Jef Braekevelt, al veertien jaar lang sportdirecteur bij Lotto, weet dat zo'n campagne moeilijk te evenaren is. De 58-jarige West-Vlaming is een man van de oude aanpak. Hij sluit zich niet voor nieuwe technologische en wetenschappelijke bevindingen af, maar vindt dat de essentie van het vak niet veranderd is. 'Koersen is hard werken en je verzorgen', zegt hij. Braekevelt drukte de afgelopen jaren haast onopvallend zijn stempel op de Lottoploeg. Zo haalde hij destijds Andrei Tchmil binnen en gaf hij anderhalf jaar geleden Serge Baguet de kans om weer prof te worden. Baguet, die drie jaar lang de fiets op stal had gezet en ooit als een grote belofte werd beschouwd, groeide dit jaar tot een van de scharnieren van de ploeg uit en drijft nog altijd op een uitstekende conditie. Jef Braekevelt verwacht hem zondag dan ook vooraan tijdens het wereldkampioenschap op het golvende parcours van Lissabon.
...

Jef Braekevelt, al veertien jaar lang sportdirecteur bij Lotto, weet dat zo'n campagne moeilijk te evenaren is. De 58-jarige West-Vlaming is een man van de oude aanpak. Hij sluit zich niet voor nieuwe technologische en wetenschappelijke bevindingen af, maar vindt dat de essentie van het vak niet veranderd is. 'Koersen is hard werken en je verzorgen', zegt hij. Braekevelt drukte de afgelopen jaren haast onopvallend zijn stempel op de Lottoploeg. Zo haalde hij destijds Andrei Tchmil binnen en gaf hij anderhalf jaar geleden Serge Baguet de kans om weer prof te worden. Baguet, die drie jaar lang de fiets op stal had gezet en ooit als een grote belofte werd beschouwd, groeide dit jaar tot een van de scharnieren van de ploeg uit en drijft nog altijd op een uitstekende conditie. Jef Braekevelt verwacht hem zondag dan ook vooraan tijdens het wereldkampioenschap op het golvende parcours van Lissabon.Jef Braekevelt: Toen we voor het seizoen naar Toscane op stage gingen, wist ik echt niet wat ik zag. De renners waren zo eerzuchtig, zo gedreven en er werd zo hard en intens getraind dat ik dacht: 'Wat zullen we nu meemaken?' Dat had gedeeltelijk met de uitbreiding van de ploeg te maken. Er waren meer renners en dat betekent dat ze meer moeten doen om in de selectie te geraken. Vorig jaar was er vrijwel geen concurrentie omdat er maar zeventien renners waren en iedereen zeker was van zijn plaats. Vooral de komst van de Domoploeg is voor velen ook een grote motivatie geweest. Domo kreeg zoveel publiciteit, het was alsof Lotto plots niet meer bestond. En er zijn ook een paar ongelukkige uitspraken gedaan, de indruk werd gewekt dat iemand die bij Lotto reed geen ambitie meer had. Onze renners voelden zich daardoor op hun tenen getrapt. Ze hebben gezworen te laten zien dat ze nog bestonden. Braekevelt: Nico Eeckhout haalde het in de Ster van Bessèges, Fabien Dewaele won de eerste rit in Parijs-Nice en Rik Verbrugghe schreef het Internationaal Wegcriterium op zijn naam. Toen Rik Verbrugghe vervolgens ook de Waalse Pijl won, wisten we dat ze ons voor de Tour zouden selecteren. Dat zorgde voor een enorme rust in de ploeg. En die rust is de basis geweest voor de verdere prestaties. Zoals het feit dat Rik Verbrugghe de proloog in de Ronde van Italië won en die roze trui vier dagen verdedigde, en de sterke Ronde van Frankrijk die we reden. Braekevelt: Eigenlijk is die sfeer vorig jaar al veranderd. Dat komt door de manier waarop Andrei Tchmil zich nu opstelt. Vroeger was hij met zichzelf bezig, hij had het egocentrisme dat een kopman nu eenmaal kenmerkt. Maar vorig seizoen begon hij zich plots veel meer met de andere renners bezig te houden: hij gaf hen tips, luisterde naar hen en ontpopte zich tot een soort raadgever. Die gedaanteverwisseling had te maken met het verdwijnen van Jean-Luc Vandenbroucke als sportdirecteur. Tussen hem en Tchmil boterde het absoluut niet. Andrei Tchmil wil altijd presteren en zet zichzelf enorm onder druk, maar met kleine dingen kun je hem gemakkelijk uit zijn humeur brengen. En als Tchmil Vandenbroucke iets vroeg, kreeg hij dat nooit. Zo wilde Tchmil, die in Italië woont, dat de ploeg hem een auto gaf als hij in het voorjaar naar hier kwam en dan een viertal weken in een hotel zat. Maar hij stuitte op het veto van Vandenbroucke. Die zei: 'Je bent rijk genoeg, je moet zelf maar een auto huren.' Dat zorgde voor wrijvingen. Toen Vandenbroucke vertrok, voelde Tchmil zich echt bevrijd. Braekevelt: Inderdaad. Dat heeft te maken met de naweeën van het wereldkampioenschap van vorig jaar in het Franse Plouay. Tchmil kende de omloop als geen ander, hij had daar vroeger vaak gereden en goed gepresteerd, maandenlang leefde hij naar die koers toe. En dan wordt hij op minder dan honderd meter van de streep gepakt. Daardoor kreeg hij een klap die hij niet meer te boven is gekomen. Terwijl Tchmil mentaal echt wel kan incasseren. Denk maar aan hoe hij vroeger in Rusland in trainingskampen met een Spartaans regime is opgeleid. Dat karakter, die zelfdiscipline heeft Tchmil altijd behouden. Ook toen hij naar het Westen kwam. Hij wist dat hij een paar jaar lang veel geld zou verdienen als hij zich maar verzorgde. Hij bezweek niet voor de verlokkingen van onze maatschappij. Dat kun je van sommige andere renners uit Oost-Europa niet zeggen. Neem nu Dimitri Konisjev, dat is een raspaard zoals ik er nog maar weinig zag. Alleen heeft hij geen greintje zelfdiscipline. Maar Tchmil is één brok karakter. Daarom heb ik hem destijds ook overgehaald om naar Lotto te komen. Braekevelt: Ik ken hem al van toen hij bij de amateurs fietste. Hij barstte toen al van het talent. Alleen behaalde hij zijn overwinningen bij de jongeren te gemakkelijk, hij hoefde nooit tot het uiterste te gaan. Toen hij naar de profs overstapte, veranderde dat natuurlijk. Maar hij kon niet meer afzien. Soms liet hij iets zien, maar de bevestiging daarvan bleef altijd uit. Hij klaagde ook altijd ergens over: hij had pijn aan zijn knie, of aan zijn achillespees, of hij zou ziek worden. Nu hoor je dat soort dingen nooit meer, omdat hij het verschil kent tussen koersen en werken. Vroeger deed hij er absoluut niets voor. Hij genoot van het leven en was niet in staat zijn grenzen te verleggen. Dan kom je natuurlijk niet aan de bak. Daarom is hij als dakwerker drie jaar lang in regen en wind gaan werken. Maar dat moet hem toch ook niet zijn bevallen. Twee jaar geleden hoorde ik dat hij weer wilde koersen. Op de cyclocross van Ruddervoorde vroeg Mario De Clercq of Baguet me nog niet had gebeld. Blijkbaar had die alle ploegen al afgelopen om een contract te krijgen, maar wilde niemand hem. Mij durfde hij kennelijk niet te bellen. Ik zei tegen Mario: 'Zeg hem dat ik echt niet bijt als hij mij belt.' Het heeft dan nog een volle week geduurd voor hij contact opnam. Hij ging akkoord om met het minimumcontract bij ons te komen. Braekevelt: Dat was een heel indringend moment. Ik dacht aan de persconferentie voor het begin van het seizoen. Toen ik zei dat Baguet tot de absolute revelatie zou uitgroeien, werd er schamper gelachen. Nu lachen ze niet meer. Volgend jaar zie ik Baguet trouwens een van de absolute toppers worden. Braekevelt: Verbrugghe zal nog sterker worden. Wat niet betekent dat hij beter zal presteren dan dit jaar. Maar in principe moet Verbrugghe iedere kleine rittenkoers kunnen winnen. Hij kan tijdrijden en klimmen, hij is echt heel polyvalent. En over een paar jaar kan hij in de Ronde van Frankrijk voor het klassement rijden. Een plaats in de eerste tien moet voor hem mogelijk zijn. Braekevelt: Van De Wouwer heeft natuurlijk veel tegenslag gehad. Maar we moeten realistisch zijn: hoger dan tussen de tiende en de vijftiende plaats kan hij nooit eindigen. Daarvoor is hij te beperkt in het tijdrijden. Hetzelfde geldt voor Mario Aerts. Met dat verschil dat Aerts niet weet wat hij kan, hij is nog nooit tot aan het einde van zijn krachten gegaan. Ik vergelijk hem een beetje met de Serge Baguet van vroeger: hij voelt heel snel pijn. En hij is mentaal niet sterk genoeg. Braekevelt: Wij moesten iets doen omdat Andrei Tchmil eind volgend jaar stopt. Van Petegem kan de rol overnemen die hij in de Vlaamse klassiekers speelde. Bovendien heeft Peter al bij ons gereden. Hij heeft nog steeds niet het maximum uit zijn carrière gehaald. Dat is geen kwestie van training, maar van gedrevenheid. Van Petegem kan zich niet voor iedere koers mentaal opladen. Maar hij zal wel aarden in onze ploeg. We vragen ons immers altijd af of een renner wel in onze ploeg past. Wat dat betreft, hebben we dikwijls een gelukkige hand. Neem nu Stive Vermaut. Vorig jaar zag ik hem in de Dauphiné in dienst van Lance Armstrong rijden, kilometers en kilometers op kop in de bergritten. En voor ons is het heel belangrijk dat we ook renners nemen die een beetje kunnen klimmen, uiteindelijk werken we een internationaal programma af. Maar het kan ook tegenvallen. Zoals met de Nederlander Jeroen Blijlevens. Hij is een topspurter, maar voor ons kon hij niet winnen. Sterker nog, hij plaatst zich zelfs niet meer in de massaspurten. Ik denk dat het vooral in zijn hoofd zit: Blijlevens heeft een overwinning nodig. Spurters zijn op dat vlak heel gevoelig. En hij is ook een beetje het slachtoffer van de gewijzigde verhoudingen in de wielersport. Je kunt het je als ploeg nauwelijks nog veroorloven om de kaart van één man te trekken, zeker niet meer sinds de invoering van die FICP-punten. Dat maakt het er niet gemakkelijker op: je moet de individuele belangen van de renner in het belang van de volledige ploeg onderbrengen. En dat terwijl je als ploeg meer moet presteren dan ooit tevoren. Het plezier is daardoor voor een stuk weg.Braekevelt: Alles staat in het teken van de koers, dat zal nooit veranderen. Ik ben altijd iemand geweest die naar een zekere vorm van vrijheid streefde, die de baan op wilde. Ik zat nog op school toen ik renners zocht voor de wielerploeg van Meulebeke, ik was nog geen achttien toen ik als ploegleider fungeerde, ik moest iemand vinden die met de auto kon rijden zodat ik mijn werk kon doen. In feite wilde ik transporteur worden, maar uiteindelijk belandde ik bij De Post. Dat vond ik prachtig: mijn brievenronde doen en dan naar de koers. Dat heb ik heel lang gedaan. Ook toen ik in Frankrijk met een groep onafhankelijken werkte en later bij Groene Leeuw echt debuteerde. Later heb ik bij verschillende Franse ploegen gewerkt. Ik ben heel erg gecharmeerd door Frankrijk. De Fransen mogen dan chauvinistisch zijn, ik vind hen heel joviaal en open. Ik volg alles wat in Frankrijk gebeurt op de voet. Eigenlijk ben ik een sportliefhebber in hart en nieren. Ik ga bijvoorbeeld ook heel vaak naar het voetbal, maar dan bij voorkeur naar Lille of Lens of naar Racing Waregem dat in bevordering speelt. Die laatste is een volksclub die bij mij past. Veel meer dan SV Waregem, dat nog altijd denkt dat het in eerste klasse speelt. Ik hou niet van mensen die zich boven anderen verheven voelen. Op maandagavond trek ik met mijn vrouw naar de paardenwedrennen van Mons-en-Barroeul om een klein gokje te wagen. Ik ben een gewone man, iemand die liever werkt dan praat. Dat zal wel eigen zijn aan West-Vlamingen, en het helpt me in mijn vak. Ik denk dat ik de juiste omgangsvormen heb met de renners, dat ik aanvoel wanneer ik moet zalven en wanneer ik moet ingrijpen. Zoals tijdens de laatste week van de Tour bijvoorbeeld. Iedereen was zenuwachtig omdat de ritzege uitbleef. Dan komt het er gewoon op aan de sfeer niet verder te verhitten. Braekevelt: Ik denk dat Baguet de eerste Belg wordt. De omloop past goed bij hem. Maar winnen, dat is toch nog wat anders. Mocht Baguet in de finale kunnen meespelen, zou dat de kroon op een formidabel seizoen zijn. En het bewijs dat het er in de wielersport op aankomt dat je traint en je verzorgt. Jacques Sys'Het zou me niet verbazen mocht Baguet volgend jaar een van de absolute toppers worden.'