Vijfhonderd doden. Meer dan honderdvijftigduizend vluchtelingen die, ergens in Kosovo, proberen te overleven. Vijftigduizend mensen, die inmiddels een toevlucht vonden in de buurlanden Albanië en Montenegro. Tientallen dorpen verwoest. De oogsten vernield, in brand gestoken. En straks, in de winter, dreigt de hongersnood. Tenzij de internationale gemeenschap voldoende hulp stuurt.
...

Vijfhonderd doden. Meer dan honderdvijftigduizend vluchtelingen die, ergens in Kosovo, proberen te overleven. Vijftigduizend mensen, die inmiddels een toevlucht vonden in de buurlanden Albanië en Montenegro. Tientallen dorpen verwoest. De oogsten vernield, in brand gestoken. En straks, in de winter, dreigt de hongersnood. Tenzij de internationale gemeenschap voldoende hulp stuurt. Sommige volksalbanezen menen dat alleen uit dergelijke gruwel een onafhankelijke staat geboren wordt. Steeds meer Serviërs vinden dat die éne Servische staat zoveel offers niet waard is. Want aan die kant wordt, behalve in mensen, ook in geld gerekend. Het Amerikaanse ministerie van Financiën liet onlangs aan de Joegoslavische president Slobodan Milosevic weten dat uit haar gegevens blijkt dat Joegoslavië regelrecht op het bankroet afstevent. Een van de oorzaken van de desastreuze economische toestand zijn de militaire uitgaven voor Kosovo. Volgens Washington kost de oorlog aan de Servische republiek veertig miljoen frank per dàg. De ultranationalist Vojislav Seselj - wiens partij samen met de Socialistische Partij van Milosevic de regering vormt - ontkent de Amerikaanse cijfers. Hij beweert dat Kosovo aan Servië twintig miljoen frank per dàg vergt. En voegt daaraan toe dat Kosovo te allen prijze moet verdedigd worden. Met die stelling staat hij niet alleen. Ook de vertegenwoordigers van het Kosovo Bevrijdingsleger ( UCK) denken dat. Ondanks de opeenvolgende overwinningen van de Servische veiligheidstroepen en het Joegoslavische leger, wil het UCK doorvechten tot Kosovo bevrijd is en een Albanese republiek bestaat. Die Republiek Kosovo - dé eis van de Albanese politieke leiders in Kosovo - staat nog niet in de steigers. Maar van het "eengemaakte" Servië, waar het regime van Slobodan Milosevic sinds 1990 zo prat op gaat, blijft ook niet veel over. Voorlopig verliezen zowel Serviërs als volksalbanezen. Straks, hoe het conflict ook afloopt, zal er nog één grote verliezer overblijven: het regime van Slobodan Milosevic. Zelfs een glansrijke overwinning - het UCK weggeveegd en vernietigd - kan de val van het regime alleen maar versnellen. Milosevic is hoe dan ook bezig om op de harde manier te leren dat de schrijver en ultranationalist Dobrica Cosic gelijk had toen hij zei dat Serviërs in vredestijd verliezen wat ze in de oorlog veroveren. BOMBARDEER DE VIJAND AAN TAFELHet klopt dat de Servische soldaten - eenmaal op kruissnelheid - veel efficiënter oorlog voeren dan de slecht getrainde, maar elke dag beter bewapende UCK-vechtjassen. Alleen, daar gaat het, eigenlijk, niet meer om: zelfs Milosevic gelooft niet dat het probleem-Kosovo militair kan worden opgelost. Daarom concentreerde hij zijn troepen op het UCK-bolwerk Junik, een dorp aan de Albanese grens. Als dat ingenomen is, mogen er onderhandelingen komen. De volksalbanezen kunnen dan alleen politieke troeven op tafel leggen, al hun militaire kaarten zijn dan opgebruikt. Het is het oude spel: bombardeer de vijand naar de onderhandelingstafel. De geschiedenis bewijst dat zoiets nog nooit lukte. Bovendien vergist Milosevic zich van vijand. Niet het UCK - dat toch niet wil onderhandelen -, maar de internationale gemeenschap is zijn tegenspeler. De wereld gelooft dat de beste oplossing voor Kosovo uitgerekend die is waar Servië niet van wil weten. Van in het begin weigerde Milosevic die internationale gemeenschap bij de onderhandelingen te betrekken. Koppig en tegen alles in houdt hij vol dat Kosovo een "binnenlands" Servisch probleem is. Dat leverde hem een korte populariteit op in Servië maar gaf de volksalbanezen de steun van de buitenwereld - een wapen met meer trefkracht dan alle op muilezels binnengesmokkelde kalashnikovs bijeen. De buitenwacht keek toe hoe Milosevic zijn troepen het veld instuurde, en toonde zich sceptisch over zijn motieven. Volgens Milosevic is hier sprake van wettige zelfverdediging, van de bescherming van de territoriale eenheid van het land. De wereld liet hem raaskallen, ontwierp ondertussen plannen voor een Navo-interventie en noteerde elke misstap. Het dossier-Kosovo is onderhand dik genoeg om een militair ingrijpen te rechtvaardigen. Servische obstructie bij onderhandelingen kan de Navo het alibi leveren om in te grijpen, met of zonder mandaat van de Veiligheidsraad. Dat moment lijkt nabij. De Verenigde Staten timmerden inmiddels een nieuw Albanees onderhandelingsteam in elkaar. Dat lijkt zwak, aangezien de Albanese leider Ibrahim Rugova er niet in zit en evenmin de afgevaardigden van het UCK. De Amerikaanse gezant Christopher Hill gelooft wel dat de leiders van de verschillende volksalbanese partijen én Adem Demaqi, de woordvoerder van het UCK, mee zullen onderhandelen eens de gesprekken gelanceerd zijn. Maar zeker is dat niet. Een van de zwaargewichten bij de volksalbanese politici, Veton Surroi, ziet de groep onderhandelaars als een "al of niet opzettelijke verkeerde keus". Hij verwacht dan ook geen enkel politiek resultaat. De Serviërs van hun kant zijn in hun nopjes met het (zwakke) team. Ze hopen dat de volksalbanezen nog meer verdeeld raken, wat de Servische onderhandelingspositie enkel zou versterken. Waarbij Belgrado vergeet dat zelfs een krakkemikkig team zwaar doorweegt als het de steun van de Verenigde Staten, Europa én Rusland geniet. Hun eerste eis zal zijn dat Milosevic zijn troepen terugroept. Doet hij dat niet, dan zal Moskou niet langer de Navo van een militaire interventie kunnen afhouden, en krijgt Richard Holbrooke alsnog gelijk. De Amerikaanse onderhandelaar zei van in het begin dat Serviërs "alleen geweld begrijpen". KIEZEN TUSSEN VIJF OPLOSSINGENDe Contactgroep heeft ondertussen haar werk gedaan. De onderhandelaars krijgen vijf pasklare oplossingen voor Kosovo voorgeschoteld, ze moeten er één uitpikken. De vijf modellen zijn gekopieerd van Europese voorbeelden. Het eerste, waarvoor Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië veel voelen, voorziet een Kosovo dat "net geen republiek, maar meer dan een autonome staat" is. Kosovo zou binnen de Joegoslavische federatie dezelfde rechten krijgen als Montenegro en Servië, op één uitzondering na: het kan zich niet onafhankelijk verklaren. Montenegro wijst dit plan af. Kosovo wordt dan immers haar gelijke en de Montenegrijnse leiders vinden niet dat zij gestraft moeten worden voor Servische fouten. De tweede oplossing is de Zuid-Tirol-optie. Deze deal is uitgewerkt in Belgrado en goedgekeurd door Milosevic himself; dat kan bij onderhandelingen altijd helpen. Maar, het betreft een zeer dure oplossing. Het kost de Italiaanse regering jaarlijks 120.000 frank per inwoner van Zuid-Tirol. Servië schuift de kosten voor die oplossing door naar de internationale gemeenschap. Geen van beide partijen accepteert oplossing nummer drie. Hoewel die in, bijvoorbeeld, Finland wél werkt. Daar wonen de leden van de Zweedse minderheid op hun eigen Öland-eiland voor de Finse kust. Rusland wil de vierde oplossing doordrukken. Ze is gebaseerd op de Russische ervaringen in Tsjetsjenië en Tatarstan, en gaat uit van een onafhankelijk Kosovo dat voor buitenlands beleid, defensie en belangrijke economische zaken overleg moet plegen met de Servische regering. Het vijfde model laat zich inspireren door het (beperkte) succes in Mostar. Er komt een drie jaar durende overgangsperiode, dan wordt onderhandeld over een definitieve oplossing. Dit is de favoriete oplossing van Washington, en dus van het door de Verenigde Staten samengestelde Albanese onderhandelingsteam. Alles ligt dus klaar. Waarom wordt er dan niet concreet onderhandeld? Onder meer omdat Servië redenen zoekt om de gesprekken uit te stellen. Zo krijgt Belgrado tijd om Kosovo militair te onderwerpen en alle UCK-soldaten - "terroristen" in de taal van Belgrado - uit de provincie te jagen. Belgrado zal zeker ook protesteren tegen de deelname van UCK-vertegenwoordigers aan de gesprekken. "We onderhandelen niet met terroristen"; het klinkt goed, maar zonder het UCK komt er geen oplossing. Servische protesten tegen de aanwezigheid van Adem Demaqi zullen olie op het vuur gooien: ze lokken gegarandeerd een reactie uit van de UCK-gezanten en van de politieke leiders, die de Albanese leider Ibrahim Rugova niet erkennen. Hier ligt een nieuwe golf van geweld en aanslagen in het verschiet. Een escalatie van het militaire conflict zou Milosevic carte blanche geven om weer gewelddadig in te grijpen, nog meer doden te maken en mensen op de vlucht te jagen. Het effect zou echter hoe dan ook slechts tijdelijk zijn. En gevaarlijk voor Milosevic: zonder Albanese medewerking kan de internationale gemeenschap zich geroepen voelen militair tussenbeide te komen en onderhandelingen te forceren. De Albanese leider Mahmut Bakalli noemt onderhandelingen nu al onmogelijk zolang de wereld de gevechten in Kosovo niet lamlegt. Het Westen onderschreef die uitspraak niet, maar heel veraf kan de gedachte niet zijn. De internationale gemeenschap wil absoluut onderhandelen, en daarvoor wil het desnoods een hoge prijs betalen. Zolang Albanezen en Serviërs geloven dat de overwinning op het slagveld te vinden is, ligt dat even moeilijk. Maar heel veel doden kunnen er volgens het Westen niet meer bij. Branislav Milosevic