'Dáár zitten ze, de mannen van Jabhat al-Nusra!' De Koerdische commandant Shorash (25) wijst naar een stuk bos, recht voor ons, nog geen 700 meter ver. 'Momenteel is het rustig. Al-Nusra (een extremistische moslimbeweging, nvdr.) houdt zich voorlopig schuil, maar binnen een paar dagen krijgen we ze hier weg, geloof me.'
...

'Dáár zitten ze, de mannen van Jabhat al-Nusra!' De Koerdische commandant Shorash (25) wijst naar een stuk bos, recht voor ons, nog geen 700 meter ver. 'Momenteel is het rustig. Al-Nusra (een extremistische moslimbeweging, nvdr.) houdt zich voorlopig schuil, maar binnen een paar dagen krijgen we ze hier weg, geloof me.' Het is doodstil rondom ons. De onverharde weg, de huizen, alles is verlaten in het Syrische dorpje Alouk, dicht bij de Turkse grens. Sinds twee dagen is Jabhat al-Nusra verjaagd, na een hevige strijd met de Koerden. 'De zwaarste die ik heb meegemaakt', vertelt Öcalan, een Koerdische militair die naar eigen zeggen al vijftien gevechten heeft doorstaan. 'Ze gaven niet op, wilden het koste wat het kost standhouden, uit frustratie na hun nederlaag bij de Iraakse grens. Het was de bedoeling dat ze in Alouk wraak zouden nemen. Ze hebben het dorp midden in de nacht overvallen, met 400 strijders en 1100 man als back-up.' Plots horen we schoten. Boven ons hoofd giert een kogel, afkomstig van een sluipschutter. 'Ze horen ons', weet Shorash. 'Wegwezen.' Alouk ligt in het noordoosten van Syrië, in het district al-Hasaka, bekend als Koerdisch gebied. Sinds een half jaar proberen jihadgroeperingen de streek tussen de grenssteden Ras al-Ain en Qamishli te veroveren. Eind september verenigden dertien oppositiemilities zich tot één blok, waardoor ze een sterk militair front vormen. De meeste van die milities zijn radicaal, waaronder Jabhat al-Nusra, maar ook het meer gematigde Liwa Tawhid heeft zich aangesloten. Het doel is de stichting van een islamstaat in Syrië waar de wetten van de sharia heersen. Iets waar de Koerden met hun liberale versie op de islam zich totaal niet in kunnen vinden. Ze krijgen de ene na de andere groepering tegen zich. 'Het gaat hoofdzakelijk om twee aan al-Qaeda gelinkte milities', legt Shorash uit. 'Al-Nusra, en ISIL (Islamitische Staat van Irak en de Levant, ook bekend als ISIS, nvdr.). Maar we vechten ook met het gematigde Vrije Syrische Leger.' De reden dat verschillende milities op het gebied azen, is olie. Ruim 60 procent van de Syrische oliewinning komt hiervandaan. Daarnaast zijn er grote voorraden gas aanwezig. Bovendien ligt al-Hasaka aan de Turkse grens, waar goederen en wapens over en weer gesmokkeld worden. De bewoners zitten al maandenlang geklemd tussen de grens in het noorden en de al-Qaeda-aanhangers in het zuiden, en zijn afhankelijk van alles wat via de smokkelroutes binnenkomt. 'Momenteel zijn wij de enigen in de streek die tegen al-Qaeda vechten', zegt commandant Shorash als we verderop het vervallen treinstation van Alouk binnengaan. Buiten zien we vier net gedichte graven. De lijkengeur hangt dik in de lucht. Hier liggen de meeste lichamen van de 39 gedode al-Nusrastrijders, volgens Shorash. Zelf verloren ze zes mensen. 'Ze zeggen dat martelaren naar rozen ruiken', smaalt hij. 'Typische rozengeur, niet? Maar toegegeven, die gasten van al-Nusra zijn taai. Gelukkig zijn wij sterker. Het kostte ons anderhalve dag om hen in Alouk te verslaan.' Met 'wij' bedoelt hij de Volksbeschermingseenheden (YPG), de gewapende arm van de PYD, de belangrijkste politieke kracht in het Syrische Koerdistan en nauw verbonden met de Koerdische Arbeiderspartij PKK. De militairen van de YPG zijn goed getraind; velen vochten al eerder in Irak, Irak of Turkije, een aantal werd opgeleid in het Syrische leger. De gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan is hun grote held. Sinds de opstand tegen de Syrische president Bashar al-Assad probeerden de Syrische Koerden (zo'n 2,5 miljoen) zich zo veel mogelijk afzijdig te houden van het conflict, om hun auto-nomie te bewaren. De YPG vocht soms tegen het regeringsleger, maar ook tegen de rebellen. Sinds al-Nusra en ISIL het gemunt hebben op het noordoostelijk deel van Syrië (West-Koerdistan, of Rojava zoals de Koerden het zelf noemen) voert de YPG voornamelijk strijd tegen de extremisten. 'We beschouwen hen als een stel idioten die ons land komen aanvallen', zegt de commandant fel. 'Dit gebied is van ons, wij wonen hier al zo lang. Waarom zouden we die relschoppers en haatverspreiders ook maar een centimeter ruimte geven? Het gaat om ónze vrijheid, onze waarden en normen.' Shorash beent weg, hij gebaart dat we moeten volgen. Aan de rand van het dorp kruipen we via een gat in de muur, stukgeslagen met een hamer, de lokale moskee binnen waar al-Nusra zich een tijdlang verschanste. Een schande dat ze daarvoor de moskee misbruikten, vinden Shorash en zijn mannen. Binnen is het een puinhoop. De muren zitten vol schietgaten, de vloer is bezaaid met patroonhulzen, lege blikken tonijn, beschimmeld brood en pakjes smeerkaas. 'Het waren allemaal buitenlanders', zegt Shorash. 'Albanezen, Wit-Russen, Afghanen, Tsjetsjenen... We hoorden ze via hun radio's. Het was dezelfde groep die bij de Iraakse grens vocht. De 39 doden waren ook allemaal buitenlanders. We hebben stapels bestanden gevonden. Lijsten met namen, nationaliteiten, beroepen, alles stond erin. Zo ongeorganiseerd is al-Nusra dus ook weer niet.' Hij raapt een doormidden gescheurde poster van een Koerdische sjeik op. 'Toch zijn ze knettergek, als je het mij vraagt. De meeste Koerden zijn soennieten. Maar we zijn ruimdenkend in onze religie. We drinken alcohol, ook tijdens de ramadan, en vrouwen nemen een even belangrijke plaats in als mannen. (De helft van de YPG bestaat uit vrouwen, nvdr.) Deze mannen zijn totaal anders. Alle respect voor hun geloof op zich, maar ik kan ze niet volgen. Ze droegen bijvoorbeeld allemaal een sleutel rond hun nek. Om na hun dood als martelaar de deur te kunnen openen van het paradijs.' Onze tolk Taha Khalil, een Koerdische journalist en schrijver die jarenlang in Duitsland en Zwitserland woonde, kent een ander verhaal over jihadisten en sleutels. Onlangs werd een extremist door de Koerden gevangengenomen. De man zou acht mensen hebben onthoofd, onder wie drie meisjes. De YPG besloot hem niet op te sluiten en te wachten tot na de oorlog maar hem zelf te berechten. De man bekende alle onthoofdingen en werd ter dood veroordeeld. Toen hem gevraagd werd of hij nog een laatste wens had, vroeg de man een glas water. Waarop hij de sleutel van zijn nek nam en er drie keer achter elkaar voorzichtig mee in het glas roerde. Daarna dronk hij het glas leeg, stond op en wandelde weg. Toen de verbouwereerde Koerden hem vroegen waar hij wel naartoe ging, antwoordde de jihadi stomverbaasd: 'Kunnen jullie me zien dan?' De man dacht dat hij door het drinken van het speciale water onzichtbaar was geworden. 'Ze hebben ook allemaal een lepel op zak', weet de tolk. 'Om na hun dood de avondmaaltijd met Allah te kunnen nuttigen. Deze mannen geloven alles wat hen wordt verteld. Daarom zijn ze zo gevaarlijk.' 'Ze gebruiken ook drugs', zegt commandant Shorash als we een paar kilometer verder bij een andere frontlijn achter een stukgeschoten schuur staan, midden op het platteland. 'We vinden regelmatig zakken vol pillen, onder andere captagon (amfetamine, nvdr.) en baltane, een middel tegen parkinson. De soldaten in Irak gebruikten het ook tegen stress, verveling en spanning. Zo houdt al-Nusra het uit aan de frontlinies. Via hun radioverkeer horen we hoe nerveus ze zijn. Hun probleem is dat ze het terrein niet kennen. Wij vallen dikwijls 's nachts aan, zij altijd overdag.' Hij wijst naar een paar huizen, op een kilometer afstand. Daar verschuilt al-Nusra zich. 'Laat je zeker niet zien, want ze schieten meteen. Soms is het dagenlang rustig en dan begint het, vanuit het niets.' Shorash draait zich om, naar de kant waar de Turkse grens duidelijk zichtbaar is. 'De Turken helpen de radicale groeperingen, ik heb het zelf ervaren. Telkens als ik mijn artillerie verplaatste, werden we meteen beschoten door al-Nusra, met een 122-millimeterkanon. Het kan niet anders of de Turken gaven de coördinaten aan hen door, want ze kunnen ons vanaf hun uitkijktorens goed zien. Ik ben opzettelijk dicht bij een grenspost gaan zitten, al-Nusra schoot opnieuw, maar dit keer kwam hun munitie op Turks grondgebied terecht. Daarna hielden de beschietingen meteen op.' Dat Turkije de extremisten actief zou steunen, horen we vaker, vooral in dit gebied. Hoewel er geen harde bewijzen zijn, doen onbevestigde berichten de ronde dat Turkije materieel zoals tanks en wapens aan groeperingen als ISIL en al-Nusra ter beschikking stelt. Vast staat dat de Turken de rebellen helpen. Er zijn verschillende verslagen van ooggetuigen over door de Turken geëscorteerde wapentransporten over de grens. Negentig kilometer oostwaarts, niet ver van de stad Qamishli, laat YPG-woordvoerder Redur Khalil de mappen zien die ze bij Jabhat al-Nusra vonden tijdens de gevechten in Ras al-Ain. Ook die van de muhajireen, de buitenlandse strijders. We zien namen van Egyptenaren, Irakezen, Libiërs, een Amerikaan, Pakistanen, Afghanen... Van april tot juli 2013 staken er volgens de lijst 181 jonge mannen de grens over om deel te nemen aan de Syrische strijd. Hun gegevens zijn zo gedetailleerd mogelijk. Bij elke naam staat het voormalige beroep, de burgerlijke staat, de financiële situatie en informatie over de gezondheid. Er zitten ook explosievenexperts tussen. Via de gevonden reispassen weten de Koerden waar en wanneer de buitenlandse strijders Syrië binnenkwamen. 'Ze gaan allemaal via Turkije', zegt Khalil. Hij toont ons de paspoorten. Er staan inderdaad overal Turkse stempels in, ook in de passen van Syrische al-Nusraleden die over en weer gingen. 'Dat is toch een bewijs dat de Turken de extremisten steunen?' vindt Khalil. 'Ze laten ze allemaal door omdat ze tegen ons vechten.' Hoewel er momenteel vredesbesprekingen worden gevoerd tussen Turkije en de PKK erkent Turkije nog altijd niet alle rechten van de Koerden als etnische minderheid. Het land is bezorgd omdat de Koerden hun autonome positie in Syrië lijken te versterken te midden van de chaos. Volgens de YPG-woordvoerder zitten er heel wat professioneel opgeleide strijders tussen de buitenlandse milities. Hij schat dat er ongeveer 50.000 islamisten in het district al-Hasaka actief zijn. Hoeveel militairen de YPG in totaal heeft, wil hij niet zeggen. Wel dat ze in al-Hasaka met meer dan 45.000 zijn, en dat ze elke dag nieuwe jongens en meisjes rekruteren. Khalil is ervan overtuigd dat de jihadi's nooit van hen kunnen winnen. Omdat de Koerden voor hun autonomie strijden, terwijl de radicalen vooral plunderen. 'Bij de olievelden zijn de meeste extremisten alweer weg. Ze hebben zich teruggetrokken, maar ze zijn erg gefrustreerd. Uit nijd en onmacht steken ze huizen van burgers in brand en roven ze erop los. Er zijn massaslachtingen geweest op de Koerden, een pure etnische zuivering. Ze gebruiken ook autobommen. Niet ver van Remelan, waar een groot station gevestigd is met een miljoen olievaten, hadden extremisten twee autobommen geplaatst. We hebben ze op tijd ontmanteld, anders was het op een milieuramp uitgedraaid.' Aan geld is er geen gebrek. De YPG wordt gesponsord vanuit het buitenland, zeggen ze zelf. Een deel van het geld is afkomstig uit de drugshandel, onder andere van heroïne in Europa. De soldaten worden niet betaald. Het zijn allemaal vrijwilligers, zegt Khalil. In Qamishli wonen ruim 200.000 mensen: een mix van Koerden, Arabieren en Assyrische en Armeense christenen. De Koerden hebben het voor het zeggen, hoewel er nog altijd militairen van Assad aanwezig zijn. Die zitten in hun kazernes, onder andere in het stadscentrum, en ze controleren de luchthaven. De Koerden staan dat naar eigen zeggen alleen toe omdat ze niet gebombardeerd willen worden. Er lopen ook heel wat spionnen van het regime rond, horen we van bewoners. Ze behoren tot de National Defense Forces en ze zijn gemaskerd omdat ze uit de stad en uit de streek komen. Verder zouden ook al-Nusra en ISIL hier huizen, maar 'slapend'. In hartje Qamishli kloppen we aan bij de Raad van West-Koerdistan. Een norse Koerd stelt zich aan ons voor als Abedsalaam. Hij troont ons mee het kantoor in, waar enorme foto's hangen van Abdullah Öcalan. 'Wij vechten voor de hele wereld', zegt hij plechtig als hij tegenover ons aan tafel zit, naast twee partijgenoten. 'Want wij nemen de wapens op tegen al-Qaeda, in tegenstelling tot de rest. Je zou verwachten dat de Amerikanen en Europeanen ons steunen maar die scharen zich achter Turkije. Dus zitten we hier gesandwichttussen vijanden: al-Qaeda en aanverwante groeperingen waaronder ook het Vrije Syrische Leger, het regeringsleger, en de Turken. Terwijl we nota bene de enigen van de oppositie zijn die een seculiere staat in Syrië willen. We strijden niet voor een autonoom Koerdisch grondgebied, dat is iets voor de toekomst. Ons doel is vrede. We willen de extremisten weg, maar we vrezen dat het lang kan duren. Een militaire oplossing is er vooralsnog niet, dus pleiten we om rond de tafel te zitten met alle betrokken landen en partijen.' Abedsalaam en zijn medewerkers zijn ook lid van de PYD. Een partij voor de mensen, zeggen ze zelf. Geliefd bij een groot deel van het Koerdische volk. Zo'n driekwart van de Koerden zou hen steunen. Bij Hassan Saleh, voorzitter van de Koerdische Yekiti Partij, horen we een ander geluid: hij noemt de PYD een stelletje dictators. Saleh is beroemd en berucht. Hij was een van de eersten die een demonstratie tegen het Syrische regime organiseerde, in 2002 al. Twee jaar later stond hij op de barricaden van wat hij de intifada van de Syrische Koerden noemt. Hij zat jaren in de gevangenis. 'Die geweldige YPG zijn helemaal niet de helden die ze willen doen uitschijnen', zegt de 66-jarige Saleh. 'De PYD en haar gewapende arm YPG hebben volgens mij samen met de Koerdische politie een pact gesloten met het regime. Iedereen die het niet eens is met de PYD is bang om gearresteerd te worden. Het zijn wolven in schaapsvacht.' Toen afgelopen zomer in het nabijgelegen stadje Amuda mensen op straat protesteerden tegen de willekeurige arrestaties van de YPG openden de militairen het vuur op de menigte. 'Er vielen drie doden en tientallen gewonden', zegt Saleh. 'Omdat we ons niet willen laten onderdrukken door welke dictator dan ook, hebben we de kant van de Syrische Nationale Coalitie gekozen (de oppositie, nvdr.). We hebben wapens aangeschaft, we moeten ons kunnen verdedigen. Hoewel ik moet toegeven dat we niet opkunnen tegen de veel sterkere YPG.' Verdeeldheid onder de Koerden dus. Maar volgens de aanwezige christenen in Qamishli valt dat dan weer reuze mee. 'De YPG is populair bij een groot deel van de bevolking', weerlegt Gabriël Hanno van de Assyrische christenvereniging. 'Ook bij de christenen. De YPG zet overal grote generatoren in de stad neer zodat verschillende wijken genoeg elektriciteit hebben. Daarmee maken ze zich natuurlijk geliefd. Wij vertrouwen ze en we helpen ze in de strijd tegen al-Qaeda.' Sinds kort hebben de Assyriërs hun eigen politiemacht opgericht. Op elke straathoek van hun wijk zien we agenten staan. Vaak nog jongens, wat onwennig met een wapen aan hun arm. ISIL en al-Nusra mogen zich voorlopig dan nog gedeisd houden, de Assyriërs vertrouwen hen voor geen millimeter. 'We werken zowel met de Koerden als met de Arabieren samen', vertelt Gabriël Hanno. 'We wonen tenslotte in dezelfde regio, we hebben elkaar nodig. Er zijn de laatste maanden heel wat christenen ontvoerd door extremisten en criminele bendes. Ze gaan ervan uit dat christenen altijd geld hebben. In Europa raden ze ons aan om weg te gaan uit Syrië. Maar we geven niet op, we willen dat onze rechten erkend worden, als etnische minderheid.' Gisteren werd een ontvoerde Assyriër vrijgelaten. Hij wil zijn verhaal alleen anoniem doen want hij is doodsbang dat zijn ontvoerders terugkomen. 'Ik was op weg naar een begrafenis toen ik bij een controlepost werd aangehouden, samen met vier anderen. Het waren mannen van ISIL. Zodra ze erachter kwamen dat ik de enige christen in het gezelschap was, lieten ze de anderen - moslims - vrij. Ik werd geblinddoekt in een hok gesmeten. Na een paar dagen vroegen de ontvoerders of ik moslim wilde worden. Ik riep dat ik nog liever stierf, waarop ze zeiden dat dat zeker zou gebeuren als ik christen bleef. Ze kwamen telkens terug en vroegen steeds weer of ik me wilde bekeren. Toen ik bleef weigeren, werden ze gewelddadiger. Ze sloegen mijn hoofd tegen de tafel, staken me met messen, duwden hun sigaretten uit op mijn vel. Ondertussen kreeg ik les in de islam. Uiteindelijk begon het ze te dagen dat ze me niet konden bekeren. Toen eisten ze losgeld: 5 miljoen moest mijn familie ophoesten (ruim 26.000 euro, nvdr.). Zo niet werd ik onthoofd. Gelukkig hebben we niet zoveel betaald. Dankzij mensen met invloed die druk hebben gezet, ben ik vrijgekomen.' Hoeveel losgeld er is betaald, wil de man niet zeggen. 'Het is een zootje ongeregeld hier', zucht Assyriër Gabriël Hanno wanneer hij ons 's avonds naar onze verblijfplaats in Qamishli brengt. We rijden door zijn wijk en wanen ons in een andere wereld. Overal lopen vrouwen rond met losse haren, make-up en zwierige jurken. In een aantal cafés wordt bier geschonken, de restaurantjes - de meesten hebben alleen pizza op het menu - zitten bomvol. Van oorlog is hier niets te merken. Tot we aan de grenzen van de wijk komen. Op elke hoek staan twee gewapende bewakers, met hond. Als we uitstappen voor onze deur wijst Hanno naar een appartement iets verderop. 'Daar zit de informatiedienst van het regime. De Koerden zijn weliswaar de baas, maar let toch maar goed op dat ze jullie niet zien.' De volgende morgen staan we buiten voor het kantoor van de PYD. We schrikken ons wild als er pal tegenover ons een grote truck stopt met regeringssoldaten. Ze springen uit de wagen en posteren zich met veel machtsvertoon op straat. Zonnebril op, kalasjnikov in de aanslag. Een YPG-militair stelt ons gerust: 'Zolang jullie bij ons zijn, kunnen ze niets doen. Ze moeten normaal gesproken in hun eigen buurt blijven, maar ze kunnen het niet laten om te provoceren, ze willen tonen dat ze er nog altijd zijn.' 's Avonds, tegen zonsondergang, staan we aan een grote controlepost van de Koerden. Hier kruisen de wegen naar het noorden, naar de stad Raqqa in het zuiden en naar Aleppo in het westen. Een paar weken geleden was de controlepost doelwit van een bomaanslag waarbij zeven doden vielen. Sindsdien is de controle versterkt. Er staat een rij auto's voor de slagbomen te wachten. Plots stapt een van de bestuurders uit. Hij is woedend, beent recht op ons af. 'Een regeringssoldaat', zegt onze tolk. Dit keer zijn we de klos, denken we. Iedereen die illegaal in het land is, riskeert vijf jaar cel, om maar over de folteringen te zwijgen. Maar de Koerdische commandant van de post vertelt grijnzend dat we ons nergens zorgen over moeten maken. 'Wij zijn de baas. Ze zijn zelfs niet in jullie geïnteresseerd.' De militair van het regime keurt ons inderdaad geen blik waardig. Hij vaart uit tegen de commandant. Blijkbaar is hij kwaad omdat het zo lang duurt. De commandant vertelt hem bars dat hij net als de rest moet wachten en zich koest moet houden. Waarop de man afdruipt. 'Eerst lieten we hen zelfs niet door', zegt de commandant. 'Sinds kort staan we het toe, die kerel moet dus niet komen zeuren.' De Koerden zijn hier aan de macht. Hoelang, dat is een ander verhaal. Met alle onderlinge oorlogjes te midden van de grote strijd is de situatie in Syrië een totaal ondoorzichtig kluwen geworden. Het echte conflict zal pas beginnen als de oorlog voorbij is. DOOR JOANIE DE RIJKE IN SYRIË, FOTO'S VICTOR LACROIX'Ze hebben allemaal een lepel op zak, om na hun dood de avondmaaltijd met Allah te kunnen nuttigen. Die mannen geloven alles. Daarom zijn ze zo gevaarlijk.' 'De jihadi komen allemaal via Turkije naar Syrië, kijk maar naar de stempels in hun paspoorten. Dat is toch een bewijs dat de Turken de extremisten steunen?'