'Het valt niet te betwijfelen,' schrijven Marc De Vos en Ivan Van de Cloot van de onafhankelijke denktank Itinera in hun Nieuwjaarsmemo, 'deze regering bevindt zich in de moeilijkste startpositie in meer dan twintig jaar. Enerzijds stevenen we wereldwijd af op de vermoedelijk ergste recessie in vijfentwintig jaar, en dreigen we de eerste globale economische crisis sinds de depressie van de jaren 1930 door te maken. Tegelijk hebben we in eigen land af te rekenen met een van de meest slopende politieke en communautaire crises uit de nationale geschiedenis. Als het politieke klimaat niet kentert, dreigt ook deze regering te verzanden in nog meer politiek en communautair gebakkelei. Welke de kostprijs voor de toekomst dan zal zijn, durven we ons niet in te denken.'
...

'Het valt niet te betwijfelen,' schrijven Marc De Vos en Ivan Van de Cloot van de onafhankelijke denktank Itinera in hun Nieuwjaarsmemo, 'deze regering bevindt zich in de moeilijkste startpositie in meer dan twintig jaar. Enerzijds stevenen we wereldwijd af op de vermoedelijk ergste recessie in vijfentwintig jaar, en dreigen we de eerste globale economische crisis sinds de depressie van de jaren 1930 door te maken. Tegelijk hebben we in eigen land af te rekenen met een van de meest slopende politieke en communautaire crises uit de nationale geschiedenis. Als het politieke klimaat niet kentert, dreigt ook deze regering te verzanden in nog meer politiek en communautair gebakkelei. Welke de kostprijs voor de toekomst dan zal zijn, durven we ons niet in te denken.' Van Rompuy I staat op sociaaleconomisch vlak met andere woorden voor een ongeziene uitdaging. Zeker als je weet dat de Belgische economie die voor driekwart bestaat uit export, zeer kwetsbaar is. Kwetsbaarder dan die van andere landen, omdat ze behalve van haar eigen groei ook afhangt van de prestaties van haar afzetmarkten, zoals Duitsland bijvoorbeeld. En die zijn zoals te verwachten valt, niet bijzonder goed. In deze penibele omstandigheden waarschuwen de auteurs de nieuwe premier dan ook voor zes sociaaleconomische valkuilen. Ze bevelen hem aan om rekening te houden met zes beleids-prioriteiten. Hoofdauteur Marc De Vos: 'De economische crisis is een wereldwijde crisis en dus kan een klein land als België het tij niet in zijn eentje keren. De kersverse premier Herman Van Rompuy (CD&V) schreef dat ook al op zijn blog. Terwijl globalisering totnogtoe betekende dat we met z'n allen de economische groei omhoog stuwden, halen we die groei door de crash op de financiële markten nu met zijn allen omlaag. Als exporteconomie wordt België nog meer getroffen dan andere landen, zeker omdat onze concurrentiepositie al verslechterd was. Het herstel zal dus zeker niet van België uitgaan. 'De uitdaging zal erin bestaan om de herstelmaatregelen op het internationale vlak te coördineren. Maar daar loopt het fout. De Europese Commissie stelde voor om 200 miljard euro in de economie te pompen. De grootste economie, Duitsland, gelooft er niet in en wil het geld voor zichzelf houden. De coördinatie op het Europese vlak is dus zoek. En ook in Amerika lijkt het herstelbeleid vooral op de eigen markt en op de eigen banen te zijn afgestemd.' Heeft het dan geen zin voor België om een eigen plan te lanceren? 'Toch wel', zegt De Vos. 'En dat is er ook. Maar dan binnen de federale structuur waar de verschillende niveaus elkaar voor de voeten lopen. Vlaanderen kondigt herstelmaatregelen aan, en dat doet Wallonië ook. Maar als je nagaat wat de maatregelen precies inhouden en welke de voorwaarden zijn om ze uit te voeren, blijkt het vaak te gaan om herverpakte, bestaande maatregelen, en helemaal niet om een herstelbeleid. 'Daarbij komt dat er weinig geld voorhanden is voor zulk beleid. Het herstelbeleid is voor een stuk dan ook niet meer dan psychologie, waarbij de regering tussenkomt als een soort van laatste redmiddel, want alle andere actoren die kunnen leiden tot economische groei liggen plat of durven niets meer te doen, omdat ze angst hebben dat de crisis nog zal verdiepen. De overheid probeert die angst weg te nemen en de negatieve trend om te buigen. Dat is de logica van de keynesiaanse politiek. Ook al gaat het vooral om psychologie, het effect kan zorgen voor een ommekeer. 'Uiteraard moet het daarbij gaan om tijdelijke ingrepen. Het IMF (Internationaal Muntfonds) merkte al op dat dit bij ons niet zo is. Twee derde van onze maatregelen zijn permanent (zoals de verhogingen van de werkloosheidsuitkeringen en de vermindering van de sociale bijdragen die voorliggen in het centraal akkoord). Daarmee hypothekeert ons land zijn begrotingen voor de volgende generaties, en dat terwijl de filosofie van het herstel er één is van een tijdelijke hypotheek die strikt noodzakelijk is. De nieuwe regering zal er dus over moeten waken dat de overheid zich tijdig terugtrekt. Zo niet zal het herstelbeleid, na de dip van de crisis, verder herstel afremmen.' 'België heeft op dat vlak al heel wat tijd verloren. Kennelijk is ons land niet in staat om zichzelf te hervormen, en dat was ook al zo onder Paars. De grote verwezenlijking was het Generatiepact, met als doel de activiteitsgraad van oudere werknemers op te trekken tot 50 procent. Maar die is blijven steken op 35 procent, en dat is dramatisch. Als je weet dat het aantal werkenden die de zieken en de gepensioneerden financieren tussen 1990 en 2050 gehalveerd wordt (van 1 op 4 naar 1 op 2), betekent dit dat ook het vermogen om de pensioenen en de sociale zekerheid te financieren, met de helft zal terugvallen. 'De nieuwe regering moet dus dringend ingrijpen. Het Generatiepact, dat totnogtoe hooguit voor een psychologische doorbraak heeft gezorgd, moet nu effectief worden uitgevoerd en een onderdeel worden van een bredere aanpak. Tegelijk moet de overheid een cultuuromslag realiseren en korte metten maken met het brugpensioen dat we in vroegere crisissituaties massaal hebben gebruikt, toen er zich structurele ontslagen aandienden. We dachten toen dat brugpensioen de oplossing zou bieden, omdat oudere werknemers vroeger opstapten en plaats maakten voor de jongeren. Maar dat was nonsens, vanuit het perspectief van de hele arbeidsmarkt. Het is immers niet zo dat een economie een vaste hoeveelheid arbeid telt, die je herverdeelt onder de werkenden. Integendeel, de hoeveelheid arbeid staat in functie van de economische groei. Hoe meer mensen er werken, des te hoger de economische groei en dus hoe groter het aantal banen. De fout van dertig jaar geleden mogen we niet opnieuw maken. 'Bovendien moeten we dringend werk maken van een koppeling van de wettelijke pensioenleeftijd aan de stijgende levensverwachting. Meer dan de helft van de dertig OESO-landen heeft dat al gedaan, België deed dat nog niet. 'Tot slot moet België ook maatregelen treffen op het vlak van aanvullende pensioenen, want precies zoals bij de wettelijke pensioenen hebben we ook daar een grote achterstand opgelopen. We moeten dan ook collectief en structureel investeren in pensioenfondsen, ook al is de beurs gecrasht en is de waarde van de fondsen zwaar teruggevallen. Er is geen alternatief, en bovendien is de kans dat de beurs nog verder zakt, vrijwel nihil. De waarde van de aandelen zal veeleer stijgen.' 'Recessie betekent een crisis op de arbeidsmarkt. Er zullen minder banen gecreëerd worden, en er zullen er nog heel wat sneuvelen. Hoe kan de federale regering zich tegen de toenemende werkloosheid wapenen? In het centraal akkoord zijn dure beloftes gedaan voor grotere inkomensgaranties en hogere uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid. Voor de bedrijven zijn er afspraken geformuleerd over lastenverlagingen, wat betekent dat er minder geld gaat naar de sociale zekerheid. Veel marge rest er dus niet. Het federale niveau zal moeten focussen op maatregelen die geen geld kosten of die zichzelf financieren. 'Het belangrijkste advies dat we hier geven, is dat dit het uitgelezen moment is om de structurele gebreken van de Belgische arbeidsmarkt eindelijk aan te pakken. De Belgische arbeidsmarkt zit immers muurvast. Ze moet soepeler worden maar tegelijk de zekerheid bieden aan het individu om snel een nieuwe baan te vinden. 'Flexizekerheid', een model dat Europa bepleit, komt daaraan tegemoet door te zorgen voor meer circulatie op de arbeidsmarkt, en op termijn voor betere arbeidsmarktprestaties.' 'De kredietcrisis leidde tot de grote terugkeer van de overheid, maar een nieuwe plaats voor de overheid betekent ook dat de kwaliteit van haar diensten moet verbeteren. Nu presteert de overheid in België slecht. Nochtans telt België een van de grootste en duurste overheidsapparaten. Per hoofd van de bevolking hebben we het grootste aantal ambtenaren van de hele OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), en dat aantal blijft toenemen. Maar niet meer voor lang: in de komende jaren gaat ongeveer 40 procent van het federale ambtenarenkorps met pensioen. 'Voor de regering is die generatiewissel een opportuniteit om een hervorming door te duwen. Voormalig minister van Ambtenarenzaken Inge Vervotte (CD&V) had daartoe een degelijk plan opgesteld dat we een goede start vinden (waarbij ongeveer 90 procent van de hoogste niveaus A en B bij pensionering vervangen worden, en 40 procent van de lagere niveaus C en D). 'Na de hervorming, als ze geslaagd is, kan de federale overheid een voorbeeldrol spelen, bijvoorbeeld voor de gezondheidszorg. Een sector die de komende jaren goed zal zijn voor de grootste budgettaire stijging in ons land.' 'Of het nu is om de koopkracht te verhogen, of om de economie opnieuw aan te zwengelen, iedereen kijkt naar de overheid. Maar een herstelplan dat op termijn een nog groter gat slaat in de begroting, kan ons land missen als de pest. Meer dan ooit moet de regering daarom besparende maatregelen vooropstellen. België kan zich in de komende jaren immers geen aanslepende begrotingstekorten veroorloven. In het licht van de vergrijzing moeten we veeleer overschotten boeken. Uit cijfers van de vergrijzingscommissie blijkt dat elke werkende Belg minimaal 3700 euro zal moeten inleveren (in de vorm van minderuitgaven door de overheid) als we van een structureel tekort naar een structureel overschot willen overgaan. En dat is het absolute minimum, want aangezien we nu al achterlopen op de doelstellingen, zal de kostprijs ongetwijfeld hoger liggen. 'We zullen dus de broeksriem moeten aanhalen, zodra het herstel enigszins is ingezet. Nu al is de schuldgraad voor België gestegen van 80 naar 88 procent van het bruto binnenlands product. En daardoor wordt de vergrijzing almaar moeilijker te betalen. De staatsschuld moet drastisch worden afgebouwd, zodat het geld dat vrijkomt uit een vermindering van de rentelasten gebruikt kan worden om de pensioenen en de sociale zekerheid te financieren. We pleiten er dan ook voor om de discipline van het begrotingsevenwicht in ere te herstellen via een concrete en transparante maatstaf. Nu een deficitair beleid voeren zou immers een generatiemoord inhouden. Het zou de pensioenen voor de volgende generaties onbetaalbaar maken.' 'Strikt genomen is dat geen taak voor de Belgische regering. De sector zal zichzelf herstructureren en wel op het internationale niveau. In België zal de staat zich uit het bankwezen moeten terugtrekken, want het is niet aan de overheid om op lange termijn bankier te spelen. De overheid heeft ingegrepen in een crisissituatie en heeft de nodige maatregelen getroffen. Maar zodra de crisis achter de rug is, moet de staat de vruchten plukken van zijn investeringen en zich terugtrekken. Dat kan pas wanneer de financiële storm is gaan liggen, en dat zal wellicht niet gebeuren voor 2011. 'Bovendien moeten eerst de kapitaal- en bonusstructuren worden aangepast. Er moet een nieuwe regelgeving komen, maar dan eerst op het internationale vlak. Op termijn moet er ook een Europese toezichthouder worden opgericht. Want hoewel banken opereren op het internatio-nale vlak, zijn de controle-instanties nog steeds nationaal. Met de toezichthouder op het niveau van de Benelux zou ons land, samen met Nederland en Luxemburg een pioniersrol kunnen spelen. Maar eerst moet het zijn kapitaal veilig stellen, en zich terugtrekken uit de banken.' MARC DE VOS, IVAN VAN DE CLOOT, NIEUWJAARSMEMO AAN PREMIER VAN ROMPUY EN AAN DE REGERING VAN ROMPUY I: BELEIDSPRIORITEITEN 2009-2011, ITINERA INSTITUTE (ONAFHANKELIJKE DENKTANK VOOR DUURZAME ECONOMISCHE GROEI EN SOCIALE BESCHERMING) 2009. WWW.itinerainstitute.org DOOR INGRID VAN DAELE