Heel vriendelijk, hoor, dat Knack hem thuis komt opzoeken. Ga zitten. Glaasje wijn? Let wel, hij weet het allemaal ook niet meer. Eminence grise? Bladendokter? Bespaar hem die onzin, alstublieft: 'Het is een huizenhoog cliché, maar het klopt: hoe meer je weet, hoe meer je beseft dat je eigenlijk niets weet.' Veel meegemaakt, dat wel. Karel Anthierens (65) is, net als zijn inmiddels overleden broers Jef en Johan, decennialang een zwerfkei geweest in de Vlaamse pers. Vandaag is dat in de mode, constant van de ene redactie naar de andere stuiteren. Vroeger was dat anders: 'Toen begon je ergens te werken en bleef je zitten tot je met pensioen mocht. Heb ik nooit gewild. Ik ben ook geen volhouder. Geen enkele Anthierens is dat. Daarom ook dat Johan nooit dat boek heeft geschreven, iets van lange adem. Ik denk niet dat het erin zat.'
...

Heel vriendelijk, hoor, dat Knack hem thuis komt opzoeken. Ga zitten. Glaasje wijn? Let wel, hij weet het allemaal ook niet meer. Eminence grise? Bladendokter? Bespaar hem die onzin, alstublieft: 'Het is een huizenhoog cliché, maar het klopt: hoe meer je weet, hoe meer je beseft dat je eigenlijk niets weet.' Veel meegemaakt, dat wel. Karel Anthierens (65) is, net als zijn inmiddels overleden broers Jef en Johan, decennialang een zwerfkei geweest in de Vlaamse pers. Vandaag is dat in de mode, constant van de ene redactie naar de andere stuiteren. Vroeger was dat anders: 'Toen begon je ergens te werken en bleef je zitten tot je met pensioen mocht. Heb ik nooit gewild. Ik ben ook geen volhouder. Geen enkele Anthierens is dat. Daarom ook dat Johan nooit dat boek heeft geschreven, iets van lange adem. Ik denk niet dat het erin zat.' Zijn laatste wapenfeit is Brussel deze week, een gratis blad waar hij een professionele stadskrant van maakte. Dat andere recente project waar hij zijn schouders onder had gezet, ging niet door: een concurrent voor Knack, die nu ongeveer in de winkel had moeten liggen. Opdrachtgever was de RUG, uitgever van Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. 'Toch waren we al aardig op streek', zegt Anthierens. 'Maar vorig jaar werd alles plotseling uitgesteld, dus wellicht komt het er niet meer van. Ik heb gemaakt wat ze mij gevraagd hadden: Knack, maar dan lichter. Of daar een markt voor is? Geen idee. Ik dacht dertig jaar geleden ook dat Knack geen kans had. Een blad voor intellectuelen in Vlaanderen? Die hadden Elsevier toch al, en Der Spiegel en The New Statesman. En dan ging Willy De Nolf daar nog een Vlaams magazine aan toevoegen? Ik zag dat niet. Maar hij heeft dus gelijk gekregen.' Zes jaar geleden had Anthierens een ander prestigeproject onder de hand: voor De Persgroep zou hij een weekendkrant maken, naar het voorbeeld van The Sunday Times. Anthierens: 'Daar was ik héél ver mee gevorderd. Ik had zelfs een dummy die was goedgekeurd: prima gedaan, felicitaties van de jury. En ik had al 32 mensen die toegezegd hadden om in dienst te komen.' Maar ook dat feest ging niet door.Karel Anthierens: Nee. Ze dachten bij De Persgroep nog dat ze Het Volk zouden kopen, wat veel geld ging kosten. En toen ontdekte Christian Van Thillo ineens dat hij al iets had waarmee hij onder de mensen kon komen: De Morgen, waar hij dan zijn zinnen op heeft gezet. Het stak hem dat hij alleen maar de man was van Het Laatste Nieuws, Blik en Dag Allemaal. Hij wou iets van standing, om mee op te scheppen. Al was die krant zijn idee, hoor. Ik moest hem alleen maar maken. U begon in 1960 bij 'Humo', waar uw broer Jef toen hoofdredacteur was. Wat voor een blad was dat in die tijd?Anthierens: Braaf, maar niet zó braaf. Controversieel lijkt een groot woord en wat ik nu ga zeggen, klinkt misschien wat ridicuul, maar: met Kerstmis stond er geen kerststalletje op de cover. De koning was jarig? Jef zocht niet het mooiste portret uit, want de koning kwam niet op de cover. Dat soort dingen. En tijdens de Congo-crisis was het een van de weinige bladen die pro-Lumumba was. Vreemd genoeg. Hij zal het later niet meer hebben willen weten, Jef, die behoorlijk rechts was geworden, maar hij was een vriend van Lumumba. Het woord 'links' bestond nog niet of werd toch niet gebruikt, maar het was tenminste een ánder blad. Dat was niet vanzelfsprekend. Vergeet ook niet dat we bij de familie Dupuis, onze eigenaar, moesten vechten om Vlaamser te worden, want Humo was een afgeleide van Télé-Moustique. Toen Jef een kruiswoordraadsel wilde, zei Charles Dupuis dat hij dat van Télé-Moustique maar moest overnemen, want: 'Les mots en flamand n'ont-ils pas le même nombre de lettres qu'en français?'In 1964 werd u hoofdredacteur. Wat hebt u toen veranderd aan het blad?Anthierens: Niet zo gek veel. De TTT-pagina's had ik onder Jef al ingevoerd: Tieners, Toppers, Treffers. (lacht) En verder heb ik alles uitgediept: nog meer commentaren bij de tv-programma's, meer reportages... Ik heb ook nog voorgesteld om de eigen concurrentie aan te gaan, met een tv-gids in zakformaat. Hadden ze dat toen maar gedaan, want daarna zijn TV-Ekspres en al die andere bladen gekomen. Toen u in 1969 algemeen hoofdredacteur werd van Dupuis, volgde Guy Mortier u op.Anthierens: Ik moest een vervanger aanduiden en dat is Guy geworden. Een gouden greep, al zeg ik het zelf. Als ik één kwaliteit heb, is het dat ik een ploeg kan samenstellen en die op de een of andere manier kan inspireren. Schrijven is niet mijn grote kracht. Ik heb leren schrijven, en ik kan van een goed stuk een nog béter stuk maken, dat wel. Maar het aangeboren schrijftalent, dat was naar Johan gegaan.Anthierens: Ja, al heb ik altijd de fouten uit zijn teksten gehaald. En toen hij met 'De Zwijger' begon, ging u hem achterna.Anthierens: Vlak voor het eerste nummer moest verschijnen, zag hij het niet meer zitten en heeft hij mij erbij gehaald. De Zwijger was zijn levensdroom, een satirisch blad naar het voorbeeld van Le Canard Enchaîné. Maar, om een lang verhaal kort te maken: ik vind dat Johan het verknald heeft. Ik mag dat zeggen, want ik heb het hem zelf ook gezegd. Hij zag het veel te groots. Hij had een blaadje moeten maken van vier pagina's die hij zelf helemaal volschreef. Maar nee, al in het eerste nummer veegde hij de hele pers de mantel uit. Geen enkele journalist deed zijn werk in de Wetstraat en daar ging De Zwijger eens verandering in brengen! Ik zei: maar Johan, hoezo? Ten eerste was dat niet de roeping van zo'n blad en we hadden ook de mensen en de middelen niet om dat te doen. De lezers verwachtten dat ook niet: die wilden Johan Anthierens lezen, die ze kenden van Ooggetuige in Knack - zijn beste periode. Normaal gesproken had Johan nu trouwens een wekelijkse bijdrage geschreven voor De Standaard. Dat had hij afgesproken met hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Helaas is Johan net toen ziek geworden. In uw In Memoriam voor Johan dat 'De Standaard' publiceerde, ergerde u zich aan het feit dat het woord 'eigenzinnig' tegenwoordig zo wordt misbruikt.Anthierens: Dat is een van mijn grote ergernissen: alles is eigenzinnig tegenwoordig, alles, alles, alles. En als alles eigenzinnig is, dan is niets nog eigenzinnig, natuurlijk. Hoe zou u eigenzinnigheid dan definiëren?Anthierens: Echt tegendraads durven zijn, tegen de heersende opvattingen, smaak en gewoonten in. Johan was dat wel, ja. Dat kun je ook zien: nu hij er niet meer is, lijkt het alsof er niets meer gebeurt. Je hoort, ziet en leest voortdurend de grootste onzin. Neem die euforie rond Kim Clijsters en Justine Henin. Gelukkig hebben ze allebei hun finale verloren, want wat zou er niet zijn losgebarsten als ze gewonnen hadden! Niet dat die meisjes moeten worden afgebrand, maar als iedereen in koor 'bravo' roept, mag er toch wel één stem zijn die dat een beetje relativeert. Toen de Rode Duivels in 1986 triomfen behaalden op het WK-voetbal schreef Johan dat Jean-Marie Pfaff 'de zeef van Mexico' was. Hij had het uitgerekend: Pfaff had de meeste doelpunten binnengelaten. Maar dat mocht je bijna niet zeggen, want dan was je een spelbederver. En u ziet niemand die de fakkel van Johan heeft overgenomen?Anthierens: Misschien ben ik blind, of niet objectief, maar nee, ik zie niemand. Ik probeer er zo weinig mogelijk naar te kijken, maar als je al die panels op tv ziet - zoals dat stel dat nu weer bij Jan Verheyen zit in Aan Tafel: dat is toch niet te geloven! En dat gaat zo maar door en dat mág allemaal ongestraft. Ik vind het toch een belediging voor de goede smaak. En iedereen die altijd maar geestig moet zijn. Maar niet iedereen is geestig. Ik kan er niet meer tegen, tegen die alom heersende lolligheid. We mogen toch nog eens lachen.Anthierens: Prima, lacht u maar. Maar ik zal er niet bij zijn. Ik lach niet meer, ik word daar onwel van. Ik hoor dat men van De Rechtvaardige Rechters nu een tv-programma gaat maken. Dat is toch héél erg. Waarom?Anthierens: Het is humor die naar de lamp ruikt: flauw, versleten, gemakkelijk... De woordspelingen hoor je van honderd kilometer ver aankomen. Iemand moet maar het woord 'pijpen' uitspreken, of iedereen begint te lachen. Ik word daar treurig van. Mijn broer Johan, die kon mij aan het lachen brengen. En Guy Mortier. Vooral in duel met Mark Uytterhoeven, daar schoten de vonken soms af. Maar ziet: zij zijn zo verstandig geweest om ermee op te houden. Wat niet van iedereen kan worden gezegd² Iets geheel anders: u bent een Vlaamse Brusselaar.Anthierens: Et fier de l'être! Hier heerst een klimaat van verdraagzaamheid. Ik zit in het dagelijks bestuur van het Kaaitheater en de samenwerking met de Franstaligen is echt optimaal. Ook daarbuiten is het leven en laten leven. In de stad bevindt alles zich op loopafstand en het culturele aanbod is zeer uitgebreid. Het is hier prettig leven en je komt in contact met mensen uit alle windstreken. Ik weet nooit van tevoren welke taal ik ga spreken. Al word ik kwaad als ik toevallig Nederlands spreek en onheus of neerbuigend word behandeld. Maar dat gebeurt zelden. U bent nooit actief geweest bij de Rode Leeuwen of wat dan ook?Anthierens: Nee, ik ben alleen actief in het culturele veld. Want verder wil ik nergens bijhoren. Ni dieu, ni maître.Anthierens: In die zin lijk ik op Johan. Ik wil bij geen enkele club horen. Nooit! In dit geloof zal ik leven en sterven. Eén uitzondering: ik ben lid van Amnesty International. Maar verder wil ik niet dat iemand ooit uit mijn naam spreekt. Ik vind het al erg als iemand het over 'heel Vlaanderen' of 'heel België' heeft. Dan denk ik: mij is niets gevraagd, ben ik dan geen Belg? Nu goed, aan dat lidmaatschap ontkom ik natuurlijk niet. Hebt u als Vlaamse Brusselaar de Lambermont-saga gevolgd?Anthierens: Nee, ik kan er dus niets zinnigs over zeggen. Het zal me een zorg zijn, ik bekijk het wel - wat zeker niet verstandig van me is, hoor. Maar ik heb de puf niet om dat allemaal te gaan bestuderen. En als de ene met overtuiging kan zeggen dat het een ramp is voor de Vlamingen in Brussel en de andere met evenveel aplomb dat er nog nooit zoiets goeds bedacht is, denk ik: bon, als ik het zelf bestudeer, heb ik misschien een eigen mening. Maar zou dat de juiste zijn? U bent niet zo'n grote meningen-hebber.Anthierens: Absoluut niet! Ik vind ook dat je van mening moet kunnen veranderen. Vreemd genoeg heb ik al vaak geconstateerd dat dat uitzonderlijk is. Maar als ik met iemand discussieer en die overtuigt mij ervan dat ik ongelijk heb, dan geef ik dat toe. Ik sta er vaak van te kijken, hoeveel mensen altijd zo'n duidelijk afgebakende mening hebben over van alles. Ik twijfel aan alles. (lacht) Daar schieten we ook niets mee op, dat weet ik wel. Maar tegenwoordig mag haast iedereen zijn mening vertolken in de krant. Die wildgroei aan columnisten - ze kweken als konijnen -, spaar me daarvan! Columns en interviews, iets anders lees je niet meer. Zie ons hier nu zitten: iemand interviewen is eigenlijk makkelijk, hè. Laten we toch eens terugkeren naar de essentie van de pers: verslag uitbrengen, vertellen wat er gebeurd is. Ook goede reportages zijn zeldzaam geworden. In 1993 hebt u een jaar lang een krant gemaakt: 'Het Volk'. Maar u had de invloed van de christelijke vakbond danig onderschat.Anthierens: Van de vakbondstop had ik geen last, maar wel van de textiel- en metaalbonden en zo. Die zaten elke dag de kolommen te meten, of er in Het Volk wel voldoende aandacht was besteed aan hun persconferenties. En elke week werden die mensen opgestookt in 't Pallieterke. Hoe het toch mogelijk was dat de christelijke vakbond haar krant in handen gaf van een godloochenaar, die met een Franstalige getrouwd is en al herhaaldelijk had gezegd dat hij nog nooit voor de CVP heeft gestemd. Geef toe: daar had ''t Pallieterke' een punt.Anthierens:(lacht) Ja. En misschien heb ik mezelf ook wel overschat, hoor. Niets zegt dat ik in optimale omstandigheden wél een goeie krant had kunnen maken. Welk blad zou u zelf nog wel willen maken? Nog ééntje, om het af te leren.Anthierens: Ik zou er zeker zelf niet in schrijven, dat sowieso. Ach, mijn droom is eigenlijk altijd geweest dat ik geld genoeg zou hebben gehad om Johan zijn blad te laten maken. Maar ik moest dan wel de baas zijn. Ik vind nog altijd dat wij in Vlaanderen een grote behoefte hebben aan een blad als Le Canard Enchaîné. Een blad waarin het hele reilen en zeilen in het land kritisch wordt gevolgd. En dat dan zo geestig mogelijk. Zonder Johan begint u er niet meer aan.Anthierens: Zonder 'een' Johan. We moeten niet overdrijven, Johan was een uitzonderlijk iemand, maar hij had zijn fouten. Ik spaarde hem ook niet. De zaak-Sauwens heeft het debat over de collaboratie doen oplaaien. Zelf praat u niet graag over het oorlogsverleden van uw familie.Anthierens: Ik heb daar geen moeite mee. Ik kan alleen maar constateren wat er gebeurd is. Ik wil er ook niet flauw over doen: niet dat ze bloed aan hun handen hadden, maar mijn vader was Duitsgezind, ja. Een van mijn broers heeft gecollaboreerd. En Jef sympathiseerde. Hebt u daar nog lang mee gezeten?Anthierens: Nee. Kijk, wij waren ook streng katholiek en daar heb ik me evengoed aan ontworsteld. Dat ging allemaal in één moeite door. Ik heb er dus geen trauma aan overgehouden. Misschien was ik zelf, mocht ik een leeftijdgenoot van mijn oudste broer zijn geweest, ook in de collaboratie gestapt. Het enige wat ik mij afvraag, is: zou ik in dat geval ook nu nog altijd denken dat ik toen gelijk had? En daar kom ik dus niet uit. Want ik kom niemand tegen die zegt: ja, we waren fout. Ook in mijn familie niet. Hoe komt dat? Ik weet het niet. Het is vreemd: wij hingen veel meer aan mijn moeder dan aan mijn vader. En mijn moeder moest daar allemaal niets van weten. Zij was gewoon een vrouw met veel gezond verstand. Weet u wat ze deed tijdens de schoolstrijd? Ze pakte al onze schoenen af en stopte ze weg. (lacht) Zodat we niet konden gaan betogen. Het was welletjes geweest, vond ze. Wij moesten ons niet engageren in wat dan ook. Praat u nog wel eens over de oorlog met uw broer en zussen?Anthierens: Nee. Als wij samenkomen, dan is dat ook een beetje triestig omdat er een paar zijn weggevallen, maar wij maken altijd ontzettend veel lol. Er komt geen onvertogen woord uit. Ik volg die verzoeningsinitiatieven van Freddy Willockx en Norbert De Batselier ook niet op de voet. Ik vind het zelfs vreemd dat dat nog nodig is. Kennelijk wel, maar niemand geeft toe dat hij fouten heeft gemaakt. Dus, wat moet ik daar verder nog over zeggen? Tegen de tijd dat het allemaal gesleten is, zal ik allang dood zijn. Hoe denkt u na de dood van Jef en Johan over euthanasie?Anthierens: Ik weet niet wat ik daarvan denken moet. Ik heb daar ontzettend grote twijfels over. Jef had het graag gewild, maar dat is niet gelukt. Wij wisten dat Jef liever doodging. Hij zei altijd: je moet niet huilen als er iemand sterft, maar als er iemand geboren wordt. Maar we hebben niet kunnen verkrijgen dat hij uit zijn lijden werd verlost. Als ik bijna doodval, breng me dan zéker niet naar het AZ in Jette. Verschrikkelijk, verschrikkelijk, wat ze daar met die man gedaan hebben: één dag voor zijn dood nog een gastroscopie... (lange stilte) En Johan, die wou euthanasie, dat wisten we. De zondag voor hij stierf, heeft hij nog een speech van anderhalf uur gehouden. Eigenlijk hadden we die moeten opnemen: het was zo mooi, zo sereen. Toen is hij in zijn bed gaan liggen en hij is er niet meer uitgekomen. Dus het is niet nodig geweest. En toch twijfelt u over die nieuwe wet.Anthierens: Ja. Ik vind het gevaarlijk, hoor. Wie zal zeggen wanneer je iemand moet laten doodgaan? Een vertrouwenspersoon? Je weet niet wat die denkt op zo'n moment. En er kan misbruik van gemaakt worden: een oude tante van wie men de erfenis wil binnenhalen... Dat is het CVP-argument.Anthierens: Ik weet het, maar zij kunnen toch ook wel eens een keertje een goed argument hebben. Ik vind het allemaal erg moeilijk. Ik ben er niet tegen dat die wet gestemd is, maar ik ben blij dat ik niet heb moeten meestemmen. Ik ben ook blij dat ik op zo'n moment geen hoofdredacteur van Knack ben en een woord vooraf moet schrijven. Ik zei het toch al: ik begin hoe langer hoe meer aan alles te twijfelen. Blijft er dan geen enkele zekerheid overeind?Anthierens: Het is ontzettend katholiek, maar de enige zekerheid is dat je alleen maar gelukkig kunt zijn, of dat het leven alleen maar de moeite waard is als je mensen gelukkig kunt maken. Als je in harmonie kunt leven met een aantal, zoveel mogelijk, mensen. In interviews hebt u al vaak gezegd dat u 'een gelukzak' bent.Anthierens: Ik heb niet zo'n gelukkige jeugd gehad, maar mijn vrouw heeft mij leren leven. Ze heeft het ook altijd allemaal georganiseerd. Dit huis is de zoete inval en de mensen komen niet voor mijn zuur gezicht, maar omdat Annie zo gastvrij is. Ik mocht ook altijd werken van haar. Ik heb veel collega's gekend die problemen kregen met hun vrouw omdat ze op onregelmatige uren moesten werken, of na het werk met de collega's naar het café gingen. Voor Annie kon dat. Uitzonderlijk, hoor. Zonder haar zou ik er volgens mij niet veel van gebakken hebben. Ik ben gelukkig geworden op de dag dat ik met haar getrouwd ben en sindsdien is dat niet opgehouden. En toch nog God blijven loochenen!Anthierens:(uitbundige lach) Die heeft daar niets mee te maken. Nee, had Hij gekund, Hij had er wel een stokje voor gestoken! Joël De Ceulaer Piet Piryns