Wij weten het nu al zeker: de 100 miljoen euro die de oliesector aan de federale regering leende om de korting op de dure huisbrandolie te financieren, zal door de belastingbetaler worden terugbetaald. Met een heffing, accijnsverhoging of ander trucje - de regering van de belastingverlaging heeft daar ervaring mee.
...

Wij weten het nu al zeker: de 100 miljoen euro die de oliesector aan de federale regering leende om de korting op de dure huisbrandolie te financieren, zal door de belastingbetaler worden terugbetaald. Met een heffing, accijnsverhoging of ander trucje - de regering van de belastingverlaging heeft daar ervaring mee. De heisa om de olielening wekt verbazing, want er is erger. Jaar in jaar uit leent de overheid zo'n twee miljard euro van de werknemers, onder dwang en zonder rente. Iedere maand houdt zij op het loon te veel belasting af (bedrijfsvoorheffing) en pas twee jaar later geeft ze dat geld aan de werknemer terug. De werknemerslening weegt twintig keer zwaarder dan die van de oliesector. Maar daar maakt het parlement zich niet druk om. De fiscale druk in ons land schommelt rond 48 procent en dat is een wereldrecord. Een tweede wereldrecord is de hoge belasting van de werknemers - hoewel fiscaliteit een herverdelingsmechanisme heet te zijn. Dat is een gevolg van de ijzersterke fiscale wet van de grote getallen: werknemers belasten brengt veel en snel geld op, en vooral: het vergt weinig inspanningen van de belastingadministratie. Geen mens die ontkent dat de wijd verbreide fiscale fraude oorzaak is van de hoge belastingdruk. Volgens officiële ramingen bedraagt die fraude jaarlijks 15 miljard euro. Dat bedrag is nagenoeg even groot als de subsidies van de overheid aan de sociale zekerheid. Waarschijnlijk is de belastingontduiking nog veel groter, want fraude kan per definitie niet berekend worden. Als iedereen zijn belastingen zou betalen, daalt de belastingdruk voor de fiscaal rechtvaardigen. Maar een politieke prioriteit is dat dus niet. De fiscus rollen is maatschappelijk aanvaard, er bestaat politiek begrip voor. De overheid doet er niets aan om het fiscaal fatsoen te stimuleren. Met een eenmalige Bevrijdende Aangifte en daarna nog een (tweede) mogelijkheid tot regularisatie van vluchtgeld heeft iedereen het wel begrepen. (En zeker na grapjes als het laten uitbetalen van de ontslagvergoeding van de spoorwegbaas door de Lotto om belastingen te vermijden.) In 2004 kon de ondernemings- en inkomensfiscaliteit slechts voor 600 miljoen belastingsupplementen opleggen, 27 procent minder dan het jaar voordien. Dat is dan nog voor een groot stuk te danken aan wat buitenlandse fiscale administraties aanbrengen in de btw-fraude - geen inkomens- maar een indirecte belasting. De fameuze strijd tegen de fiscale carrousels brengt nauwelijks extra belastingen op omdat de fraudeurs financieel ongrijpbaar zijn. Ook de Bijzondere Belastinginspectie, die de grote fraudeurs opspeurt, brengt jaar na jaar minder op. En er wordt op begripsverwarring gespeeld. Regularisaties van eenvoudige onregelmatigheden en vooral snellere inning van belastingschulden zijn geen strijd tegen fiscale fraude. Parlementsleden zouden op een van hun vele buitenlandse reizen eens enkele belastingadministraties kunnen aandoen. De overheid kan beter bij neutrale academische fiscale specialisten en bij zijn eigen ambtenaren te rade gaan, in plaats van dure belastingadviseurs - van beroep belastingontwijkers - te consulteren. Vooral echter moet dringend de fiscale wetgeving worden herzien: duidelijke wetten zijn veel efficiënter dan repressieve maatregelen, die zoals bewezen toch niet werken. Fiscaliteit is een prioriteit, want zonder fiscale rechtvaardigheid bestaat geen sociale rechtvaardigheid. Guido Despiegelaere is oud-redacteur van Knack Guido Despiegelaere