Alle drop-outs van de beatgeneration zijn er gepasseerd. Sommigen zijn er op hun stoel blijven zitten. In dit Brusselse café had de dichter en anarchist Herman J. Claeys zijn hoofdkwartier. Times they are changing, maar de beroete sfeer in De Dolle Mol, Spoormakerstraat 52, is gebleven. De jongste jaren werd een kamertje vrijgehouden voor kunst. Nu zijn er dat meerdere, over twee verdiepingen. De barmeid presenteert (tot 31 juli) Mandrake, Manhole, Bunke...

Alle drop-outs van de beatgeneration zijn er gepasseerd. Sommigen zijn er op hun stoel blijven zitten. In dit Brusselse café had de dichter en anarchist Herman J. Claeys zijn hoofdkwartier. Times they are changing, maar de beroete sfeer in De Dolle Mol, Spoormakerstraat 52, is gebleven. De jongste jaren werd een kamertje vrijgehouden voor kunst. Nu zijn er dat meerdere, over twee verdiepingen. De barmeid presenteert (tot 31 juli) Mandrake, Manhole, Bunker, Trou, de eerste tentoonstelling van Els Dietvorst solo sinds haar laatste duet met Veronika Pot - die memorabele Soirée de Joie voor niet-professionele artiesten (Gent) en de met de blote handen gebouwde lemen toren in het Etablissement d'en Face (Brussel) in december 1997. Het leven in de stad heeft haar instinct voor de oerkrachten in de natuur, haar voorliefde voor het uitbeelden van sterke groeivormen, niet geblust. De rietpentekeningen op de muren slaan in als een visioen, zo onheilspellend als de Mene Tekel-profetie uit het Oude Testament. Maar Dietvorsts beelden overbruggen een nog verder verleden, als verschijnen ze intact na eeuwenlang diep onder de grond te zijn bewaard. Voor haar wijzen ze ook naar de toekomst, weg van de verderfelijke stad, terug naar de oorsprong van het leven en de quasi organische ontwikkeling van de eerste rurale maatschappij. Die bestaat in niet geheel uit de kluiten gewassen, gezichtsloze silhouetten in lange capes, doende met het planten van een vrucht, het opgraven van een gesteente, zo kostbaar als goud. Alles wat leeft, is geworteld in de aarde en verdraagt het teken van de mandragora, de plant waarvan de wortel in oude tijden magische kracht heette te bezitten. Gegeven de fysieke verwevenheid van de aarde, de bomen en de mensen, leidt alles eenzelfde oersimpel bestaan. Maar de mens is onderworpen aan collectieve arbeid. Individuen bestaan niet. Dit kan niet anders dan als een doem ervaren worden, maar Dietvorst leidt haar "communistische" samenleving naar een situatie van "hoop". Het beeldverhaal begint in het café - waar de klant zijn portret als eenzame stadsdrommel op het plafond getekend ziet - en het ontrolt zich in het gebouw als een Chinese perkamentschildering. Dietvorst wist de wat gekunstelde voorbereidende tekeningen op te tillen tot een verbluffend authentieke totaalschildering. Ze gebruikte een mengsel van zwarte waterverf en granaatrode pigmentverf. Trekkend aan de rietpen hield ze de verf binnen de banen. Wat uitdrupte, werd een rivier in het landschap... Het zwart trok in de muren, het rood krijgt het aspect van geronnen bloed.Jan Braet