In mei 1985 kwam de paus tijdens zijn bezoek aan België ook naar de Katholieke Universiteit van Leuven.

ROGER DILLEMANS: Dat was voor ons vanzelfsprekend. Wij zijn een katholieke universiteit en hij had ten tijde van het Tweede Vaticaans Concilie veel van onze hoogleraren ontmoet. Zij waren als raadgevers bij dat concilie betrokken.
...

ROGER DILLEMANS: Dat was voor ons vanzelfsprekend. Wij zijn een katholieke universiteit en hij had ten tijde van het Tweede Vaticaans Concilie veel van onze hoogleraren ontmoet. Zij waren als raadgevers bij dat concilie betrokken. Dat bezoek was een groots gebeuren en voor mij ook zeer ontroerend. Mijn voorganger, Piet De Somer, was toen al zeer ziek. Hij is trouwens een maand later gestorven. De doodzieke De Somer rechtte zich nog een keer en pleitte voor de vrijheid waarover de wetenschapper moet beschikken om het ongekende in kaart te brengen en voor diens 'recht op dwalen'. Het was een topmoment waarbij de rector van de grootste katholieke universiteit ter wereld voor het hoofd van de katholieke Kerk de eigen opvattingen affirmeerde. DILLEMANS: De verhalen over de bemoeizucht van Rome zijn niet waar. Rector André Oosterlinck is nooit naar Rome geroepen, ik ben twee keer naar Rome gegaan. De eerste keer hebben we zelf gevraagd om een onderhoud. De paus wilde een statuut uitwerken voor de katholieke universiteiten, niet om ze onder controle te houden zoals vaak wordt beweerd, wel om hun rol en eigenheid naar voren te brengen. Hij had oog voor het belang dat universiteiten hebben voor de samenleving ook al bestond het woord kennismaatschappij nog niet en is Rome - jammer genoeg - nog niet in die kennismaatschappij opgenomen. Er bestond toen al een belangrijke verklaring die de universiteiten zelf hadden uitgewerkt. In 1988 was de Magna Charta van de Europese Universiteiten ondertekend, ook door vele Amerikaanse universiteiten overigens. Dat ging door aan de universiteit van Bologna. Die beweerde dat ze de oudste universiteit was. De voorbereiding gebeurde grotendeels vanuit Leuven. In die Magna Charta wordt vastgelegd dat een universiteit een onafhankelijke instelling is die in vrijheid en op een kritische manier onderzoek uitvoert en de resultaten van haar onderzoek doorgeeft aan jonge mensen en aan de samenleving. DILLEMANS: Het debat over het statuut van de universiteiten was alleszins zeer belangrijk en daarom vroeg Leuven daarover in Rome te kunnen meepraten. Daar zijn wij erin geslaagd na lang discussiëren een evenwichtige tekst over de vrijheid van onderzoek te laten aannemen. Ons standpunt was dat aan wetenschap doen een ethisch hoogstaande activiteit is. De wetenschap ontdekt niets verkeerds, maar de manier waarop ze haar resultaten behaalt, moet ethisch worden afgewogen, de toepassing van de resultaten is een ethische kwestie. Het waren soms verhitte discussies en het klopt dat ik daar ooit boos heb geroepen dat ik geen enkele reden zag om het statuut van mijn universiteit te veranderen. Er was ook geen reden, we hadden zelfs een nieuw reglement dat bepaalde dat de benoemingen van professoren niet meer door de bisschoppen gebeurden, tenzij voor theologie. Uiteindelijk konden we ons meer dan genoeg vinden in de teksten van het statuut zoals dat beschreven is in de apostolische constitutie Ex corde Ecclesiae (Uit het hart van de Kerk) van 1990. Dat stelde - en dat was vanaf het begin ons standpunt - dat niet alle hoger onderwijs kon doorgaan als 'universitair'. Enkel die instellingen waar de onlosmakelijke band tussen onderwijs en onderzoek bestaat, kunnen zich universiteit noemen. Er zijn in Zuid-Amerika heel wat katholieke universiteiten, katholieker dan wij, maar ze doen geen onderzoek. Een katholieke universiteit moet op de eerste plaats een echte universiteit zijn. Hét belangrijke punt is de vrijheid van onderwijs, gesteund op vrij onderzoek. Tot vandaag ben ik trots dat die vrijheden in dat document zijn ingeschreven. Een toegeving moesten we doen voor de faculteit Theologie. Aan het einde van de jaren tachtig was het Vaticaan erg bezorgd over de kritische houding van de Duitse theologen en die angst maakte dat ze aparte teksten voor theologie wilden. Voor ons is dat geen aparte wetenschap, voor het Vaticaan wel. We hebben dat geaccepteerd. We gingen er wel van uit dat onze faculteit Theologie zich onafhankelijk zou blijven opstellen en dat is ook gebeurd. De constitutie beschrijft ook de eigen rol van een katholieke universiteit als dé gedroomde plaats voor de moeilijke dialoog tussen geloof en wetenschap. Dat debat over ethiek is de KU Leuven blijven voeren. Aan onze universiteit is de laatste halve eeuw meer gepubliceerd over de verhouding tussen wetenschap en geloof dan aan alle katholieke universiteiten samen. Ik moet wel zeggen dat de paus openstond voor ons standpunt, de Curie wat minder. DILLEMANS: Neen, een open dialoog met mensen die hoog opgeleid zijn, zelf denken en wetenschap beoefenen, dat werd in Rome vermeden. Dat hangt onder meer samen met het verleden van de paus, die meende vooral de Kerk en de leer te moeten verdedigen. Maar het is een gemiste kans dat Rome nooit met zijn universiteiten heeft gediscussieerd en de zuiverheid van de leer boven de dialoog stelde. Dat was vooral uit angst voor de moderniteit. De Kerk kan niet zonder de Europese denkkracht. Ik vond en vind nog steeds dat er meer moet geluisterd worden naar de universiteiten, maar we zijn weinig geraadpleegd. Ook al hebben we dikwijls onze proteststem laten horen. DILLEMANS: Wij moesten ons samen met de Université Catholique de Louvain (UCL) verdedigen inzake de in-vitrofertilisatie. De KU Leuven was op dat vlak een voorloper. We hadden een stevig dossier en toen we uit Rome vertrokken, hadden we hen niet overtuigd, maar wel ontwapend. En we hebben gelijk, er is geen enkele basis voor een morele veroordeling van paren die kinderen willen, en van de wetenschap die hen daarbij helpt. DILLEMANS: Zeker, al is door de hele Europese stroomversnelling de club van katholieke universiteiten verenigd in de Internationale Federatie van Katholieke Universiteiten (FIUC) nooit echt doorgebroken. Maar juist Europa maakt dat we katholiek blijven. De massificatie van hoger onderwijs is goed, maar vraagt om differentiatie. De eigenheid van de instellingen is juist daardoor belangrijker geworden. Europa is trouwens groot geworden door de diversiteit. Trouwens, de KU Leuven is een van de weinige katholieke universiteiten die alle vier de onderzoeksdomeinen - sociale, culturele, natuur- en biowetenschappen - omvatten. De meeste universiteiten hebben in de laatste twee domeinen afgehaakt omdat de investeringen zo hoog zijn. Maar ons voordeel is dat we die interdisciplinaire samenwerking behouden. Als we het over de vergrijzing hebben, dan gaat dat niet alleen om gerontologen en psychiaters, maar ook om ethici én ingenieurs. We hebben dus geen last gehad van de 'bemoeizucht' van Rome, ook al waren er spanningen en bestond er een verschil van mening. En al bestonden bij andere universiteiten wel eens misvattingen over de band tussen de Kerk en de KU Leuven. Misschien had de UCL meer last, de nuntius verstond immers Frans, geen Nederlands. Vandaar dat ik ooit gezegd heb dat de VUB een vrije universiteit was en de KU Leuven een zeer vrije universiteit. Toen ik rector was, moesten professoren die benoemd werden aan de Vrije Universiteit van Brussel een verklaring afleggen dat ze aan vrij onderzoek zouden doen, 'wars van de Openbaring'. Onze professoren wordt niet gevraagd dat ze katholiek zijn. DILLEMANS: Ik vind dat de Kerk zich in de eerste plaats moet bezighouden met de essentie, de verkondiging van de christelijke heilsboodschap, een boodschap van hoop en liefde voor de mens. Dat is haar eerste opdracht. Haar tweede opdracht - de ethische aansporing - steunt op die eerste. En het moet bij aansporingen blijven, niet bij de rigide opvattingen van de paus en de Curie. De Kerk moet zich uitspreken over sociale ethiek, niet alleen over bio-ethiek. Ik heb begrip voor de robuuste opstelling van een Poolse kardinaal, een grote gedreven, intellectuele, charismatische, vredestichtende, sociaal-geïnspireerde en empathische persoonlijkheid. Maar we hebben dringend bijsturing nodig. We moeten de-dogmatiseren, die onfeilbaarheid, neen toch! We moeten af van de tijdelijke, irrelevante dingen: het gedwongen celibaat, de houding van de Kerk tegenover echtscheiding. Er moet een rechtzetting komen inzake anticonceptie. Ook de pauselijke steun aan Opus Dei kan voor mij niet, omdat die vereniging de nodige openheid mist. En er moet opnieuw debat komen. Deze paus heeft te veel mensen doen zwijgen. De bevrijdingstheologen bijvoorbeeld. Voor hem was dat verfoeilijk marxisme, maar in Latijns-Amerika was het dat niet. Daar ging het om rechtvaardigheid. Daarom hangt in onze universitaire kerk nog steeds een foto van de vermoorde aartsbisschop Romero. Daarom hebben we ook een Romerohuis, een studentenresidentie waar gehandicapte studenten geholpen door valide studenten, veel voordelen krijgen. Ook dat is christelijke rechtvaardigheid: we nemen ongelijke maatregelen om alle mensen gelijke kansen te geven. In het hele debat over gelijkheid ligt trouwens een rol voor de universiteiten. Wij hebben scherp gereageerd toen in 1994 het pauselijke standpunt over de rol van de vrouw in de Kerk werd gepubliceerd. De stelling zelf ergerde ons, maar vooral dat er werd gezegd dat het debat geëindigd was, nu en voor altijd. Dat kan niet. Vanuit de grandioze christelijke visie op de mens, had de Kerk kunnen anticiperen op de feminisering van de maatschappij. Ook de KU Leuven heeft te weinig vrouwen in topposities, maar we zijn er ons van bewust en we werken er ook aan. De derde opdracht van de Kerk en dus de minst belangrijke, is de organisatie. De Kerk is te veel met zichzelf bezig. Maar ook daar zou ik zeggen: gebruik eindelijk de nieuwe opvattingen inzake goed bestuur, met transparantie, decentralisatie, inspraak, leeftijdsgrenzen, een subsidiariteitsbeginsel en accountability, aansprakelijkheid. In dit pontificaat was de Curie meer een scherm tussen de paus en de bisschoppen dan een brug. Een regering van oude mannen, dat vinden we toch enkel terug in enkele islamstaten en dictaturen? Door Misjoe Verleyen'De Kerk moet zich uitspreken over sociale ethiek, niet alleen over bio-ethiek.'