Johan Praets speelde bijna tien jaar geleden met Zellik twee keer de finaleronde van de beker voor landskampioenen, de competitie waaruit de Champions League gegroeid is. Sterke persoonlijkheid op het veld, uitgesproken mening ernaast. Op zijn 38e - inmiddels trainer van ereklasser Breendonk-Puurs - is dat nog niet veranderd.
...

Johan Praets speelde bijna tien jaar geleden met Zellik twee keer de finaleronde van de beker voor landskampioenen, de competitie waaruit de Champions League gegroeid is. Sterke persoonlijkheid op het veld, uitgesproken mening ernaast. Op zijn 38e - inmiddels trainer van ereklasser Breendonk-Puurs - is dat nog niet veranderd. JOHAN PRAETS: Neen, het is een logische evolutie. Maaseik heeft de laatste jaren al bewezen dat ze in die Champions League een goed figuur kunnen slaan. En Roeselare heeft vorig seizoen zelfs een Europabeker gewonnen - oké, in de Top Teams-cup, een competitie waaraan geen enkele Italiaanse ploeg deelnam, maar het wil toch iets zeggen. Anderzijds heb je met die twee ploegen ook wel het héle Belgische volleybal bijeen. PRAETS: Topploegen zijn altijd representatief binnen een sport. Ze zijn het richtpunt. Maar daaronder tref je niet altijd rozengeur en maneschijn aan. Het niveau achter die twee zakt enorm, zeker dit jaar. Vorig jaar waren ploegen als Lennik en Everbeur 20 tot 30 procent sterker. Nu hebben ze echt veren moeten laten. Hoe dat komt? Budgetten, de tering naar de nering zetten. PRAETS: Maaseik en Roeselare hebben ook hun budgetten verminderd, denk ik Maar zij kunnen dat opvangen, doordat ze een erg grote basis hebben. Plus: bij Maaseik zitten een aantal mensen die financieel garant staan. Als er tekorten zouden zijn, springen zij wel bij. En in Roeselare zal mijnheer De Nolf ook wel iemand kunnen aanspreken als het krap wordt. Maaseik en Roeselare kunnen natuurlijk ook een erelijst voorleggen: zij hébben al iets bewezen, dat werkt altijd wat makkelijker. PRAETS: Blijkbaar zit er een hoop volleybalkennis in België. En dat bedoel ik op alle gebied: niet alleen de trainersstaf, maar ook de mensen die talenten scouten en ontdekken. Dominique Baeyens, de coach van Roeselare, heeft iets: hij kan spelers goed taxeren én hij kan ze laten presteren. Bij Maaseik zijn ze op dat vlak nog beter omringd: alle inkomende transfers passeren langs ex-speler Eddy Evens. Die heeft ook een stevige volleybalbagage. Andere clubs zouden daaraan een voorbeeld moeten nemen en minder kijken naar snel, sportief succes. Ik geloof bijvoorbeeld sterk in een club als Menen, die de weg van de geleidelijkheid bewandelt. Het amateurisme moet uit ons volleybal. Mijn broek zakt af als ik met sommige clubleiders praat. PRAETS: In de letterlijke zin van het woord: onze bestuurders zijn er alleen na hun uren mee bezig. Anderzijds hoeft dat geen nadeel te zijn. Tegen mijn eigen spelers zeg ik altijd: prof ben je in je hoofd. Het ontbreekt bestuursleden vaak aan gezond verstand. Mensen die in het gewone leven succesrijke bedrijfsleiders zijn, maar in de sport de teugels verliezen: je ziet het in elke sport, dus ook in het volleybal. Gezond boerenverstand, gekoppeld aan de nodige volleybalbagage: dat heeft men nodig. Er zijn voorbeelden genoeg van mensen wier volleybalcarrière ten einde loopt, maar ze worden niet gebruikt. Daar ligt het grote verschil met Maaseik en Roeselare. Zij doen dat wél. Maaseik zeker en vast, bij Roeselare is er nog verbetering mogelijk. PRAETS: Roeselare heeft iets meer ervaring, is op papier misschien de betere ploeg. Maaseik heeft een jonge groep, maar met enorme mogelijkheden. En Anders Kristiansson, de coach, is er al elk jaar in geslaagd uit zo'n heterogene groep een team te smeden. Maaseik is elk jaar sterker op het eind van het seizoen. Dat is ontzettend moeilijk, omdat je binnen een groep met verschillende individuen zit, die allemaal een verschillend trainingsregime nodig hebben. Bij Maaseik kunnen ze naar een piek groeien, daarin schuilt volgens mij hun sterkte. PRAETS: Europees heeft Roeselare een voordeel. Het beschikt over spelers die veel meegemaakt hebben. Maaseik is heterogener: een aantal spelers met veel ervaring, en anderen die pas komen kijken. In zo'n groep moet je wachten op een déclic. PRAETS: Absoluut. Ik denk dat die overwinning de spelers van Maaseik een enorme boost van vertrouwen gegeven heeft. Voor Roeselare is de nederlaag in de eerste plaats op nationaal niveau een teken aan de wand. Zoals hun trainer achteraf zei: sommige spelers zitten met een Maaseik-complex, ze beginnen te denken dat ze er niet kúnnen winnen. Maar Europees denk ik niet dat het ze veel schade zal opleveren. Dat is een totaal andere competitie. PRAETS: Voor een speler enorm belangrijk. Belangrijker dan de Belgische competitie, want zoveel aantrekkingskracht oefent die niet uit. Samen met de titelfinale vormen de matchen van de Champions League het hoogtepunt van het jaar. Wees maar zeker dat het heeft meegespeeld in de onderhandelingen met de spelers. In dat opzicht is het niet slecht voor België dat we twee ploegen mochten afvaardigen. Zo kunnen we ook de komende seizoenen af en toe een topspeler naar ons land halen. Of een topspeler in wording, dat zou al niet slecht zijn. PRAETS: Het gevoel dat je ook op dat niveau iets kunt. Anderzijds kan het je ook op je beperkingen wijzen. Ik herinner me dat wij indertijd met Zellik in Anderlecht een Europese finaleronde speelden. Onze eerste wedstrijd was tegen het Italiaanse Modena: niet eens slecht gespeeld, maar telkens droog met 3-0 afgemaakt. Dominique Baeyens - die toen onze trainer was - had nog gezegd: er zijn in het Europese volleybal twee snelheden, Italië en de rest. Door zo'n match werd het ons helemaal duidelijk. PRAETS: Maaseik zal waarschijnlijk op verplaatsing wat punten laten liggen. Spelen in het Poolse Czestochova is een ware hel. En het Griekse Olympiakos Pireaus werkt zijn thuismatchen af in de 'Peace and Friendship hall', ook dát is een aparte belevenis. De ballen vallen er gewoon niet op de grond. Je lacht, maar in zo'n grote zaal is het veel moeilijker de bal tegen de grond te krijgen. Wij zijn dat in België niet gewoon. In België belandt een bal via het blok makkelijk in het publiek of tegen de zoldering. In zo'n immense hall bestaat dat niet. Een bal die via het blok gespeeld wordt, wordt nog gehaald. Om te scoren, moet je 'm onmiddellijk tegen de grond slaan. Bovendien is het Griekse publiek heel fanatiek. Sofia zie ik wel zitten, daar kunnen ze twee keer van winnen. Al bij al is het een zeer evenwichtige groep, zonder uitgesproken favoriet. Niet zoals bij Roeselare waar het Italiaanse Modena in principe groepswinnaar zal worden. Maaseik kan zijn poule winnen, dat is het voordeel. Al volg ik hen ook wel als ze beweren dat een evenwichtige poule in het nadeel speelt. Aangezien je meer kans maakt om punten te verliezen, vermindert ook je kans om als beste tweede opgevist te worden voor de volgende ronde. Roeselare zie ik in een groep met ook nog het Spaanse Almería en het Turkse Eregli sowieso tweede worden. En misschien thuis zelfs voor een stunt zorgen tegen Modena. PRAETS: Dat denk ik wel, ja. Zij zijn het al gewend om topwedstrijden te spelen. Ze kunnen het belang van zulke wedstrijden inschatten zonder te verstijven. Gewoon je eigen spel blijven spelen, of beter nog: je niveau overstijgen. Bij Maaseik zal waarschijnlijk een aantal jonge spelers onder de indruk geraken van de situatie. Dat weet je nooit op voorhand, dat is het nadeel van Maaseik. Een aantal zal de draad oppikken en boven zichzelf uitgroeien. Dat worden dan de toppers. PRAETS: Voor de échte vedetten van de laatste jaren - ik heb het dan over Wout Wijsmans, Richard Schuil, vorig seizoen nog Martin Lebl - is de aantrekkingskracht van Italië nog veel te groot. En dan heb ik het nog niet over het financiële aspect, want ik veronderstel dat je als topper in Maaseik of bij Roeselare ook zeer goed je boterham verdient, maar gewoon over de uitdaging. Alle spelers zullen nog liever bij een Italiaanse middenmoter gaan spelen dan bij Maaseik of Roeselare. Want de sterkte van onze twee ploegen, namelijk dat ze ieder jaar een interessante Europese campagne kunnen garanderen, is tegelijkertijd hun zwakte. Het enige wat ze topspelers immers kunnen bieden is: de play-off-finale en de Champions League. En voor de rest? Overal in België voor volle zalen spelen, ja. Maar onze zaaltjes spreken toch niet tot de verbeelding? Daarom begrijp ik niet dat Maaseik en Roeselare geen werk maken van de uitbouw van onze nationale competitie. Als ze dié aantrekkelijk zouden maken, zouden ze hun topspelers beter kunnen houden. Op lange termijn zouden ze er dus zelf baat bij hebben. Tenzij ze natuurlijk nu al uitkijken naar een echte Europese competitie. PRAETS: Alleen het woord 'Champions League' brengt iets bij. Mensen associëren die term meteen met het voetbal en denken dan aan topploegen, schitterende wedstrijden, aan iets groots... Maar wat brengt de competitie zelf bij, voor het volleybal in Europa? Niet genoeg. Men probeert er iets aan te doen. Door de clubs te verplichten met hun wedstrijden op tv te komen, bijvoorbeeld. Maar wanneer wordt het dan uitgezonden? Om drie uur 's nachts, bij wijze van spreken. Door de televisie erbij te betrekken, breid je de discussie onmiddellijk uit, want zenders moeten natuurlijk rekening houden met kijkcijfers. Toch vind ik dat de Champions League nog niet genoeg uitstraling heeft. Aan wie dat ligt? Zoals overal, een beetje aan alle partijen. Kris Croonen'Het amateurisme moet uit ons volleybal. Mijn broek zakt af als ik met sommige clubleiders praat.'