Piet Piryns en kardinaal Danneels zijn samen naar de Mechelse derby geweest. Dat hadden ze vorig seizoen zo afgesproken. 'Als symbool van de vrede en de vriendschap tussen beide verenigingen, zullen we zij aan zij gaan kijken', had de kardinaal voorgesteld. 'Gij in groen-wit, en ik in geel-rood.'
...

Piet Piryns en kardinaal Danneels zijn samen naar de Mechelse derby geweest. Dat hadden ze vorig seizoen zo afgesproken. 'Als symbool van de vrede en de vriendschap tussen beide verenigingen, zullen we zij aan zij gaan kijken', had de kardinaal voorgesteld. 'Gij in groen-wit, en ik in geel-rood.''Akkoord,' had Piet geantwoord, 'ik zal de kaartjes kopen.' Zoiets valt altijd goed bij een katholieke geestelijke, en zo belandde de kardinaal als enige KV-supporter, en van kop tot teen in geel-rood getooid, in een voor de rest volledig groen-wit gekleurd Racing-vak. Men neme een dolgedraaide stier, men spuite zijn neus vol pepergas, men steke een priem door zijn genitaliën, en men zwaaie met een rood dekzeil voor zijn neus. Dat geeft een idee van het effect dat het verschijnen van één in KV-kleuren uitgedoste 'Kakker' in een tribune vol Racingers heeft. 'Kakker' is de wat onwelluidende spotnaam voor iemand van KV, de katholieke club van Mechelen. Mannen van Racing zijn heidenen, aan wie elk godsbesef vreemd is. De derby in Mechelen is de ergste van de wereld. Zeker, er is Antwerp-Beerschot. In Celtic-Rangers vielen vroeger elke keer doden. Bij Sampdoria tegen FC Genua gaan zelfs liefhebbers van geweld geschrokken buiten. En wij raden ieder van u af om voetbalstadions in Athene of Istanbul te bezoeken, wanneer daar twee plaatselijke verenigingen op elkaar los gaan. Maar nergens, werkelijk nergens, is de haat zo diep en alomvattend als in KV Mechelen-Racing Mechelen. De Mechelse derby is de laatste stap vóór de genocide. U kunt zich indenken wat er gebeurde toen Danneels het Racing-vak achter het doel binnenstapte. Onmiddellijk barstte een bijtend gezang los: 'Kakker Kardinaal olé olé.' Op Racing houden ze van een spitse alliteratie. Zoals in de clubleuze 'Waar een wil is, is een weg'. Of in 'Piet Piryns', bij wie de alliteratie in zekere zin een scatologisch tegenwicht vormt voor de 'Kakkers' van KV. De kardinaal stak zijn middenvinger op, en nam onverstoord plaats achter het midden van de goal. Rondom hem deinsden de Racingers achteruit, want een melaatse in hun midden zouden ze eventueel nog dulden, maar een bisschop... dat nooit. Piet Piryns was hogerop bij zijn vrienden van het Humanistisch Verbond gaan staan. Vóór de match begon, wensten die van Racing een minuut stilte te houden voor het overlijden van een gewezen bestuurslid. Vanuit de Malinwa-tribunes steeg een onderdrukt gejoel op, aan de Racing-kant heerste een gewijde stilte. Al is het woord 'gewijd' slecht gekozen in verband met Racing Mechelen. Slechts één man vond het nodig de ingetogenheid te verbreken: de kardinaal. Die stond in zijn eentje luidkeels te zingen: 'En als em dood is, groeit er gras op zijnen buik.'Bij Racing zijn ze een en ander gewoon, maar dat niet. Geen enkele groen-witte supporter gelooft in het leven na de dood, terwijl de kardinaal daarvan net zijn belangrijkste bron van inkomsten heeft gemaakt. Dat uitgerekend hij niet de minste eerbied bleek op te brengen voor een gestorven medemens, schokte alle Racingers tot in het diepst van de ziel, die ze volgens hun eigen overtuiging niet hebben. Het werd er niet beter op toen de match begon en Patrick Goots al na 25 minuten KV op 1-0 schoot. In het Racing-vak heerste opnieuw een doodse stilte, alleen Godfried Danneels veerde op en neer in een wilde uitvoering van de Sint-Vitusdans, en gooide zijn geel-rode pet zes meter hoog de lucht in. Tot verbazing van velen dwarrelde die pet daarna sierlijk naar beneden, en viel keurig terug op het hoofd van de kardinaal. Een wonder! Bij de Racingers begonnen er een paar te twijfelen. Nog vóór de rust bracht Yve Thys de stand op 2-0, en toen Racing na een uur ook nog met tien viel, na de uitsluiting van Kim Deprée, was de kardinaal in een zo ver stadium van extase beland, dat het grote bezorgdheid wekte bij de hulpdiensten. Hij zwierde als van de duivel bezeten heen en weer aan de afsluithekkens, en een toevallige passant zou nooit een aartsbisschop hebben vermoed in de barbaar die daar met het schuim op de lippen tekeerging. De kardinaal had bovendien al zeven Racingers naar de EHBO-post gemept, en een leraar zedenleer van het atheneum in de hand gebeten. We zullen nooit weten wie ingreep, God (KV) of Satan (Racing), maar ineens keerden de kansen. Eerst vloog met Johan Verheyen ook een KV'er van het veld, daarna scoorde Jurgen Simeons de aansluitingstreffer, en in de blessuretijd tikte Kjell Hermans zowaar de 2-2 op het bord. Onder de neus van een vloekende en tierende Danneels. Die tot overmaat van ramp, bij een poging over het hek te springen en alsnog het leer uit het doel te duikelen, zijn broek had gescheurd. De enige keer in zijn klerikale carrière. De Racing-supporters waren het delirium voorbij. Datzelfde gold voor de kardinaal, die met de kop vooruit acht negen treden omhoog stormde, en alles wat hij aan groen-wit op zijn weg vond tegen de grond beukte. Toen kreeg hij de glunderende Piet Piryns in de gaten. Godfried Danneels is doorgaans een vredelievend man. Met hem woont, en dit voor het eerst, een echt schaap op de Wollemarkt. Maar het zien van de juichende Piryns, die op zijn groen-witte shirt ook nog passer en winkelhaak had getekend, deed de laatste christelijke stoppen doorslaan. Piet koos de verkeerde vluchtweg. Hij had gedacht veilig te zijn door in de lichtmast te klimmen, maar had over het hoofd gezien dat de kardinaal daar, met het oog op later, veel beter in getraind was. Koen Meulenaere