Het was een tijd geleden dat de Europese diplomatie nog echt kon scoren. Drie dagen nadat Nicolas Sarkozy in Brussel had gezegd dat de wereldleiders bijeen moesten komen om zich over een nieuw globaal financieel systeem te beraden, stond hij op het gazon van het buitenverblijf van George W. Bush in Camp David.
...

Het was een tijd geleden dat de Europese diplomatie nog echt kon scoren. Drie dagen nadat Nicolas Sarkozy in Brussel had gezegd dat de wereldleiders bijeen moesten komen om zich over een nieuw globaal financieel systeem te beraden, stond hij op het gazon van het buitenverblijf van George W. Bush in Camp David. De voorzitter van de Europese Raad was het met de president van de Verenigde Staten eens geworden over een reeks internationale bijeenkomsten die tot een soort nieuw Bretton Woods moeten leiden. De eerste van die bijeenkomsten, vond Sarkozy, moet in New York worden gehouden. Symbolisch. Omdat de ellende in Wall Street begon. Bush sprak hem niet tegen. Er werd ook een moment geprikt: straks in november, zodat de nieuw verkozen Amerikaanse president alvast mee kan aanschuiven. Het systeem dat in 1944 in Bretton Woods in de staat New Hampshire werd opgezet, maakte van de dollar de belangrijkste munt van de wereld. De waarde van alle nationale valuta werd aan die van de dollar gekoppeld, en die was op zijn beurt tegen de vaste pariteit van 35 dollar per ounce inwisselbaar tegen goud. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank werden opgericht omhet systeem ruggengraat te geven. Bretton Woods was helemaal gebouwd op de integriteit en de discipline van het Amerikaanse monetaire beleid. Het ging ook goed, tot de Amerikanen te veel geld nodig hadden om de oorlog in Vietnam te betalen en president Richard Nixon de inwisselbaarheid van de dollar tegenover goud opzegde. Het IMF en de Wereldbank bleven wel bestaan, maar liggen sindsdien steeds meer onder vuur. Niet alleen omdat ze onverkort bleven uitgaan van de suprematie van het Amerikaanse economische en financiële denken. Maar ook omdat de instellingen van Bretton Woods weinig ruimte laten aan de nieuwe, belangrijke economieën. Van de geloofwaardigheid van het Amerikaanse monetaire beleid blijft sinds kort nog weinig over. Europese politici spraken vorige week nog schande van de onverschilligheid waarmee de Amerikaanse minister van Financiën Hank Paulson en Fed-voorzitter Ben Bernanke zich door de traditionele najaarsvergadering van het IMF werkten. Bush mocht op het gazon in Camp David dan wel het woord voeren, maar hij had het eigenlijk niet voor het zeggen. Zijn verzoek dat de fundamenten van de vrije markt en de vrijhandel overeind zouden blijven, werd door Nobelprijswinnaar Economie Paul Krugman meteen gepareerd: 'Er is vrijheid genoeg.' Het is een cliché dat Europa het beste opschiet in tijden van crisis. Het waren de voorbije weken in elk geval Europese politici die doortastend ingrepen om het bancaire systeem recht te houden. Het merkwaardige bondgenootschap tussen de Franse president Sarkozy en de Britse premier Gordon Brown bood antwoorden op vragen die werden gesteld. Het is ook verbazend hoe uitgerekend de Britten plotseling de euro en de Europese Centrale Bank omarmen. De euro won aanzien en tegelijk slaagde Nicolas Sarkozy er op zijn geheel eigen wijze in om de club van 27 lidstaten bij elkaar te houden. De Unie houdt zelfs alsnog vast aan haar ambitieuze klimaatplan. Op de top in december zal blijken of de crisis Europa ook echt sterker heeft gemaakt. door Hubert van Humbeeck