft ondertussen zijn ambities verscherpt en zijn werkwijze aangepast. Maar tegelijkertijd is er het besef dat zinvolle inspecties onmogelijk zijn als de regering van het betrokken land niet meewerkt. De crises in Irak en Noord-Korea zijn daar een perfecte illustratie van. Als leider van UNMOVIC doet Hans Blix er ook alles aan om niet in de fouten van zijn voorganger te vervallen. Toen in november 2002 de inspecties in Irak werden hervat, heeft hij ervoor gezorgd dat de neutraliteit van zijn team gewaarborgd werd. Het Amerikaanse plan om de inspecteurs in Irak te laten begeleiden door militaire eenheden, werd afgevoerd. De inspecteurs worden niet meer door hun eigen regering betaald, maar zijn nu in dienst van de Verenigde Naties. Het inspectieteam doet voor zijn eigen werkzaamheden een beroep op diverse inlichtingendiensten, maar deelt zelf de informatie die het op het terrein inwint niet mee aan deze diensten. 'Een dienaar van de Veiligheidsraad', noemt Blix zichzelf. 'Het is onze taak om de feiten vast te stellen. Niet om te vernederen of te provoceren', zegt hij. Blix is van opleiding jurist. Hij studeerde aan de universiteiten van Uppsala, waarvan hij afkomstig is, Columbia (New York), Cambridge (Engeland) en Stockholm. In 1963 werd hij diplomaat. Hij maakte gedurende twintig jaar deel uit van de Zweedse delegatie bij de Verenigde Naties. Hij was ook enkele jaren minister van Buitenlandse Zaken in Zweden. Van nature zoekt Blix niet de confrontatie, maar werkt hij aan het compromis. Hij houdt altijd het hoofd koel en blijft in alle omstandigheden beleefd. Hij verwacht dezelfde houding van zijn teamleden, zo blijkt uit de richtlijnen die hij hun tijdens hun opleiding in Wenen voorlas. 'De perfecte inspecteur' aldus Blix, 'is energiek en dynamisch, maar niet agressief of opvliegend; handig, maar niet listig; flexibel, maar zonder zich te laten beetnemen; afstandelijk, maar niet arrogant; vriendelijk, maar niet familiair'. Dat de inspecteurs daarbij nog werden voorgelicht over interculturele omgangsvormen - het dwingt bij de haviken in Washington allesbehalve respect af. Maar het ondergraven van Blix' geloofwaardigheid is natuurlijk ook een kwestie van tactiek. Hoe meer de Amerikaanse media hem een 'incompetente bureaucraat' of een 'laffe diplomaat' noemen, hoe makkelijker het straks voor president Bush is om Blix' oordeel over de ontwapening van Irak naast zich neer te leggen. Spreekt Blix harde taal tegenover Saddam Hoessein, dan zal Washington die aangrijpen om zijn preventieve oorlog te rechtvaardigen. Maar is de boodschap van Blix genuanceerder, dan zal dat als het bewijs van zijn zwakheid worden beschouwd. Hoe het ook zij, alles wijst erop dat de Zweedse diplomaat zeer weldra opnieuw met pensioen kan. Misschien heeft hij dan weer tijd voor zijn oude hobby en gaat hij weer autorally's rijden. Binnenkort in Zweden: de Grand Prix Hans Blix! Christine AlbersHet ondergraven van Blix' geloofwaardigheid is natuurlijk ook een kwestie van tactiek.