JA

Ik vind de naam nogal zwaar gekozen. Men denkt daardoor algauw aan censuur, maar dat is uiteraard niet de bedoeling. Het is een commissie van journalisten, programmamakers, bestuurders en juristen die, vooraleer een programma op antenne verschijnt, aftast of dat problemen zou kunnen opleveren.
...

Ik vind de naam nogal zwaar gekozen. Men denkt daardoor algauw aan censuur, maar dat is uiteraard niet de bedoeling. Het is een commissie van journalisten, programmamakers, bestuurders en juristen die, vooraleer een programma op antenne verschijnt, aftast of dat problemen zou kunnen opleveren. Voor alle duidelijkheid, twee zaken. Een: het gaat hier niet over nieuws. En twee: ik heb nooit gevraagd dat de VRT iets zou schrappen. Men vroeg me wat ik ervan vond dat de openbare omroep veertig vrijwilligers uitnodigt om in de studio eens goed gas te komen geven, om er dan met belastinggeld een filmpje van te maken en uit te zenden. Wel, ik vond dat erover. En dat vind ik nog altijd. Dat het een ludiek initiatief geweest zou zijn, geloof ik niet. Want als het dat maar was geweest, had de VRT het niet geschrapt. De commissie komt er trouwens niet naar aanleiding van dit ene incident, wel na een aantal op rij. Te zien aan de massale reacties die ik krijg, is de kloof tussen de media en de burger vandaag veel groter dan de kloof tussen burger en politiek. Om de betrokkenen niet te compromitteren, kan ik er u geen voorbeelden van geven, maar nu worden voorstellen van programmamakers soms door één hogergeplaatste geweerd. Als ze hetzelfde voorstel in de commissie kunnen bespreken, haalt dat het misschien wél. De praktische organisatie van de commissie - wat er wanneer op tafel zou moeten komen - is een interne zaak voor de VRT. De vraag is of de openbare omroep dingen moet doen die niet tot zijn opdracht behoren. De VRT moet programma's maken met informatie, cultuur, educatie, en sport. Wel, volgens mij valt porno daar moeilijk in te passen. Een deontologische commissie als controleorgaan, als een soort comité van de goede smaak dat bepaalt of iets ethisch door de beugel kan, fnuikt de creativiteit van programmamakers. De heisa over de forel van Plat Préféréen de zogenaamde pornofilm van Studio Brussel, vind ik zwaar overdreven. In het radioprogramma De Lieve Lust op Studio Brussel werd vroeger al heel expliciet over seks gepraat. Om dan nu, naar aanleiding van een pornofilm die er geen is, een deontologische commissie te installeren, moet je wel erg wereldvreemd zijn. Ik wil er geen karikatuur van maken, maar straks gaan we het weerbericht nog voorleggen vooraleer het in de ether mag. En wat met Franse films waar expliciete seks in voorkomt? Moet dat kunnen? Een deontologische commissie geeft de politiek meer toezicht op de programma-inhoud, want al zou ze alleen bestaan uit VRT-personeel, via een spreekkanaal zou ze sowieso verbonden zijn met de raad van bestuur. Deze commissie wijst op een gebrek aan vertrouwen in de kritische zin van de programmamakers. Zij zijn groot genoeg om zelf te beoordelen wat kan en wat niet. Ja, maar daar zijn andere middelen voor. Om uit te maken wat kan en wat niet, zijn er productieverantwoordelijken. Die kunnen ingrijpen, desnoods doet de gedelegeerd bestuurder het zelf. Als er iemand over de schreef gaat, moeten directeuren met de programmamakers praten en desnoods maatregelen nemen. Een ander alternatief voor de commissie is een deontologische code. Als leidraad, niet als dwingend kader. Want elk programma dat een beetje pikant is moeten voorleggen, dat is écht geen goed idee. Ik vind de naam nogal zwaar gekozen. Men denkt daardoor algauw aan censuur, maar dat is uiteraard niet de bedoeling. Het is een commissie van journalisten, programmamakers, bestuurders en juristen die, vooraleer een programma op antenne verschijnt, aftast of dat problemen zou kunnen opleveren. Voor alle duidelijkheid, twee zaken. Een: het gaat hier niet over nieuws. En twee: ik heb nooit gevraagd dat de VRT iets zou schrappen. Men vroeg me wat ik ervan vond dat de openbare omroep veertig vrijwilligers uitnodigt om in de studio eens goed gas te komen geven, om er dan met belastinggeld een filmpje van te maken en uit te zenden. Wel, ik vond dat erover. En dat vind ik nog altijd. Dat het een ludiek initiatief geweest zou zijn, geloof ik niet. Want als het dat maar was geweest, had de VRT het niet geschrapt. De commissie komt er trouwens niet naar aanleiding van dit ene incident, wel na een aantal op rij. Te zien aan de massale reacties die ik krijg, is de kloof tussen de media en de burger vandaag veel groter dan de kloof tussen burger en politiek. Om de betrokkenen niet te compromitteren, kan ik er u geen voorbeelden van geven, maar nu worden voorstellen van programmamakers soms door één hogergeplaatste geweerd. Als ze hetzelfde voorstel in de commissie kunnen bespreken, haalt dat het misschien wél. De praktische organisatie van de commissie - wat er wanneer op tafel zou moeten komen - is een interne zaak voor de VRT. De vraag is of de openbare omroep dingen moet doen die niet tot zijn opdracht behoren. De VRT moet programma's maken met informatie, cultuur, educatie, en sport. Wel, volgens mij valt porno daar moeilijk in te passen. Een deontologische commissie als controleorgaan, als een soort comité van de goede smaak dat bepaalt of iets ethisch door de beugel kan, fnuikt de creativiteit van programmamakers. De heisa over de forel van Plat Préféréen de zogenaamde pornofilm van Studio Brussel, vind ik zwaar overdreven. In het radioprogramma De Lieve Lust op Studio Brussel werd vroeger al heel expliciet over seks gepraat. Om dan nu, naar aanleiding van een pornofilm die er geen is, een deontologische commissie te installeren, moet je wel erg wereldvreemd zijn. Ik wil er geen karikatuur van maken, maar straks gaan we het weerbericht nog voorleggen vooraleer het in de ether mag. En wat met Franse films waar expliciete seks in voorkomt? Moet dat kunnen? Een deontologische commissie geeft de politiek meer toezicht op de programma-inhoud, want al zou ze alleen bestaan uit VRT-personeel, via een spreekkanaal zou ze sowieso verbonden zijn met de raad van bestuur. Deze commissie wijst op een gebrek aan vertrouwen in de kritische zin van de programmamakers. Zij zijn groot genoeg om zelf te beoordelen wat kan en wat niet. Ja, maar daar zijn andere middelen voor. Om uit te maken wat kan en wat niet, zijn er productieverantwoordelijken. Die kunnen ingrijpen, desnoods doet de gedelegeerd bestuurder het zelf. Als er iemand over de schreef gaat, moeten directeuren met de programmamakers praten en desnoods maatregelen nemen. Een ander alternatief voor de commissie is een deontologische code. Als leidraad, niet als dwingend kader. Want elk programma dat een beetje pikant is moeten voorleggen, dat is écht geen goed idee.