De internationale monetaire en economische autoriteiten zitten met de handen in het haar. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) feliciteerde een tijd geleden nog zichzelf, omdat het met gigantische financiële steun de Aziatische crisis onder controle kreeg. Voorbarig, blijkt nu. De crisis die vorige zomer in Thailand uitbrak en snel heel de regio besmette, flakkert opnieuw op. Dat is echt zorgelijk, na alle gedane inspanningen.
...

De internationale monetaire en economische autoriteiten zitten met de handen in het haar. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) feliciteerde een tijd geleden nog zichzelf, omdat het met gigantische financiële steun de Aziatische crisis onder controle kreeg. Voorbarig, blijkt nu. De crisis die vorige zomer in Thailand uitbrak en snel heel de regio besmette, flakkert opnieuw op. Dat is echt zorgelijk, na alle gedane inspanningen.Paul Dickie, directeur bij de Aziatische Ontwikkelingsbank waarschuwt: "Azië staat op het punt overspoeld te worden door een tweede crisisgolf." Michel Severino, de voor de regio bevoegde vice-president van de Wereldbank maant: "Als de crisis in Azië niet wordt bezworen, zullen de problemen zich niet tot die regio beperken, maar dreigt er dit jaar een wereldomvattende recessie." Zelfs de Britse premier Tony Blair, mengt zich als voorzitter van de Europese ministerraad in het debat: "Het gaat om het grootste risico sinds de schuldencrisis in Latijns-Amerika." De kern van de nieuwe, aanrollende orkaan bevindt zich in het land van de rijzende zon. Voor het eerst sinds een kwarteeuw is de Japanse economie in recessie - analisten riskeren al het woord depressie -, met twee opeenvolgende kwartalen van negatieve economische groei, zoals economen omzwachtelend de krimp omschrijven. Dagelijks verliest de yen terrein tegenover de dollar en de andere westerse valuta. De goedkope Japanse munt heeft voor gevolg dat de noodlijdende Oost-Aziatische landen zich niet langer aan de export naar Japan kunnen optrekken. De Zuid-Koreaanse auto's zijn te duur voor Japanners met slappe yens. Ook Thailand, Maleisië, Singapore, Indonesië en de Filipijnen verliezen grote stukken Japanse markt. De Tijgereconomieën van Zuidoost-Azië blijven sukkelen, hun munten en financiële markten brokkelen verder af. De ziekte van Japan en de koorts bij de zuiderburen doet evenzeer China pijn. Het valt Peking tegen dat de export verzwakt, net nu de binnenlandse consumptie vertraagt en de prijzen stijgen. Internationale analisten alom voorspellen dat de yuan of renminbi op devalueren staat. China zou daarmee zijn concurrentiepositie in de regio met verzwakte munten kunnen herstellen. Voorlopig ontkent de centrale bank in Peking in alle toonaarden de geruchten. Een stabiele munt heet er de kern van het nieuw economisch beleid. Na de eerdere, massale steun aan Zuidoost-Azië lijkt het Internationaal Monetair Fonds niet goed te weten hoe de opflakkering van de crisis aan te pakken. Japan hoeft in elk geval niet op internationale hulp te rekenen. Zowel de rijkste zeven landen (G7) als de Europese leiders op de jongste top van Cardiff maanden integendeel Tokio aan orde op zaken te stellen. De zwakte van de yen is geen monetair probleem, maar een gevolg van de structurele economische zwakte. De Japanse economie, met zijn traditionele verwevenheid tussen overheid en grote economische groepen, is niet open genoeg. De regering van premier Ryutaro Hashimoto lijkt, na de periode van noodplannen, aan het einde van haar Latijn te zijn. Het groeiend pessimisme rond de economische en financiële situatie in Oost-Azië duwt intussen de Amerikaanse en Europese financiële markten in de zorgen. Zowel Wall Street als de meeste Europese beurzen boeren achteruit. Wat tot nog toe doemdenken heette, blijkt uit te komen: de crisis in het oosten kan de wereldeconomie een procent groei kosten. In de voorbije driekwart jaar verloor België alvast voor 60 miljard frank export naar Azië.