Het gebeurt niet vaak dat iemand die sinds 1995 in een regering verantwoordelijk is voor ontwikkelingssamenwerking, dit "een eufemisme voor neokolonialisme en profijt" noemt. En dat dezelfde man, die voordien Artsen zonder Grenzen leidde, "na vijftien jaar humanitaire ervaring op het terrein moet vaststellen dat men al die humanitaire acties niet opzet omdat men de ander liefheeft, maar omdat men ervan houdt zich met de ander bezig te houden".
...

Het gebeurt niet vaak dat iemand die sinds 1995 in een regering verantwoordelijk is voor ontwikkelingssamenwerking, dit "een eufemisme voor neokolonialisme en profijt" noemt. En dat dezelfde man, die voordien Artsen zonder Grenzen leidde, "na vijftien jaar humanitaire ervaring op het terrein moet vaststellen dat men al die humanitaire acties niet opzet omdat men de ander liefheeft, maar omdat men ervan houdt zich met de ander bezig te houden". Dit schrijft nochtans staatssecretaris voor Internationale Samenwerking Reginald Moreels (CVP) in zijn nieuwste boek "De mens: een remedie voor de mens". Het verschijnt deze week bij Lannoo en haalde zijn titel bij de Peuhl, een rondtrekkend herdersvolk in West-Afrika. De volledige titel luidt: "Ontwikkeling ont-cijferd: een politiek manifest voor menswaardigheid en interculturele dialoog". Van Moreels kan zeker niet gezegd worden dat hij niet zoekt en dat zijn queeste eenvoudig is. Hij geraakt niet zomaar los van de joods-christelijke en Verlichte beschavingsdrift, die missionarissen, artsen en ingenieurs sinds het begin van de kolonisatie kenmerkt. En de marxistisch-leninistische modellen brachten in de derde wereld even weinig soelaas als "de dominantie van de ideologie van het wilde liberalisme". Want als Moreels zich tegen één doctrine verzet, dan wel tegen die: "Men doet alsof de neoliberale regels die men oplegt automatisch leiden tot verbetering van de levensstandaard van de hele bevolking. Nu al weten we dat de dominantie van de neoliberale economie integendeel tot dualisering en sociaal onrecht leidt. Zo erg zelfs dat men in sommige gevallen kan spreken van schending van de mensenrechten." Spijts alle ellende, waarin hij beroepshalve ploetert, weigert Moreels te geloven dat "de mens een wolf is voor zijn medemens" ( Thomas Hobbes) - wat trouwens een onterecht verwijt is aan de wolven -; dat de mens "steeds uit is op berekening van eigen baten en kosten" ( Adam Smith); dat ook de derde wereld zo snel mogelijk moet herschapen worden "naar het beeld van het Amerikaanse kapitalisme dat model staat voor ontwikkeling" ( Walter Rostow); en dat cultuur "geroepen is om andere culturen te bevechten" ( Samuel Huntington). De staatssecretaris staat zeker niet alleen met zijn kritiek. Moreels, in december vorig jaar 49 geworden, komt wel vrij laat tot deze "reflectie met een zweem van revolte".DIALOGEREN IS MEER DAN PRATENHet boek van Moreels resulteert uit de gesprekken die hij en enkele van zijn getrouwen in juli 1998 in de cisterciënzerabdij van Orval voerden met negen Afrikaanse historici, economen, psychologen en antropologen. De bij ons meest bekende zijn de Kameroense professor Jean-Marc Ela en de Congolese professor Ernest Wamba dia Wamba, die kort na de Orvalgesprekken in augustus vorig jaar de leiding nam van het Rassemblement Congolais pour la Démocratie, de rebellie tegen de Congolese machthebber Laurent-Désiré Kabila. In Moreels politiek manifest duiken uiteraard heel wat rooms-katholieke reminiscenties op. Zo heet het dat "in het christendom armoede en onthechting deugden zijn", dat "we niet leven van brood alleen" en dat "religies en ethische levensbeschouwingen zeer goede wegwijzers zijn". Ook de vrijzinnigen die aan de gesprekken deelnamen, pleiten voor "een nieuwe humane spiritualiteit (...) die verder gaat dan de dominante ratio en de dogmatische religie". Met zijn allen bepleiten zij de erkenning van de evenwaardigheid - in complementariteit - van culturen, zelfs indien "elk land, elke groep, elke persoon (in het Zuiden) een combinatie moet maken van moderniteit en traditie". Het zou al "een historisch moment zijn, als het Noorden de waarde en de meerwaarde van de andere continenten zou zien". Zoals Ernest Wamba dia Wamba laat opmerken, werd "sinds vijfhonderd jaar een groot deel van Afrika genegeerd in de uitwerking van de universele waarheden". Hoewel de zwarten de ontwikkeling van Europa en Amerika met hun leven en hun grondstoffen betaalden, zoals Jean-Marc Ela vorige zondag nog op Radio-3 in herinnering bracht. Moreels' boek zoekt ook naar een nieuwe definitie van ontwikkeling, een begrip waarvoor veel talen geen geëigend woord hebben. "Wat Afrikanen - én Aziaten én inheemse volken in Latijns-Amerika - nodig hebben, is een minimum social commun", zoals de econoom Albert Tévoédjré, minister van het Plan in Bénin en voordien werkzaam voor de Internationale Arbeidsorganisatie in Genève, het noemt. Daarmee bedoelt hij "de mogelijkheid om het leven (zoals zij dat zien) te leven". Dit is een minder radicale stelling dan die van Ela. Die wil vooral de basis, de boerengemeenschappen en de verenigingen in de volkswijken opnieuw een stem geven in het politiek debat. Alle deelnemers aan de Orvalgesprekken zijn het erover eens dat Afrika, mits het de staatsgrenzen behoudt, de natiestaat moet heruitvinden door onder andere te decentraliseren; dit "betekent teruggaan naar de bronnen van onze cultuur", aldus Joseph Ki-Zerbo. Als historicus leidt hij het Centre d'Etude pour le Développement Africain in Ouagadougou (Burkina Faso). Voordien werkte hij bij de Verenigde Naties. Er wordt wel op gewezen dat "particularisme en universalisme tegen elkaar uitspelen onjuist" is. Het boek is trouwens een groot pleidooi voor een diepgaande interculturele dialoog. "Ik denk", concludeert Moreels, "dat wij blanken vanuit het Noorden (...) dringend vragen moeten stellen bij de verdere evolutie. Dit stelt ons voor de eerste keer in de geschiedenis in staat om onze vrienden in het Zuiden te zeggen: wij staan op voet van gelijkheid met jullie. Wij zijn in een bepaalde betekenis onderontwikkeld omdat wij een probleem hebben met zingeving. Wij hebben een economisch model, maar wij weten niet meer wat de zin daarvan is. Wij produceren werkloosheid en armoede. Wij zijn bezig met de convergentiecriteria van Maastricht en ondertussen boert de gezondheidszorg achteruit..." De stellingen die de staatssecretaris tot slot poneert, sluiten zowel aan bij de Orvalgesprekken als bij de kaderwet ter hervorming van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, die de regering eind vorige maand goedkeurde en het parlement volgende week ter goedkeuring voorgelegd krijgt.Frank De Moor