Op 14 juli 1997 - in volle crisis rond het frauduleuze vleesbedrijf Tragex-Gel - schreef adjunct-kabinetschef Willy Baeyens van het ministerie van Volksgezondheid een nota voor Christian Decoster, toen leidend ambtenaar van het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK). Baeyens wees op het probleem van de noodslachting: een speciale procedure om zieke of gewonde dieren voor de vleesmarkt te recupereren. Doodzieke koeien worden dikwijls vol antibiotica gespoten om ze toch in het slachthuis te krijgen, waar een onderzoek gebeurt naar de aanwezigheid van kiemen of restanten van geneesmiddelen. Als een dier wordt goedgekeurd, krijgt het een driehoekige stempel. Het vlees mag niet worden uitgevoerd.
...

Op 14 juli 1997 - in volle crisis rond het frauduleuze vleesbedrijf Tragex-Gel - schreef adjunct-kabinetschef Willy Baeyens van het ministerie van Volksgezondheid een nota voor Christian Decoster, toen leidend ambtenaar van het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK). Baeyens wees op het probleem van de noodslachting: een speciale procedure om zieke of gewonde dieren voor de vleesmarkt te recupereren. Doodzieke koeien worden dikwijls vol antibiotica gespoten om ze toch in het slachthuis te krijgen, waar een onderzoek gebeurt naar de aanwezigheid van kiemen of restanten van geneesmiddelen. Als een dier wordt goedgekeurd, krijgt het een driehoekige stempel. Het vlees mag niet worden uitgevoerd. "Het is een algemeen bekend gegeven dat er enorm met noodslachtingen wordt gesjoemeld", schreef Baeyens in zijn nota. "Het vlees dat in de noodslachthuizen wordt goedgekeurd is meestal van bedenkelijke kwaliteit... De schandalen van de laatste dagen ( in casu Tragex-Gel) zijn slechts 'peanuts' in vergelijking met wat ons in verband met de noodslachtingen boven het hoofd hangt... Het verder dulden van de huidige toestanden zal ons vroeg of laat in moeilijkheden brengen." Baeyens drong aan op een verbod op noodslachtingen, of de verplichting het vlees ervan uitsluitend voor dierenvoeding te gebruiken. Maar het IVK kwam niet verder dan een lichte verstrenging van de keuring, vooral ingegeven door de reële vrees dat runderen die aan de gekkekoeienziekte lijden, via een noodslachting toch in het vleescircuit terecht zouden komen. Nu moet een veearts de dieren levend keuren voor ze geslacht worden - volgens waarnemers is dat een papieren maatregel die gemakkelijk omzeild wordt.EEN ROSBIEF MET SALMONELLADe kans bestaat dat Baeyens' donkere voorspelling ondertussen realiteit geworden is. Op 3 november jongstleden werden 45 bejaarden in het Antwerpse OCMW-rusthuis De Tol zwaar ziek. Bijna de helft van de bewoners van het tehuis liep toen een voedselvergiftiging op. "Sindsdien zijn er twaalf mensen gestorven", vertelt directrice Nicole Van Reeth van De Tol. "Het is natuurlijk moeilijk te zeggen in welke mate deze sterfgevallen allemaal aan de vergiftiging te wijten zijn. Bejaarden hebben een kleinere weerstand dan andere mensen, en zijn dus kwetsbaar." Vlak na het incident had onderzoeksrechter Van Hoeylandt van het Antwerpse parket een autopsie bevolen van de eerste twee slachtoffers. De resultaten zijn duidelijk: de bejaarden waren besmet met een salmonellabacterie uit de rosbief die ze 's middags voorgeschoteld kregen. Onderzoek wees uit dat de keuken van het rusthuis geen schuld trof. De besmetting was met het vlees binnengebracht. Het was niet moeilijk om de herkomst van de rosbief te traceren. De Antwerpse OCMW-instellingen worden bevoorraad door François Nys uit Kapellen. "Hij heeft scherpe prijzen", zegt Willy Van de Wal van de directie aankopen op de OCMW-centrale. "In principe zijn we in een openbare aanbesteding verplicht de goedkoopste offerte te nemen, maar voor voeding houden we uiteraard ook rekening met andere elementen. Het gaat ons om de beste verhouding tussen prijs en kwaliteit. Met Nys hebben we nooit eerder problemen gehad. In afwachting van de resultaten van het gerechtelijk onderzoek hebben we onze samenwerking wel opgeschort." Ook Nys zelf weet vanwaar het vlees in kwestie kwam: van het slachthuis van Marcel Van Hoornweder uit Torhout. "Hij is de enige die hier rundvlees levert", stelt Nys met klem. "Ik kan dat bewijzen. Zoals ik ook kan aantonen dat het vlees niet hier, tijdens het bakken, besmet werd." Nys ontkent formeel dat hij wist dat Van Hoornweder vlees van lage kwaliteit leverde. De man slacht veel zogenaamde "P-koeien": de laagste van de zes klassen die de keurders van het IVK hanteren. Daarin vallen afgedankte melkkoeien of kweekkoeien die een reeks keizersneden achter de rug hebben. Nochtans had Nys met Van Hoornweder een vaste vleesprijs afgesproken: 115 frank per kilo, lager dan wat in de sector normaal is. Hij heeft de samenwerking met Van Hoornweder overigens niet stopgezet, naar verluidt omdat hij nog een betalingsachterstand van vele miljoenen frank heeft.BESMETTE MAGERE MELKKOEIENVan Hoornweder, die voor alle commentaar op de zaak naar het IVK verwijst, bezit geen goede reputatie. Op 4 maart 1997 liet het IVK zijn uitsnijderij in Sijsele sluiten, omdat de hygiënische omstandigheden er te wensen overlieten. Van Hoornweder is ook de grootste noodslachter in het land. In 1997 werden in Belgische slachthuizen 9631 koeien en kalveren voor een noodslachting aangeboden. Daarvan werd 48 procent afgekeurd. Bij Van Hoornweder ligt dat cijfer echter veel lager: amper 17 procent wordt er afgekeurd, wat op het hoofdbestuur van het IVK oprispingen uitlokt over laksheid in de keuring. Van Hoornweder koopt ook noodslachtingen van andere slachthuizen - onder meer dat van Nieuwpoort - die het minderwaardige vlees zelf niet kwijtraken. IVK-veearts Johan Desmet, die bij Van Hoornweder keurt, ontkent dat hij te laks optreedt. Hij denkt dat er geen noodslachtingen naar Nys gaan. "Nys koopt wel gemakkelijk slechte dieren uit het gewone slachtcircuit. Zo'n mager beest kan drager zijn van een salmonellabesmetting zonder dat we het zien. In tegenstelling tot zieke dieren, waarop altijd een analyse gebeurt, worden magere dieren alleen onderzocht als de keurder oordeelt dat er iets mis zou kunnen zijn. Wij hebben trouwens meer positieve gevallen in de magere beesten dan in de noodslachtingen. Op die laatste zit blijkbaar al een filter voor ze tot hier komen: echt zieke dieren worden niet meer aangeboden." Het vlees dat de bejaarden in het Antwerpse OCMW-rusthuis doodde, kwam volgens Nys van een karkas dat op 28 oktober 's namiddags door Van Hoornweder geleverd werd. Veearts Raf Desmedt, die voor het IVK bij Nys keurt, meent dat het afkomstig moet zijn geweest van een ziek dier. "Ik ben niet de enige die dat denkt", benadrukt hij. Desmedt kreeg het vlees niet te zien - hij controleert alleen steekproeven. Hoewel hij bij Nys al karkassen van noodslachtingen terug naar Van Hoornweder liet sturen, en wist dat Nys vlees van mindere kwaliteit kocht, beweert hij dat hij niet op de hoogte was van de kwalijke reputatie van Van Hoornweder: "Anders had ik strenger toegekeken. In het slachthuis van Hoogstraten waar ik keur, zijn de normen duidelijk hoger dan in Torhout." BROCHETTEN VOOR HET FRIETKOTHet hoofdbestuur van het IVK is druk in de weer om uit te zoeken wat er precies misliep met het vlees dat in het rusthuis terechtkwam. Men weet er dat Van Hoornweder problemen heeft om een markt te vinden voor al zijn noodslachtingen. Hij heeft een beenhouwerij op het industrieterrein van Maldegem, waar hij naar eigen zeggen het grootste deel van zijn noodslachtingen omzet, maar waar alvast vorige week weinig verkoopsactiviteit te bespeuren viel - er werd wel vlees versneden. Het IVK confronteerde Nys met de vragen of Van Hoornweder karkassen van noodslachtingen met die van gewone slachtingen mengt, of karkassen van noodslachtingen op zijn vrachtwagen versnijdt en tussen andere stukken vlees steekt - versneden stukken vlees dragen uiteraard geen stempel. Nys kreeg ook het verwijt dat hij "het lot tart" door bij Van Hoornweder te kopen. Ondanks de problemen is inspecteur-generaal Leon Moor van het IVK niet geneigd noodslachtingen te laten verbieden: "Het stoppen van noodslachtingen zou een financiële straf zijn voor kwekers en vetmesters. De procedure die de wet nu voorziet, is een garantie voor de volksgezondheid. Als we zien dat we er zo toch niet komen, en als de mentaliteit verandert, zullen we noodslachtingen afschaffen. Maar mijns inziens zal dat voor de volksgezondheid erger zijn dan het probleem zelf, want dan zal er in het zwart geslacht worden. Als we te streng zijn, zal alles achter onze rug gebeuren. Nu hebben we tenminste het grootste deel onder controle." Noodslachters zouden dus sluikslachters worden. Toen adjunct-kabinetschef Baeyens in de zomer van '97 zijn nota opstelde, had hij het al over de alternatieve afzetwegen voor noodslachtingen: "In de beenhouwerij komen ze zeker niet terecht. Het is duidelijk dat dit vlees via de uitsnijderijen met kleine capaciteit terug in het exportcircuit of in het goedkope horecacircuit (fritures) terechtkomt." Illegale uitvoer dus, wat een lucratieve aangelegenheid is: een handelaar koopt voor vijfduizend frank een dier van een noodslachting, en verkoopt het administratief vermomde vlees voor veertigduizend frank. En zwarte handel in zesderangsvlees dat in gore garages verwerkt wordt tot de gekleurde worsten en gepaneerde brochettes die het uitstalraam van menig frietkot sieren. U bent gewaarschuwd.Dirk Draulans