Zangers en muzikanten verenigden zich vier jaar geleden in de VZW Zamu. Hun nood- kreten werden nog nauwelijks beantwoord.
...

Zangers en muzikanten verenigden zich vier jaar geleden in de VZW Zamu. Hun nood- kreten werden nog nauwelijks beantwoord.Artiesten leggen hun ei in bijzondere werkomstandigheden. Een onregelmatig inkomen, contracten van korte duur, inkomsten van diverse aard, verschillende opdrachtgevers en tussenpersonen, onvoorspelbaarheid van succes, enzovoort. Er zit inderdaad meer achter een liedje dan men denkt. Maar de wetgever beschermt artiesten in de uitoefening van hun beroep nauwelijks. Het werd Johan Verminnen, Vlaams troubadour en directeur van de gelijknamige BVBA, te veel. In 1992 richtte hij samen met een aantal collega-muzikanten de VZW Zamu op. Na vier jaar ziet hij amper verbetering in de situatie. Verminnen : ??We stelden als doel op te komen voor de belangen van zangers en muzikanten uit de lichte muziek ten overstaan van de overheid, de muziekindustrie en de auteursrechtenvereniging Sabam. Daarvoor moest in de eerste plaats een forum gecreëerd worden voor de artiesten, waarop zij hun individuele grieven kwijt konden. Dat was en is geen evidentie, gezien de individuele ingesteldheid van de artiest. Onderling praten over elkaars platencontracten, bijvoorbeeld, was lange tijd ondenkbaar. Nu ontstond er tenminste een grotere openheid. Hoewel we amper 260 leden tellen, wat in verhouding tot het totale aantal Vlaamse zangers en muzikanten vrij weinig is, worden we aanvaard als spreekbuis van de sector van de lichte muziek.? SOCIAAL STATUUTTen opzichte van de muziekindustrie en Sabam leidde dit tot gunstige resultaten. Alleen de overheid laat het voorlopig afweten. Al meer dan een kwarteeuw heerst grote onduidelijkheid over het sociaal statuut van de onafhankelijk werkende podiumartiesten. Sedert 1969 vallen zij per Koninklijk Besluit onder het toepassingsgebied van de sociale zekerheid voor werknemers. Een inschrijving als zelfstandige is voor een artiest sinds 1987 verboden. ?Dit impliceert dat elke occasionele organisator als werkgever optreedt,? legt Verminnen uit. ?Het is inmiddels bekend dat dit besluit onuitvoerbaar is, niet alleen omwille van de administratieve rompslomp, de onwil of onwetendheid van organisatoren, maar ook omdat de toekenningsvoorwaarden voor sommige uitkeringen niet aangepast zijn aan de onregelmatige artiestencarrières. De problematiek werd herhaaldelijk bestudeerd binnen ministeriële werkgroepen, wat resulteerde in verschillende wetsvoorstellen. Zamu werd in het parlement gehoord. We sleutelden vorig jaar samen met de ABVV aan een wetsvoorstel van de SP-volksvertegenwoordigers Danny Vandenbossche en Ghislain Vermassen. Maar het voorstel bleef politiek in de kast zitten. De verschillende partijen steken blijkbaar liever de pluimen op eigen hoed, terwijl hier alleen het algemeen belang zou moeten tellen. Zowel de artiesten als de overheid hebben baat bij een uitvoerbaar sociaal statuut. Niet alleen werkt de huidige situatie zwartwerk in de hand, ook economisch is het belangrijk dat er sociale en fiscale duidelijkheid komt. Niemand kan ontkennen dat de sector lichte muziek veel werkgelegenheid verschaft in haar toeleveringsbedrijven : studio's, geluids- en lichttechnici, zaaluitbaters en zo meer.? Zamu wenst slechts een kleine aanvulling van het bestaande statuut naar Nederlands model. Verminnen : ?Enerzijds willen we een vereenvoudiging van de formaliteiten voor de werkgever-organisator. Dat kan, bijvoorbeeld, door het inschakelen van een soort interimbureau dat de artiesten uitbesteedt. Anderzijds pleiten we voor de invoering van de mogelijkheid tot zelfstandigheidsverklaring, waarbij de artiesten op zelfstandige basis hun sociale verplichtingen nakomen.? EEN KWESTIE VAN BESTAANSZEKERHEIDJohan Verminnen : ?Ondertussen blijven we niet stilzitten. We organiseren tweemaandelijks info-avonden waarop de meest uiteenlopende thema's aan bod komen. Voorts verlenen we onze leden individueel fiscaal en juridisch advies. Het belang hiervan kan niet onderschat worden. De Zamufoon gloeit van noodkreten van artiesten die het niet meer zien zitten. Vele officiële diensten kunnen geen sluitend antwoord geven op vragen van freelance-musici. Die kunnen ook voor algemeen advies bij ons terecht. Er komen veel vragen binnen van beginnende artiesten die niet weten hoe ze hun demo aan de man kunnen brengen, niet wegwijs geraken in de wirwar van platenfirma's en producers of een geschikte manager zoeken. Tenslotte ontwikkelen we projecten ter promotie van de lichte muziek, zoals de Zamu-showcases waarop jonge artiesten zich kunnen bewijzen tegenover een publiek van journalisten, managers en platenbonzen. Jaarlijks reiken we de Zamu-Awards uit aan de meest verdienstelijke figuren en organisaties uit de Vlaamse muziekwereld. Het is ook niet toevallig dat ons kantoor binnenkort verhuist naar de nieuwe Ancienne Belgique (AB). Directeur Jari Demeulemeester, die in zijn nieuwe tempel net zoals wij de mogelijkheid wil bieden aan Vlaams talent om hun ding te doen, geeft ons hiermee een duw in de rug.? Verminnen vraagt zich soms af waar de lichte muziek zou staan, mocht Zamu deze verantwoordelijkheden niet op zich nemen. Want : ?Er ontbreekt een duidelijk cultureel beleid met visie om het lichte lied bestaanszekerheid te geven. Onze sector wordt verondersteld zelfbedruipend te zijn. Dit in tegenstelling met theater en ernstige muziek, die wel op subsidiëring en steun kunnen rekenen. Ook Zamu, die in 1993 nog deel uitmaakte van het gilde van de Vlaamse ambassadeurs, riskeerde dit jaar zijn schamele subsidie van zeshonderdduizend frank te verliezen. Slechts een late ingreep van minister van Cultuur Luc Martens (CVP) zelf verhinderde een drooglegging. En dan te zeggen dat ons kantoor draait op de krachten van één halftime job en veel vrijwilligerswerk.? Karel Degraeve Johan Verminnen : bestaanszekerheid voor het lichte lied.